ELFSTEDENHELD OP DE SCHNABBELTOER

Sinds de Elfstedentocht ging Erik Hulzebosch slechts één keer het ijs op, tijdens de Alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk. Al na 60 kilometer stopte hij ermee. De nummer twee van de Elfstedentocht buit zijn populariteit dagelijks uit als entertainer. “Ik vind alles leuk.”

Erik, wil je soms wat drinken? Nee, ik hoef niks te drinken, ik mot nog rieden. Het antwoord dat Erik Hulzebosch op zijn hitsingle 'Hulzebosch, Hulzebosch' geeft, is niet van waarheid ontbloot. Sinds zaterdag 4 januari - de dag van de Tocht der Tochten - maakt hij meer kilometers dan ooit. Dezer weken is de AutoRAI in Amsterdam zijn uitvalsbasis. Sinds vrijdag pendelt hij vooral tussen de hoofdstad en feestzalen beneden de rivieren.

“Ben je wel eens op de AutoRAI geweest? Nee? Moet je een keer doen, hartstikke mooi.” Hulzebosch heeft zijn schoonvader aan de mobiele telefoon. In de stand van Daihatsu, de autofabrikant die hem anderhalve week heeft ingehuurd voor lollige verkooppraatjes, probeert Hulzebosch zijn vriendin Jenita aan de telefoon te krijgen. Ze is niet thuis, dus vermaakt hij zijn schoonvader met anekdotes over bekende Nederlanders die hij hier heeft gezien.

“Als je kiekt wat hier allemaal stiet, auto's van wel een miljoen gulden”, zegt de kraanmachinist uit Gramsbergen. “René Froger heeft een Rolls Royce van negenhonderdduuzend gulden gekocht. Jari Litmanen stond hier bij de Ferrari-stand. Ik weet niet wat-ie van plan is. En Marco Borsato heeft een Porsche gekocht, die was hier met z'n vriendinnegie.” Hulzebosch beëindigt het gesprek. “Als je een daggie wil komen, zorg ik wel voor vriekaarten.” Hij hangt op. De glimlach van een kwajongen verschijnt op zijn gezicht. “Zo, ik heb m'n schoonvader weer een flinke veer in z'n kont gestoken.”

Het promotiewerk op de RAI is een van de vele klussen die de 27-jarige Hulzebosch op zich heeft genomen sinds hij slechts een meter achter Henk Angenent over de streep op de Bonkevaart gleed. Zelden was een tweede plaats zoveel waard. Het is gissen naar zijn gage, maar een optreden levert hem al gauw een paar duizend gulden op. Bij Sport in Business, het managementbureau in Borger dat de belangen van Hulzebosch behartigt, staat de telefoon roodgloeiend. Er is bijna geen tv-programma, van Telekids en Koffietijd tot Sonja Barend, of Erik Hulzebosch was er te gast. Sinds vorige week heeft hij zijn eigen column in een sportprogramma bij RTL, zestien afleveringen lang.

Erik Hulzebosch gaat met zijn tijd mee. In plaats van een gewoon horloge draagt hij een message-watch. Tussen twee presentaties bij Daihatsu toetst hij in op de actualiteit en leest voor: “Hakkelaar zes jaar”. Even later heeft hij wereldnieuws: “Chaos in Ecuador”.

Hulzebosch zet een leren tas met een dikke stapel A-viertjes op zijn schoot. “Al mijn afspraken voor de komende weken.” Zijn schnabbels in het afgelopen weekeinde zijn representatief voor zijn drukke programma in de komende weken: vier weken lang zit hij vol: Tiel, Zwolle, Etten-Leur, Raalte, en zo gaat het nog een tijdje door. “Geld is niet belangrijk”, zegt hij, maar dat weerhoudt hem er niet van zo vaak als mogelijk de kassa van de BV Hulzebosch aan te slaan. Zijn weekend zag er alsvolgt uit: zaterdag werkte hij van tien tot vijf in de RAI, tussen de bedrijven door werd hij voor de radio geïnterviewd door Jan Rietman. 's Avonds om tien uur was hij de ster op een carnavalsfeest in Wijchen, om kwart over twaalf 's nachts zong hij 'Hulzebosch, Hulzebosch' in de discotheek in België van oud-wielrenner Teun van Vliet. Vannacht had hij als slot van een lange dag nog een optreden in Groesbeek, vanochtend stond hij weer op de RAI. In zijn schaduw opereren de media: vandaag zit een ploeg van Radio TV Oost hem op de hielen, morgen is hij een 'item' in Nova.

Nadat hij bezoekers van de RAI zoals elk uur tussen tien 's ochtends en negen uur 's avonds met een spraakwaterval van dialect heeft vermaakt, vraagt hij achter een kop koffie aan Daihatsu's pr-manager Evert-Jan Jurgens: “Ben je nog een bietje op de heugte?” De snelle pr-man begrijpt niet wat de entertainer uit Gramsbergen zegt. Hulzebosch wendt zich tot de Nederlandse taal: “Ben je nog een beetje op de hoogte?” Hij wil weten hoe de verkoop van de auto's loopt. Echt tevreden is Jurgens niet. Waarom Daihatsu zich met een nummer twee identificeert en niet met een winnaar? “Ach, wij zijn ook niet nummer één”, zegt Jurgens. “Voor het Nederlandse volk is hij de winnaar en niet Angenent. Als Angenent en Hulzebosch dezelfde persoonlijkheid zouden hebben gehad, denk ik niet dat Erik hier zou hebben gestaan.” Hulzebosch kan op de RAI niet als de winnaar worden gepresenteerd, “de held van de Elfstedentocht” klinkt ook goed.

Wat vindt de Overijsselaar trouwens zelf van de auto's die hij omstandig roemt? Op een video die bijna non-stop bij de stand draait, zien we hem na een proefrit uit een model van nog geen 20.000 gulden stappen, in schaatstenue. Op de vraag hoe die auto rijdt, trekt hij een bedenkelijk gezicht, met een zuinig mondje. Het antwoord staat haaks op zijn blik: “Lekker!”

In de loop van de middag vervoegt Hulzebosch zich bij de stand van Mercedes. Alweer een schnabbel? “Nee, m'n eigen auto is kapot, een Mercedes. Die staat hier beneden in de garage en ik wil dat ze er even naar kijken.” De glamour en het publiek bij de Mercedes-afdeling in de RAI steken schril af bij de sobere, gedegen presentatie van Daihatsu. “Dit is echt mooi”, verzucht Hulzebosch. Tussen een Mercedes van 87.950 en een exemplaar van 106.900 gulden begroet hij J. Baan, de dealer uit het oosten van het land bij wie hij onlangs zijn eigen auto heeft betrokken. “Voor elke auto die jullie verkopen”, zegt hij tegen Baan, “moeten wij er tien verkopen.” Het is alsof Hulzebosch zich na een paar dagen al met Daihatsu vereenzelvigt.

De zoon van de Mercedes-dealer draagt de oplossing voor Hulzebosch' probleem aan. De artiest mag die avond met zijn auto naar de carnavalsafspraken in het zuiden. “Mijn zoon en Erik zaten in dezelfde klas”, zegt Baan senior. “Samen deden ze aan fietscrossen. Erik won, mijn zoon was altijd tweede.” Hulzebosch: “Nou weet ik hoe jij je toen hebt gevoeld.” Baan vertelt dat hij tijdens de Elfstedentocht, met het zweet in de handen voor de tv, mooie plannen bedacht om zijn streekgenoot in te schakelen voor Mercedes-promotie. “Als-ie wint, ga ik dat en dat en dat ondernemen, zei ik voor de tv tegen mezelf.” Die verdomde Angenent.

Aan het begin van de avond arriveert Hulzebosch in Kaatsheuvel, voor een optreden bij de carnavalsvereniging. In het tuinhuis van het etablissement onderwerpt hij zich met ploeggenoot Henk van Benthem eerst aan een fotosessie, voor het wachtkamertijdschrift Cover, dat eind deze maand in een oplage van 100.000 exemplaren op de markt wordt gebracht. Als hij daar verneemt dat fotomodel en actrice Tatjana Simic die avond ook nog langskomt, verklaart hij zich gretig bereid zijn afspraak rond middernacht in Drunen te verschuiven.

Als de fotograaf klaar is, kondigt prins André de Eerste de twee schaatsers aan. De noorderlingen stappen door een muur van beschilderd behang en klunen op vrolijke klanken van het dweilorkest de zaal binnen. Hulzebosch begint op het eerste carnavalsfeest van zijn leven al klunend een polonaise. Hij krijgt een pilsje in zijn handen gedrukt, maar hij moet nog “rieden”.

Op het podium hangt André de Eerste hem een onderscheiding om en zingt Hulzebosch zijn hit. “Ik kan niet playbacken en niet live zingen”, verontschuldigt hij zich. “Je lult zomaar wat een end weg, met carnaval kan dat toch niks schelen”, zegt hij tegen Van Benthem, die tegen wil en dank een microfoon krijgt toegestopt maar de tekst niet kent. Aan de bar tapt Hulzebosch in een moordend tempo bier om even later op weg te gaan naar zijn volgende gig, zo zal zijn leven zich tot het eind van het jaar vooral 'on the road' afspelen. Op 28 november is hij te gast op een Sinterklaasfeest.

    • Ward op den Brouw