Een droef adagio van De Vries

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam en De Volharding o.l.v. Reinbert de Leeuw. Gehoord: 9/2 Concertgebouw Amsterdam. 17/5 14 uur Radio 4.

Hans Werner Henze's Maratona voor jazzcombo, blazers- en strijkorkest bracht zondagavond het spetterend besluit van het derde concert in de serie 'Rondom Rihm en Henze'.

Henze bood al in zijn opera Boulevard Solitude (1952) een opmerkelijk amalgaan aan stijlen, zoals dodekafonie, Nieuwe Zakelijkheid en jazz. Het was tevens een politieke stellingname: tonaliteit stond voor kleinburgerlijk en establishment, a-tonaliteit voor liefde en vrijheid. In Voices (1973) combineerde hij expressionisme met blues, verfijnde avantgarde met brute strijdmuziek. Zelfs het Requiem (1993) had een jazzy touch.

Maar het ballet Maratona (1956) is nieuw-zakelijk en a-tonaal en verder ondubbelzinnig swingend, iets waarin De Volharding zich graag uitleefde. De vorm is onbestemd: een willekeurige aaneenrijging van fragmenten.

Dit trof des te meer waar Klaas de Vries in zijn nieuwe Interludium - aan de vooravond van nooit vertrekken een onbestemde sfeer zeer precies wist te treffen. Bij Henze zijn het aan en uit flikkerende neonbuizen, bij De Vries donkere wolken met een zilveren rand van een geheimzinnig verschijnsel. Een ijle viool tekent zich af boven lage strijkers in een soort twee stromen-landschap. Vanwege een ooit voorziene combinatie met Strauss' Metamorphosen kent de bezetting 23 strijkers en klinkt het citaat uit dit werk dat Strauss overnam uit de treurmars van Beethovens Eroïca.

Daarmee is de toon gezet: een droefgeestig adagio. De weemoedige sfeer wordt af en toe even opgeschrikt door een vlug getokkeld geheimzinnig arpeggio in de contrabassen, vrijblijvend sereen mag het niet worden! Heel bijzonder zijn ook de vervliedende toonwolken (ppp brillante luminoso) in een Sciarrino-achtige figuratie. De muziek is overwegend schimmig, maar juist dan werken die glinsterende accenten verrassend. Niets zet echter door, ook al is er soms een Bartók-achtige stuwing, het blijft meer een muziek van wenken dan van uitspreken.

'Aan de vooravond van nooit vertrekken' is een dichtregel van Fernando Pessoa waaruit onbestemdheid spreekt, vandaar ook het idee van een Interludium als middendeel tussen twee imaginaire hoekdelen. Maar die onbestemdheid is dan wel zeer bestemd vormgegeven, muziek zonder één enkele inzinking. Het geschetter van Henze ben ik al kwijt, maar niet die ijle viool van De Vries.