Door HANS AARSMAN

Ze heten Call it a day of Storm damage. De laatste meters voor de finish gaan de jockeys meppen. Ze zitten op hun knieën, de paarden in volle galop eronder. Dan met één hand de teugels loslaten, en met de zweep naar achteren reiken om daar een paar flinke op- en neergaande bewegingen te maken.

Als het paard na een sprong ongelukkig neerkomt en de jockey kukelt er vanaf, dan is hij unshipped. Als hij het paard bestijgt, gaat hij on board. De BBC greep zaterdag naar scheepstermen om de wereld van de steeple chase te beschrijven.

Als ik het goed begrijp krijgt iedereen die op de favoriet heeft ingezet, voor elke pond er twee terug, mits de favoriet als eerste over de finishlijn komt. Voor een winnende outsider incasseert men al gauw twintig pond. Als er veel mensen inzetten op één paard, dan daalt het uitbetaalde bedrag. Het moet zo in elkaar zitten dat het voor de bookmakers weinig uitmaakt wie er wint. De bookmakers zijn gezegend en ze hebben het zelf geregeld. Dat is slim van ze. Voor mij is het altijd maar afwachten, ik kan de zege niet sturen. Hij komt of hij komt niet. Ik kan hoogstens een schietgebedje zeggen.

Gisteren kwam de zege weer eens langs. Ik zocht al jaren naar een foto waarop onze Chevrolet stond. Mijn vader had een Belair uit 1958. Je gaat twijfelen, hadden we hem wel echt? Gistermiddag vond ik die foto. Dat is een groot geluk, wanneer een verloren gewaand stukje verleden boven water komt. In een kartonnen doos op de bekende ouderlijke zolder tussen een stapel ansichtkaarten. Daar stond de Chevrolet in metallic te glimmen voor een pension in Limburg.

Op de voorgrond zat ik, achter een tafeltje, dertien jaar zal ik geweest zijn, in een korte broek en een wit onderhempje. Ik trok een grimas en blikte ik in de richting van de camera, waar de zonnestralen vandaan kwamen. Op het tafeltje lag een schrift, ik hield een pen in mijn hand. Dat schrijven zat er al vroeg in, dacht ik, en draaide het fotootje om. Op de achterkant stond in mijn moeders handschrift: 'Epen 1965 Hans strafregels'. Het zal honderd maal IK MOET LUISTEREN zijn geweest. Eerst alle IKs onder elkaar, dan alle MOETs en als laatste honderd maal LUISTEREN. Schrijven leer je daar niet van. Luisteren ook niet.