Congrespartij lijdt zware nederlaag in sikh-staat Punjab

NEW DELHI, 10 FEBR. De Indiase Congrespartij heeft opnieuw een zware nederlaag te verduren gekregen, ditmaal bij de verkiezingen van vrijdag in de overwegend door sikhs bevolkte deelstaat Punjab. Een gelegenheidscoalitie van een regionale sikh-partij, de Akali Dal, en de nationalistische Bharatiya Janata Party (BJP) won bijna 80 procent van de zetels in het deelstaatparlement.

De Congrespartij, die in mei vorig jaar ook bij de federale verkiezingen veel terrein moest prijsgeven, won slechts 14 van de 117 zetels. De nederlaag van de partij was opmerkelijk omdat Punjab juist onder haar leiding de laatste jaren een opstand van militante sikhs te boven kwam, die aan zo'n 10.000 mensen het leven had gekost.

De verkiezingen toonden aan dat de Punjabi's, zowel de sikhs als de hindoe-minderheid, het verleden achter zich willen laten. Bijna tweederde deel van de kiesgerechtigden bracht vrijdag zijn stem uit en er deden zich geen incidenten van betekenis voor. De vreedzame verkiezingen vormen de kroon op een proces van verzoening tussen sikhs en hindoes, die in de moeilijke jaren tachtig en begin jaren negentig sterk van elkaar waren vervreemd. Kenmerkend was dat de Akali Dal, een partij van de sikhs, in zee besloot te gaan met de BJP, een uitgesproken hindoe-partij. In deze coalitie had de grote meerderheid van de Punjabi's meer vertrouwen dan in de Congrespartij, die de deelstaat sinds 1992 had bestuurd maar die door corruptie en interne verdeeldheid werd geplaagd.

De traumatische gebeurtenissen van de laatste jaren staan diep in het geheugen gegrift van de meeste Punjabi's. In 1984 bereikte de confrontatie tussen de sikhs en de rest van India een reeks dramatische hoogtepunten. Eerst maakte de toenmalige premier Indira Gandhi met hulp van het leger op bloedige wijze een einde aan een bezetting door militante sikhs van de Gouden Tempel in Amritsar, veruit het belangrijkste heiligdom van de sikhs. Enkele maanden later namen enkele sikh-lijfwachten wraak en schoten de premier dood, waarna hindoes op hun beurt enkele duizenden sikhs in New Delhi in koelen bloede vermoordden.

Daarop verhevigden militante sikhs hun pogingen een eigen staat te verkrijgen, onder andere door regelmatig willekeurige hindoes op straat te doden. De Indiase autoriteiten probeerden de opstand met harde hand te onderdrukken en traden vaak genadeloos op in de dorpen, waar de meeste sikhs wonen. Bij de geringste verdenking van samenwerking met militante sikhs werden mensen gearresteerd en soms ook gemarteld of doodgeschoten. Pas begin jaren negentig kreeg New Delhi meer greep op de gebeurtenissen door een nieuwe aanpak, waarbij de burgerbevolking enerzijds werd gepaaid met een zachtzinniger optreden en de extremisten anderzijds genadelozer werden vervolgd dan ooit.