Bolkesteins NAVO-pleidooi hakt er wel in

Het pleidooi dat de voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de VVD, F. Bolkestein, zaterdag in de Volkskrant hield tegen uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting belooft meer nationale dan internationale echo's te krijgen.

Sinds president Clinton zich vorig jaar oktober voor die uitbreiding heeft uitgesproken is het vraagstuk in de NAVO-landen immers niet meer of dat moet gebeuren maar hoe en in welk tempo. De Nederlandse regering heeft zich in december 1996 in de NAVO-raad aangesloten bij een overeenkomstig principebesluit, dat op een NAVO-top in juli moet worden bevestigd met een uitnodiging aan Oosteuropese landen om te gaan onderhandelen over hun toetreding. Sinds december heeft geen van de grote fracties in de Tweede Kamer bezwaar gemaakt tegen dat scenario.

Nu Bolkestein, de politieke leider van de VVD, zaterdag alsnog een eigen, andere lijn heeft getrokken - of althans voor de eerste keer zo duidelijk heeft gemaakt wat hij misschien al langer dacht - komt direct de vraag op naar de positie van zijn partijgenoot Voorhoeve als minister van Defensie.

Een zaak als de uitbreiding van de NAVO is een belangrijk onderdeel van het regeringsbeleid en kan moeilijk als een kleinigheid of als een 'vrije kwestie' worden gezien. Het kabinet heeft zijn standpunt in principe bepaald en al goedgekeurd gekregen door een grote Kamermeerderheid. Voorhoeve behoort in een parlementair kabinet tot de eerstverantwoordelijke bewindspersonen voor dat standpunt. Dat standpunt wordt niet (meer) gedeeld door de leider van de geestverwante Tweede-Kamerfractie, die bekend staat als iemand met strikte opvattingen aangaande de omvang van de ministeriële verantwoordelijkheid. Gelet op de nasleep van 'Srebrenica' en Bolkesteins vroegere 'Carrington'-redevoeringen (over de voorbeeldwaarde van de Britse minister van die naam die aftrad omdat hij zich door zijn premier niet tijdig voldoende geïnformeerd voelde), is het trouwens al bijzonder dat Voorhoeve nog steeds minister is.

Al is 1951 al even geleden, toch is het de moeite waard eraan te herinneren dat in dat jaar een kabinetscrisis ontstond doordat VVD-minister Dirk U. Stikker (Buitenlandse Zaken) aftrad wegens onvoldoende steun voor het toenmalige Nieuw-Guineabeleid van de liberale Tweede-Kamerfractie, die onder leiding van haar grote parlementaire voorman P.J. Oud voor een (verworpen) motie van afkeuring van de oppositie had gestemd. Stikker achtte vervulling van een sleutelpositie zonder steun van zijn politieke vrienden niet mogelijk.

Hoe zou Voorhoeve daarover nu denken?

De voorgenomen NAVO-uitbreiding is geen kleinigheid en onderhandelingen daarover zullen waarschijnlijk jaren duren. Er kan daarom na Bolkesteins qua timing opmerkelijke standpunt nog een vraag opkomen. Namelijk: heeft de 63-jarige leider van de VVD nu in feite niet óók al kenbaar gemaakt dat hij niet in een volgend kabinet (1998) wil zitten, althans niet als premier of op Buitenlandse Zaken of Defensie?

Van Oud tot Bolkestein heeft de VVD in de Tweede Kamer bijna steeds fractievoorzitters gehad (Toxopeus, Geertsema, Wiegel, Nijpels) die hun kracht doorgaans liever zochten in het praktische werk van de dag dan in de intellectuele ontwikkeling van eigen 'grote concepten'. Kan het zijn dat Bolkestein, wiens argumenten tegen de NAVO-uitbreiding op zichzelf interessant genoeg zijn, op een te laat ogenblik alsnog is bezweken voor de intellectuele verleidelijkheid van zijn redenering? En daarbij iets te weinig oog heeft gehad voor de praktische gevolgen ervan, die zich eerder in Den Haag dan in de NAVO zullen voordoen?