Actuaris van bankroet Vie d'Or berispt

ROTTERDAM, 10 FEBR. Het tuchtcollege van de Nederlandse actuarissen heeft de actuaris van het failliete Vie d'Or berispt omdat hij verzuimd heeft directie en commissarissen van deze verzekeraar schriftelijk te informeren over zijn bezwaren tegen de gang van zaken. Dat blijkt uit een samenvatting van de uitspraak van het College van Rechtspraak van het Actuarieel Genootschap, naar buiten gebracht door de stichting die opkomt voor de belangen van gedupeerde polishouders van Vie d'Or.

Vie d'Or ging in 1995 failliet, wat 13.000 polishouders naar schatting 180 miljoen gulden kostte. Het bankroet veroorzaakte grote opschudding en leidde onder meer tot strenger toezicht van de Verzekeringskamer op de branche.

De getuchtigde actuaris, werkzaam bij het kantoor Heijnis & Koelman, vond zijn twee voorbehouden in het verplichte actuariële verslag over de financiële positie van Vie d'Or voldoende. Het tuchtcollege noemt de voorbehouden echter “dermate terughoudend” geformuleerd, dat zij niet als een waarschuwing aan directie kunnen worden erkend. Het college vindt ook dat de commissarissen op de hoogte hadden moeten worden gesteld. De actuaris gaf medio 1991 zijn opdracht terug na onenigheid met de Vie d'Or-directie.

De stichting die de belangen van de polishouders behartigt onderzoekt schadeclaims tegen verschillende betrokken adviseurs van Vie d'Or, waaronder de Verzekeringskamer, de externe accountant en de actuaris. De uitspraak van het tuchtcollege over de actuaris moet bij deze procedures helpen.