Zweden; IJzererts en kogellagers

Met onverholen leedvermaak constateerde een Zwitserse krant onlangs dat Zweden zich, net als Zwitserland, aan het opkopen en witwassen van nazi-goud heeft bezondigd. Beide landen hebben stevig met de nazi's gecollaboreerd - het tussen As-mogendheden ingeklemde Zwitserland alleen méér dan het perifere Zweden.

In strijd met alle neutraliteitsbeginselen liet Stockholm twee miljoen Duitse militairen per trein over zijn grondgebied vervoeren. De Zweedse marine loodste de Kriegsmarine veilig door de mijnenvelden in haar territoriale wateren en de Luftwaffe kon ongehinderd gebruikmaken van het Zweedse luchtruim, dat voor de Engelsen strikt verboden bleef. Toen de Amerikanen en Britten in Stockholm protesteerden tegen de bouw van als vissersboten vermomde mijnenvegers voor de Duitsers, daagde de regering hen uit te bewijzen dat die boten niet voor visvangst gebruikt zouden kunnen worden.

De regering van Per Albin Hansson zondigde herhaaldelijk - en praktisch altijd ten gunste van Duitsland - tegen de neutraliteitsbeginselen zoals die in 1907 zijn vastgelegd in het Landoorlogreglement (LOR). Pas in het najaar van 1944, toen de Duitse nederlaag onafwendbaar was, ging in Zweden het roer om. Het primaire doel van de Zweedse politiek om koste wat kost de oorlog buiten haar grenzen te houden slaagde, maar ruim een halve eeuw later krijgt het land daarvoor alsnog de rekening gepresenteerd. Niet eens zozeer voor de houding van de regering-Hansson, maar vooral voor het gedrag van banken en bedrijven - hoewel handel met de oorlogvoerende partijen, binnen de grenzen van het LOR, niet verboden was.

IJzererts uit noord-Zweden, onontbeerlijk voor de krijgsvoering, werd in hoog tempo naar Duitsland geëxporteerd; de firma Bofors (waarin de Duitse wapengigant Krupp via stromannen grootaandeelhouder was) draaide overuren om de Duitse wapen- en munitiehonger te stillen, en de Svenska Kullagerfabriken (SKF) hebben meer dan hun best gedaan gedaan om de Duitse oorlogsmachinerie van kogellagers te voorzien. Toen de geallieerden in 1944 de Zweedse export naar Duitsland, via handelsafspraken met Stockholm, probeerden te beperken, vonden speciale SKF-lagers toch via smokkel hun weg naar Hitlers oorlogsindustrie. Mèt de zegen van de Zweedse regering, die er wegens het politiek gevoelige karakter van die handelscontacten vaak nauw bij betrokken was.

De regering toonde zich uiterst inventief in het uitbuiten van de mazen in het handelsverdrag met de geallieerden, ten gunste van de Duitsers. Als betaling voor hun diensten wilden de Zweden geen Rijksmarken - die verloren gedurende de oorlog hun waarde - maar goud of harde valuta, in veel gevallen regelrecht afkomstig uit de Zwitserse witwasserijen. Soms liep de afrekening via de Reichsbank.

Enkele weken geleden raakte het land in opschudding door de onthulling dat hun Riksbank en het Wallenberg-imperium welbewust 'besmet' (want uit bezette landen geroofd) nazi-goud hadden geaccepteerd. De familie Wallenberg, die groot aanzien geniet, controleerde en controleert het machtigste, financieel-economische conglomeraat van Zweden. Dat de gebroeders Jakob en Marcus Wallenberg ook in gestolen joodse effecten uit Nederland hebben gehandeld, was al eerder bekend, maar werd amper geloofd.

De Wallenbergs hebben tevens gefungeerd als stroman voor Duitse bedrijven. Een voorbeeld: Bosch, het elektronicaconcern uit Stuttgart, had een dochteronderneming (American Bosch Corporation, ABC) in de VS. Bij het uitbreken van de oorlog zou ABC door de Amerikanen als vijandelijk eigendom worden geconfisqueerd. Dat kon voorkomen worden door het bedrijf via een ingenieuze schijnconstructie te 'verkopen' aan de firma Wallenberg. Daarmee was ABC 'Zweeds' en dus veilig, want bedrijven van neutrale landen worden niet in beslag genomen.

Dankzij deze en andere, vaak uiterst gecompliceerde schijnovernames, konden Duitse firma's als Bosch, Siemens en IG Farben, om slechts enkele voorbeelden uit vele te noemen, zowel in de Heimat als in het buitenland hun werkzaamheden voortzetten. Aan dit interessante fenomeen van belangencamouflage - Zwitserland speelde daarin overigens de absolute hoofdrol- is in de huidige publiciteitsgolf geen aandacht besteed, hoewel het om vele tientallen, zo niet honderden miljarden gaat.

De stromannen werden voor hun diensten vaak betaald met 'besmette' middelen, afkomstig uit de bezette gebieden waar op grote schaal goud, kunst of edelstenen werden geroofd. Aan de ontrafeling van dat enorme camouflagecomplex zijn de geallieerden nooit toegekomen. Pikant is dat de Zweedse regering op de hoogte was van en geholpen heeft bij de camouflagepraktijken der Wallenbergs, terwijl ze bewust en expliciet heeft gelogen toen de Amerikaanse regering haar daarnaar vroeg.

Handel met Duitsland (of de geallieerden) was op grond van het landoorlogreglement niet verboden. Duitsland was vanouds de belangrijkste handelspartner, bovendien was de handel met de geallieerden door allerlei zeeblokkades sterk beperkt. Maar het accepteren van door de nazi's geroofde goederen (of de opbrengsten daarvan) heeft het land behalve tot heler ook tot steunpilaar van een misdadig regime gemaakt. Stockholm kende de herkomst van Hitlers betaalmiddelen en was al sedert april 1942 tot in detail op de hoogte van de massamoorden in de vernietigingskampen. Met dit verleden probeert Zweden nu in het reine te komen door de instelling van een commissie die het handelsverkeer tijdens de oorlog onderzoekt.