Zachte chemie; Industrie moet naar plantaardige grondstoffen

De chemische industrie en milieu-organisaties zijn het eens over de onvermijdelijkheid van een duurzame chemie. Maar de weg daarheen roept discussie op.

Niet bekend

Na een korte analyse van de huidige situatie concentreert het rapport zich op de vraag hoe een duurzame chemie te realiseren valt. Vijf strategieën passeren de revue: een tien- tot twintigmaal efficiënter gebruik van grondstoffen en energie, een zo beperkt mogelijke toepassing van milieugevaarlijke stoffen, een optimaal gebruik van vernieuwbare grondstoffen, een energievoorziening die op stromingsbronnen is gebaseerd en een productie die naar behoefte geschiedt.

Om deze uitgangspunten te concretiseren hebben achttien auteurs, voornamelijk afkomstig uit milieu-organisaties en universiteiten, zeven grote productgroepen nader bekeken: kunstmest, kunststoffen, synthetische vezels, verven, geneesmiddelen, organische oplosmiddelen en was- en reinigingsmiddelen. “Er zijn binnen elke productgroep goede voorbeelden voorhanden”, stelde drs. Dick Stoppelenburg, coördinator milieuhygiëne van de Waddenvereniging tijdens de presentatie van het rapport. “Binnen de verfindustrie blijkt het heel goed mogelijk niet-hernieuwbare grondstoffen te vervangen door plantaardige grondstoffen.”

ERNSTIGE HIATEN

Het rapport heeft echter een allesbehalve optimistische conclusie: “In het milieubeleid ten aanzien van de chemische industrie treedt een aantal ernstige hiaten naar voren. (...) Het meest in het oog springende hiaat is het ontkennen van het belang van beperking van input aan grondstoffen en energie in onze economie.”

Die conclusie staat lijnrecht tegenover het optimistische geluid dat afgelopen week tijdens een ander congres over duurzame chemie te horen viel. Het Interdepartementale Onderzoekprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO), onder leiding van ir. J.J.M. Mulderink, schetste een toekomstige, duurzaam georiënteerde chemie die zich vrijwel volledig op plantaardige grondstoffen baseert. Momenteel is de chemische industrie voor tachtig procent afhankelijk van aardolie als grondstof, daarnaast spelen aardgas (5%) en steenkool (5,5%) een rol. “Omdat naar verwachting halverwege de volgende eeuw de fossiele brandstoffen op zullen zijn, kunnen we niet anders dan overschakelen op duurzame, plantaardige grondstoffen”, aldus Mulderink, voormalig research-directeur bij Akzo Nobel. De Belgische hoogleraar dr.ir. I. Verpoest gaf een voorbeeld: duurzame, vezelversterkte kunststoffen die van natuurlijke grondstoffen zijn gemaakt. “Vergelijk je de hoeveelheid energie die nodig is om uit staal een carrosserie voor een auto te maken met de energie die het kost om dit met kunststofvezels te doen, dan blijkt de laatste methode in dit opzicht veel aantrekkelijker”, aldus Verpoest. Volgens hem is de tijd dat de mens zich in 'gebreide' auto's of vliegtuigen zal verplaatsen, niet ver weg. Vlas zou hiervoor een grondstof kunnen zijn.

Ook de energievoorziening van de toekomst moet volgens de DTO-visie gebruik maken van biomassa, bijvoorbeeld in de vorm van organische zonnecellen.Vergassing van biomassa is een andere mogelijkheid. Dat levert synthesegas (koolmonoxide en waterstof) op, waaruit methanol als brandstof te winnen valt. Bij de omvorming van biomassa tot vloeibare brandstof kan ook het door Shell ontwikkelde HTU (Hydro Thermal Upgrading) een belangrijke rol spelen. Hierbij ontstaat biocrude, een olie met een laag zuurstofgehalte. Deze methode, die in feite een snelle nabootsing is van de natuurlijke vorming van aardolie, zou volgens dr.ir. F. Goudriaan van Biofuel goedkoper zijn dan de productie van methanol uit biomassa: “Het proces komt erop neer dat je uit natte biomassa onder druk en bij een temperatuur van 200 tot 250 graden Celsius de zuurstof verwijdert. Je zou bijvoorbeeld in de tropen houtplantages kunnen aanleggen, waar HTU-installaties biocrude produceren. Tankers kunnen de brandstof dan naar Europa transporteren. Omdat de energie-dichtheid van biocrude hoger is dan methanol, is het transport in elk geval goedkoper, maar wij verwachten dat ook de productie tegen aanvaardbare kosten kan plaatsvinden.”

Opvallend genoeg gaat het DTO-scenario uit van een aanzienlijke stijging van het energieverbruik. En het verwacht een verdubbeling van de wereldbevolking naar 10 miljard mensen. Ook de mobiliteit zal waarschijnlijk toenemen. Wel wordt er een belangrijke dematerialisatie verwacht. Die trend is er nu al: de eerste computers waren wat omvang betreft vele malen groter dan de huidige modellen, compacte wasmiddelen hebben met minder grondstoffen hetzelfde resultaat als de oudere wasmiddelen. Toch meent de DTO-werkgroep, die haar ideeëngoed in nauw overleg met een aantal deskundigen uit industrie, overheid en universitaire wereld heeft ontwikkeld, dat er tegen het jaar 2050 voldoende landbouwgrond beschikbaar zal zijn om in alle behoeften te voorzien.

MILIEUVRIENDELIJKER

Ook de milieu-organisaties omarmen in het eerdergenoemde rapport de op kringloop gebaseerde, 'zachte' chemische industrie, al plaatsen de auteurs de kritische kanttekening dat “producten uit de zachte chemie in LCA (levenscyclusanalyse) perspectief niet per se altijd milieuvriendelijker zijn dan andersoortige alternatieven.” De bottle-neck lijkt de omschakeling van de bestaande naar een geheel nieuwe situatie. De industrie is over het algemeen niet op de lange termijn georiënteerd, net zo min overigens als de steeds meer tot commercie gedwongen wetenschap. “Ik vind dat de overheid daarom meer belasting moet heffen”, stelde ir. E. van Andel, directeur corporate research programmes van Akzo Nobel. “Een gemiddeld gezin verbruikt per jaar 30 gigajoule om te douchen en het huis te verwarmen, 40 gigajoule om in een auto te rijden en 50 gigajoule om naar een tropisch strand te vliegen. Op kerosine wordt geen accijns geheven, niet eens BTW. Een schandalige situatie! De overheid moet het mogelijk maken dat er onderzoek plaats kan vinden dat zich richt op de lange termijn, zonder dat de staat zich met de inhoud van het onderzoek bemoeit. Want ik denk dat zelfs de slechtste chemicus beter weet wat er moet gebeuren dan de politici in Den Haag.”