Vergeten bollen

Wat gebeurt er, vroeg een Engelse vriendin die in Nederland woont, wanneer je verzuimd hebt tijdig je bollen te planten? Of, zoals in dit geval, als iets je belet heeft dat te doen? Zij had, zoals wordt aangeraden, een groot aantal bollen aangekocht en wel in Nederland, waar ze goedkoper zijn, om mee te nemen naar een huis in Engeland waar zij haar vakanties doorbrengt.

In de herfst lagen de bollen klaar om de Noordzee over te steken toen allerlei onvoorziene gebeurtenissen maakten dat de reis niet doorging; geen ramp, de reis werd uitgesteld tot het voorjaar, maar hoe moest het nu met de bollen?

Nu heb ik gelukkig een rijke ervaring met het vergeten om bollen tijdig te planten; de mijne, moet ik bekennen, zitten ook nog maar pas in de grond. Het afgelopen jaar was een van de meest chaotische die ik ooit heb mogen beleven en mijn bollen - onder andere tulpen en zoveel keizerskronen als ik me kon veroorloven - waren in de herfst blijven liggen; op een zeker moment begon ik bang te worden dat ze de schuur nooit meer uit zouden komen. En daarbij kregen we ook nog te maken met de loterij van het weer: niet zodra het er, laat in december, eindelijk van zou komen maakte de strenge vorst de grond zo hard als beton. Zo heb ik ze pas kortgeleden eindelijk kunnen planten; maar ze zullen het wel redden. Dat weet ik uit ervaring, want het is, vrees ik, niet de eerste keer dat de met zoveel geestdrift gekochte bollen maanden zijn blijven liggen.

Het is geruststellend om te zien dat anderen dezelfde ervaring hebben. Zoals Henry Mitchell: narcissen, schrijft hij, moeten (in Washington) geplant worden in oktober. “Ook heb ik ze geplant in november, december, januari, februari en maart, hoewel het natuurlijk beschamend is te moeten bekennen dat je te indolent bent geweest om je narcissen eind oktober in de grond te hebben.”

Kort geleden is een Nederlands boek verschenen dat uitsluitend over bollen gaat: Bloembollen: een liefde voor het leven (Contact 1996), door Rita van der Zalm, bekend door haar column in Onze eigen tuin. In dit buitengewoon informatieve boek vond ik de beeldende uitdrukking: 'Met Sinterklaas d'r in en d'r onder', gangbaar in de bollenstreek. Het betekende dat “een goeie kweker ervoor moest zorgen dat begin december de bollen in de grond zaten en met bossen riet waren afgedekt”.

De activiteiten van een professionele kweker zijn zo streng en tot in details georganiseerd dat het niet een goede bron is om er achter te komen wat er gebeurt wanneer je iets vergeet of verkeerd doet. De rekbaarheid van voorschriften en de consequenties van nalatigheid zijn nauwelijks bekend in dit universum.

Wel kunnen sommige bollen expres laat geplant worden, dus na Sinterklaas. Van der Zalm beschrijft hoe ze dat doet met anemonen, Anemone coronaria. “Meestal plant men ze in maart, de bloei valt acht weken later. Dit jaar plantte ik nog in juni, en 7 augustus begon de bloei, tot in oktober.” Zoals ook hier weer blijkt is spelen met de tijd meer binnen bereik met bloembollen dan met iets anders. De reden is dat bloembollen hun eigen voedselvoorraad hebben en dus tot op zekere hoogte onafhankelijk zijn van de plaatselijke hulpbronnen, net als Engelse (en naar ik verneem ook Nederlandse) toeristen die met hun auto's volgeladen met etenswaren naar Frankrijk gaan. Wel zijn er soms bepaalde kunstgrepen nodig, zoals het 'voorweken' van anemonen: “Zorgelijk kijkende mensen bij een lezing vragen nogal eens hoe dat zit met voorweken, ze hebben waarschijnlijk een visioen van marineren in olijfolie of sherry, maar wij hangen de gaasbalen met anemonen gewoon een nachtje in de sloot.”

Sommige bollen zijn gevoelig voor uitdrogen. Van der Zalm schrijft, heel ontwapenend: “Als je ruzie met klanten wilt hebben moet je ze Leucojum vernum verkopen, want ergens in de keten tussen kwekerij en tuin lopen ze de kans te verdrogen.” Dat is vermoedelijk ook de verklaring voor wat mij is overkomen met winteraconiet, Eranthis hyemalis: ik ben nog steeds niet helemaal vrij van wrok jegens de mensen die mij die hebben verkocht.

Er zijn twee soorten bollen. In de eerste plaats heb je er die voorzien zijn van een inwendige klok, en die als de wekker afloopt beginnen te groeien ongeacht de omstandigheden, zoals tulpen en narcissen. Je kunt ze zelfs zien groeien in hun netten in de dierenwinkel. En dan zijn er de bollen die niet wakker worden totdat ze in contact komen met aarde, zoals blauwe druifjes, vogelmelk, anemonen. Han Nienhuis van kwekerij De Bolle Jist in Finkum, met wie ik hierover sprak, noemde als voorbeeld Anemone blanda, die jarenlang aan hun lot kunnen worden overgelaten zolang ze maar niet in de buurt komen van aarde, en die gehoorzaam gaan groeien zodra ze geplant worden.

Een tulp of een narcis loopt uit en spreekt zijn voedselvoorraden aan; hoe langer je wacht met planten hoe langer je het moment uitstelt dat hij begint te bloeien. Een die je in januri of februari in de grond zet zal later bloeien dan zijn eerder geplante collega's, of zelfs alleen maar wat bladeren en helemaal geen bloemen voortbrengen.

Dat is dus wat mijn vriendin in het ergste geval riskeert wanneer ze pas in de lente haar Hollandse bloembollen aan de schoot van de Britse aarde toevertrouwt. Maar je kunt er redelijkerwijze van uitgaan dat na een bloemloos jaar alles goed zal gaan in het volgende. De meeste bollen zullen weer voldoende zijn bijgespijkerd om in 1998 normale prestaties te leveren.

Gooi dus vergeten bollen nooit weg - want dat doen veel mensen, als betrof het artikelen met een afloopdatum, 'houdbaar tot 07.02.97', zoals melkprodukten. Het devies is: plant ze toch maar en zie wat gebeurt.

Na het lezen van Rita van der Zalm, en meegesleept door het enthousiasme van Henry Mitchell, was mijn hoofd zo vervuld van bollen dat ik er toe kwam de gelofte af te leggen dat ik dit jaar, eindelijk, eindelijk de Keukenhof zal bezoeken. Die opent in maart en ik bedenk dat het spreekwoord van de bollenkwekers voor de vergeetachtige tuinier als volgt zou kunnen worden aangepast: 'Met de Keukenhof d'r in en d'r onder'.