Van God los

Het houdt nooit meer op. Malversaties, geschuif onder tafel, transferpooiers, courtisanes in de loge van de president, slaag en sodomie, coke, sex en rock 'n roll: de sport is van God los.

Bernard Tapie, Sigi Lens, Peter Gerards, Theo van Seggelen, Hans Segers, Bruce Grobbelaar, John Fashanu, Gilles de Bilde, Patrick Kluivert, Paul Gascoigne, Roland Courbis, Renze de Vries, O.J. Simpson, Johan van de Velde - waarom dan zes jaar voor Johan V.? Het zijn toch mensen met elkaar. Waarom moet de ene achter de tralies en mag de ander nog steeds in groot cortège de kerk binnengaan of vertederd blijven kijken naar de kundig gelakte nagels van zijn vrouwtje die sokken stopt en aardappels schilt?

Sportverslaggeving is misdaadverslaggeving geworden. Ik zie al maanden geen bal meer rollen en tuimel van het ene kortgeding in het andere. Met dank aan de winterstop, ook dat. Elk reces is het oorkussen van de duivel. In de hitte van de Champions League maalt geen mens om het primaat van de goede zeden. In de slipstream van Hup Holland Hup gaan alle ogen dicht. De geestelijke vaders van carnavalskreten zijn ook niet achterlijk.

Natuurlijk wil ik niet in de beste der werelden leven. Het blijft aandoenlijk dat een man als Johan Cruijff met zijn eeuwige wijsheid zich nog kan vergalopperen in een varkensfokkerij. En zonder het moeras van drank en vrouwen zou Johan Neeskens nu geen assistent-coach van het Nederlands elftal zijn geweest. Dan was hij hengelaar van beroep geworden, een beetje à la Rob Rensenbrink. Ooit zal zelfs Dick Jol beseffen dat het gokincident bij die Haagse groentenboer hem een identiteit heeft verschaft die hij in nog geen honderd jaar bijeen had kunnen fluiten. Niets is nutteloos, vooral de zwarte randen van een leven niet.

Maar toch is het te veel. Als sportfanaat kan ik mijn tijd niet blijven verdoen in rechtbanken en rond gemediatiseerde guillotines. Waar alleen de nasale stemmen van rechters en advocaten opklinken, nooit eens de sirene van een persoonlijke triomf. Ik weet het nu wel dat Tapie een boef is en Bruce Grobbelaar een klojo, te dom om geblindeerd rijk te zijn. En ik heb Kluivert of Davids of Reiziger niet nodig om te zien dat Peter Gerards met de handen in de broekzakken is geboren. Het type dus dat altijd hogerop wil.

Als er al geen misdaad in het spel is dan gaat het tegenwoordig in de sport om geld. NOS koopt eredivisie voor 35 miljoen: halleluja, voetbal is terug op zondagavond kwart voor zeven. Het heuglijke nieuws werd gepresenteerd als een gevederd eitje. Mijn god, waar is de mens? Wie wil er nu om kwart voor zeven ademen, anders dan aan een rijkgedekte tafel? Om kwart voor zeven beukt de regen op zacht gesproken woorden, niet Ronald de Boer en zeker niet Kees Jansma.

Kon ik het nut maar inzien van schansspringen. Of kreeg ik maar grip op de schoonheid van Lucia Rijker. Vragen om met Daniele Pontoni de winterstop door te komen blijft een belediging. Vroeger, toen Berten van Damme - de Leeuw van Laarne - nog in het veld reed konden handgenaaide banden nog ontroeren, maar Pontoni wil ik niet eens op een fiets zien zitten. Dan nog liever Rein Groenendaal.

Sport is opwinding, passie, ontroering, ballet, zweet, bloed en tranen. En wat krijgen we? Geldaffaires, staatsgrepen en media-oorlogen (zonder bloed), overspel, goklust en tweedehandsauto's. En dat allemaal om kwart voor zeven.

De enige die me de voorbije week kon raken was Bettine Vriesekoop. Die mooie tranen die ze stortte op wat ze zelf een vrolijke begrafenis noemde, zal ik niet gauw vergeten. Afscheid van Bettine, ja de schok die er dan door je heen gaat kunnen militairen niet voorschrijven. En ze scheurde de rubbers van haar batje en gooide ze naar de toeschouwers. Jammer dat het batje zelf vervolgens wel weer in het hoesje ging. Nog steeds iets te zuinig, Bettine? Geeft niet hoor, meid. Ik ken er die meer beschadigd zijn na twintig jaar pingpongen.

Bettine zien bewegen aan de tafel was een lust voor het oog. Ze joeg op de bal zoals overspeligen op elkaar jagen. Ik weet het zeker, zij had haar sport werkelijk lief. Mede namens haar draai ik al een week lang Eric Claptons Tears in heaven. Om haar tranen alsnog te ontrekken aan het vunzige oog van onze Erica.