Tovenaar met gouden schaatsen

Het was deze week precies 25 jaar geleden dat Ard Schenk drie olympische gouden medailles won in het Japanse Sapporo. Terug naar een gedenkwaardige episode uit de Nederlandse sportgeschiedenis.

“Number one...Ard Sjenk!” De stem van de speaker in het Makomanai-stadion van Sapporo galmt een kwart eeuw later nog steeds na. Drie keer beklimt de blonde reus uit Anna Paulowna de hoogste trede van het ereschavot. Drie keer toont hij zich ongenaakbaar: op de 5 kilometer, de mijl en de tien kilometer.

Het is de tijd dat het allround-schaatsen wordt beheerst door een tweekamp tussen Nederland en Noorwegen. De Zweed Göran Claesson is in zijn nadagen, de Noor Dag Fornaess lijkt mentaal uitgeblust. Schenk heeft vooral concurrentie te duchten van zijn grote rivaal en vriend Kees Verkerk, Jan Bols en de Noor Roar Grönvold. Nederland volgde ademloos de verrichtingen van de schaatsmatadoren en schrijft mee op de invulschema's van het botermerk of de krant.

Schenk gaat zonder al te veel pretenties naar het land van de rijzende zon. Het wereldkampioenschap op 19 en 20 februari in Oslo heeft meer prioriteit. Eenmaal in Japan gearriveerd zegt hij tegen verslaggever John le Noble van het Algemeen Dagblad: “De Olympische Spelen worden naar mijn gevoel zo verschrikkelijk opgeblazen. Die vlaggenparades doen mij na acht, negen jaar niet zoveel meer. Het is allemaal zo pompeus en soms krijg je de indruk dat die landen hier alleen maar naar toe zijn gekomen om propaganda te maken.” Over zijn kansen heeft de 27-jarige student fysiotherapie niet zulke hoge verwachtingen. “Wanneer ik één medaille win, ben ik tevreden, wanneer ik er twee win gelukkig en wanneer ik er drie win verbaasd. En dan spreek ik alleen nog over medailles.”

Hoewel hij tegenwoordig de media schuwt, is Schenk in Sapporo dagelijks aanspreekbaar in het Engels, het Duits en het Noors. Na de vijf kilometer staat hij in het middelpunt van de belangstelling. Het lot heeft beslist dat Schenk als eerste moet starten. Hij zet echter in de sneeuwjacht een tijd (7.23,61 minuten) neer waar alle andere concurrenten zich op stuk bijten. Schenk wordt enigszins geholpen door de Noorse scheidsrechter Arne Kvaalen die tijdens de eerste pauze koffie zit te drinken, terwijl de ijsmeester de ijsvloer laat schaven waardoor de bovenste laag verandert in schuurpapier.

Als de eerste gouden plak binnen is, volgt een dag later de 500 meter. Schenk waant zich vooraf kansloos in het sprintgeweld. Hij ergert zich die zaterdagochtend bovendien aan zijn Amerikaanse tegenstander Neil Blatchford die de gewoonte heeft zijn tegenstanders bij de start uit de concentratie te halen. Schenk besluit hem een poets te bakken. Hij veroorzaakt opzettelijk een valse start door met zijn schaats in het ijs te prikken.

Maar bij het tweede startschot struikelt hij over het gat dat hij zelf heeft gecreëerd. Schenk gaat languit over het ijs, krabbelt razendsnel overeind en rijdt toch nog 43,40 seconden. Coach Leen Pfrommer weet zich die merkwaardige race nog goed te herinneren. “Op het moment dat hij mij passeert hoor ik hem zeggen: “Wat een oen, niet? Hij had later spijt van zijn optreden toen bleek dat Erhard keller won in 39,44. Ook hier lagen kansen voor hem op een medaille.”

Schenk neemt revanche op de 1.500 meter. In 2.02,96 blijft hij zijn directe concurrent Roar Grönvold bijna twee seconden voor. En dan op zondag de tien kilometer. Tijdens het EK in Davos is al besloten dat de daar bereikte onderlinge volgorde bepalend zou zijn voor de groep waarin de Nederlandse deelnemers zouden starten. In die tijd rijden de beste schaatsers niet zoals nu in de laatste, maar in de eerste ritten.

Schenk en Pfrommer hebben echter besloten een gebaar te maken naar Kees Verkerk, die nog met lege handen staat. Dit tot woede van ploegleider Sjaak de Koning, die vindt dat Schenks kansen op een derde gouden medaille zo groot mogelijk moeten zijn. Maar Schenk en Pfrommer houden voet bij stuk. “Tenslotte heb ik al twee gouden medailles en dan mogen anderen ook weleens wat winnen”, zegt Schenk. En Pfrommer: “Die De Koning heeft me de hele dag achtervolgd. Hij verklaarde me voor gek.”

Een ontketende Schenk zou echter alle partijen tevreden stellen. Behalve Kees Verkerk. De kasteleinszoon uit Puttershoek verslaat in zijn rit Göran Claesson en finisht in 15.04,70, terwijl Schenk de dag ervoor 15.25 nog als winnende tijd heeft getipt. Wie zal die prestatie nog verbeteren, vragen de aanwezigen in het ijsstadion zich af? De Noorse stayer Sten Stensen komt dichtbij: 15.07,08. In een poging zilver te bemachtigen gaat Schenk op zijn schema weg. Op een uitgetrapte baan, houdt hij tot de twintigste ronde die tijd vast. Maar dan komt het goud in zicht en geeft Schenk nog vier, vijf ronden voluit gas om in de verbluffende tijd van 15.01,35 te eindigen. De media putten zich uit in superlatieven. Schenk wordt omschreven als een Viking-god, de mooiste man sinds John Barrymore, de tovenaar met de gouden schaatsen. Schenk is dan ook de eerste schaatser sinds Hjalmar Andersen die drie keer goud wint.

Verkerk beleeft de teleurstelling van zijn leven. Er is veel geschreven over de rivaliteit tussen de schitterende stilist en Schenk. Maar Pfrommer benadrukt dat het toch bovenal vrienden waren. “En dat zijn ze nog. Ard gaat regelmatig bij Kees langs in Noorwegen. Ard vond het lullig voor Kees dat hij geen medaille had gewonnen, maar toen hij het goud in zicht kreeg wilde hij toch winnen.”

Na het WK op het Bislet-ijs, waar Schenk zijn suprematie nog eens onderstreepte door vier afstanden te winnen, wordt Pfrommer geconfronteerd met de persoonlijkheid van de gouddelver. “Anton Huiskes had me geadviseerd na vier jaar te stoppen, omdat je dan op elkaar bent uitgekeken. Ik wilde niet via een zijdeur afgaan en dat de indruk zou worden gewekt dat ik een mindere trainer was geworden. Daarom zei ik na de wedstrijden om de Gouden Schaats in Inzell: 'Jongens, ik denk dat ik me niet meer beschikbaar stel'. De meesten hadden begrip voor mijn argumenten. Toen stond Schenk op en sprak de woorden: 'Leen dat moet je niet doen. Blijf nog tenminste een jaar.'

“Ik besloot door te gaan en een paar weken later was ik in het sportwinkeltje van Jan Bols in Assen. Hij flapte er per ongeluk uit dat hij een week later naar Londen moest. Ik doorvragen natuurlijk en toen kwam het verhaal van de oprichting van de profbond eruit. Ik beloofde het geheim te houden, maar tot september gebeurde er niets. Ik dacht: potverdomme jongens, waarom zeggen jullie niets?

“Henk Gemser was als conditietrainer in Soestduinen die zomer ook al enthousiast met hen in de weer geweest. Maar in dezelfde maand werd op een persconferentie bekend gemaakt dat de kogel door de kerk was. Schenk, Verkerk en Bols gingen verder als prof in de ISL. Ik kreeg een hele nieuwe groep met Kuipers, Vriend en Derksen. Ik heb het altijd fair gevonden van Schenk dat hij toen aan me heeft gedacht.”

Helaas wilde Ard Schenk niet meewerken aan dit artikel. Het respect voor een groot sportman blijft.