Spanje / Portugal; Wolfraam, sardientjes en vlees

Bij het bergdorp Canfranc in de Pyreneeën kwamen ze de grens van het Iberisch schiereiland over. De goedbewaakte colonne vrachtwagens van het transportbedrijf uit Bilbao had er toen al een tocht opzitten vanuit Bern via Vichy-Frankrijk. In het douanekantoor werd de lading geïnspecteerd en ingeklaard. “Ik zag goudstaven met het opschrift Reichsbank Berlin, 1941/'42 of '43. Andere waren gemerkt met een swastika”, verklaarde een getuige, waarschijnlijk een Spaanse vrachtwagenchauffeur, na de oorlog.

Onder escorte van de Spaanse militaire politie trok de stoet richting Madrid, waar een deel van de lading werd gelost bij de Banco de España. De rest ging door, bij Badajoz de grens over, op weg naar Lissabon.

De Iberische route van het nazi-goud werd begin 1946 gedetailleerd vastgelegd in het rapport van een inlichtingenofficier van het Amerikaanse leger. Tussen mei 1943 en februari 1944 legden in totaal 280 vrachtwagens met goud de bovenbeschreven route af, zo meldde hij zijn superieuren in Washington.

Er bestaan meer aanwijzingen dat Spanje en Portugal gedurende, en wellicht ook na de oorlog, hebben gefungeerd als de landen waar een groot deel van het door nazi-Duitsland uit bezet gebied geroofde goud werd teruggepompt in het officiële handelscircuit. Formeel neutraal, maar met duidelijke sympathie voor de Duitse zaak, waren de landen uitstekend geschikt als goudwisselkantoor.

Alleen al de officieel geregistreerde hoeveelheden goud wijzen op levendig handelsverkeer. Rapporten van de Banco de Portugal en de Amerikaanse inlichtingendiensten meldden dat gedurende de oorlog de Nationale Bank van Zwitserland circa 117 ton leverde. Daaronder bevond zich naar grote waarschijnlijkheid ook een deel van het goud dat afkomstig was uit de kluizen van De Nederlandsche Bank.

Tot dusver ontkenden de Portugese autoriteiten standvastig iedere beschuldiging van grootschalige witwasoperaties. Goud en harde deviezen als de Zwitserse frank werden als betaling in het normale handelsverkeer met Duitsland geaccepteerd, zo luidde de verklaring. Portugal leverde Duitsland het metaal wolfraam, blikken sardientjes en vlees uit Zuid-Amerika. Dat deze export onmiddellijk verdween in de oorlogsindustrie, was al langer bekend, maar nu blijkt dat ook het betaalmiddel niet 'schoon' was, begint zich in Portugal enige onrust los te maken.

Zo dreigt het nieuws een lelijke smet te werpen op het 150ste verjaarfeest van Portugals centrale bank, waar men zegt dat “bij wijze van curiosum” nog enkele broodjes goud met het swastika-stempel in de kelder liggen. De centrale bank heeft inmiddels de historicus Jaoquim da Costa Leite opdracht gegeven de kwestie grondig uit te zoeken.

Afgezien van de politieke en morele kant van de zaak tegenover de rechtmatige eigenaars, kleeft er ook een historisch belang aan de goudleveranties. De omvangrijke goudaanvoer zou wel eens nieuw licht kunnen werpen op de veronderstelde economische wonderen van ex-dictator Salazar (1928-1968), die Portugal welvaart brachten.

Ook Spanje begint voorzichtig aan de speurtocht rond zijn 'oro sucio' (smerig goud), al is van politieke onrust rond het thema nog geen sprake. Het onderzoekscentrum van Simon Wiesenthal verzocht vorige maand de Banco de España haar historische archieven te openen om inzicht te verkrijgen in de goudtransacties vanuit Duitsland en Zwitserland gedurende de oorlogsjaren. Van de naoorlogse periode tot 1949 is het centrum vooral geïnteresseerd in de transacties met Zuidamerikaanse landen.

Het grootste deel van de vooroorlogse goudvoorraad werd tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) door de republikeinen overgebracht naar bankkluizen in Moskou, buiten bereik van generaal Franco. Na diens overwinning op het republikeinse kamp, werd het herstel van de goudvoorraad een van de obsessies van Franco. Tussen 1937 en 1944 kocht het verarmde Spanje in totaal 65,5 ton goud.

Evenals buurman Salazar bleek ook Franco een goede klant van de Nationale Bank van Zwitserland. Bijna tweederde van het goud, de tegenwaarde van 187 miljoen Zwitserse frank, bleek uit Zwitserland afkomstig.

Of het Spaanse regime enige notie had van de dubieuze herkomst van het goud is weinig bekend - en of het ze veel kon schelen, nog minder. Van geallieerde zijde werd tijdens de oorlog met enige regelmaat gemaand tot voorzichtigheid met de goudaankopen. Maar Spaanse historici wijzen op het grote isolement van het land gedurende de oorlogsjaren. Ramón Serrano Suñer, zwager van Franco en tot eind 1942 diens minister van Buitenlandse Zaken, zegt van niets te weten. “Als Spanje heeft meegewerkt aan een witwasoperatie van geroofd goud, dan is dat weerzinwekkend.”

Zeker is dat bij de internationale verrekening na afloop van de oorlog Spanje en Portugal er genadig van afkwamen. Portugal hoefde in 1953, op grond van de Overeenkomst van Washington, slechts vier ton van zijn goudvoorraad in te leveren bij de geallieerden. Spanje gaf na afloop van de Tweede Wereldoorlog acht goudstaven met een totaalgewicht van 101 kilo en 622 gram aan het geallieerde commando af.

De gedetailleerde rapportages over de goudroute, die zijn aangetroffen in de Amerikaanse archieven, werpen een bijzonder licht op de coulante houding van de Verenigde Staten bij de Overeenkomst van Washington. De Portugese marinebasis op de Azoren en het steunpunt voor de Amerikaanse luchtmacht in Spanje kenden in de Koude Oorlog zo hun prijs.