Problemen van EU met Turks lidmaatschap bijna onoplosbaar

Turkije voert nu fel campagne voor lidmaatschap van de EU. Maar in Brussel ziet men voorlopig alleen maar bezwaren.

BRUSSEL, 8 FEBR. Bij de Europese Unie bestaan zoveel bezwaren tegen Turks lidmaatschap, dat er voorlopig geen zicht op is dat die uit de weg geruimd kunnen worden. De rechten van de mens in Turkije, de Koerdische kwestie, de verhouding met Griekenland en de Turkse positie in de kwestie-Cyprus, worden allemaal als argumenten tegen Turkse toetreding tot de EU gebruikt. Maar daarnaast bestaat er een argument waarover niet openlijk gepraat wordt. Als voorzitter van de EU noemde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, deze week in het Europees Parlement dit “verzwegen argument” hardop: Turkije zou als “grote moslimstaat” voor sommige politici niet welkom zijn in de EU. Hij zei dit “het meest kwetsend” voor Turkije te vinden.

Officieel valt iedereen Van Mierlo hierin bij. Pauline Green, de voorzitter van de socialistische fractie in het Europees Parlement, speelt een belangrijke rol bij de opstelling van de grote meerderheid van de parlementariërs die financiële steun van de EU aan Turkije tegenhouden. “De EU heeft geen godsdienstig fundament en er kan daarom geen sprake van zijn dat tegen Turkije een religieus argument wordt gebruikt”, zegt ze. Europees commissaris Hans van den Broek zegt dat praten over een moslimland hem “rillingen” bezorgt in het jaar tegen het racisme. “Turkije is een seculiere staat met veel moslims”, zegt hij.

Maar vertrouwelijk willen Europarlementariërs wel vertellen dat ze ondanks het feit dat Turkije allang geleden een lidmaatschap van de EU in het vooruitzicht werd gesteld, het niet zien zitten om een land dat Aziatisch zou zijn en tot de moslimwereld behoort tot de Europese club toe te laten. Volgens Green heeft in het Europees Parlement een minderheid in alle fracties zo'n bezwaar tegen een Turks lidmaatschap van de EU. Ze zegt dat ze het daarom geheel eens is met Van Mierlo, die vindt dat verzwegen argumenten op tafel moeten komen en dat er openlijk discussie over moet worden gevoerd.

Van Mierlo heeft er begrip voor dat het voor Turkije moeilijk is dat terwijl van het al jaren geleden toegezegde EU-lidmaatschap maar niets komt, landen met economische en democratische problemen als Albanië en Bulgarije binnenkort met de EU over toetreding gaan onderhandelen. Hij wil dat er daarom snel een associatieraad met Turkije wordt belegd. Daar wil hij trachten te bewerkstelligen dat financiële steun die Turkije in 1995 werd toegezegd in verband met de douane-unie met de EU, werkelijk wordt verleend.

Daarbij heeft hij overigens weinig kans op succes. In de Raad van ministers van de EU wil Griekenland niet meewerken. Ook het Europees Parlement voelt hier niets voor. Europees commissaris Van den Broek vraagt zich af of het enige zin heeft om te trachten het parlement van mening te doen veranderen, zolang niet eerst Griekenland het voorbeeld van een andere opstelling geeft. Hij praat over: “De erg radicale opstelling van het Europees Parlement, die ik niet deel”.

De EU oordeelt wat de rechten van de mens betreft dat de situatie in Turkije het afgelopen jaar niet is verbeterd, maar verslechterd, en dat het land op dat gebied niet heeft meegeholpen om de afwijzende houding van het Europees Parlement te veranderen. Maar de EU vindt de relatie met Turkije van groot belang wegens de stabiliteit in de regio. De Verenigde Staten oefenen bovendien druk uit op de EU om Turkije als lid te aanvaarden, onder andere omdat Turkije als NAVO-bondgenoot heeft gedreigd anders uitbreiding van de NAVO te zullen tegenhouden. Volgens de Nederlandse Europarlementariër Piet Dankert, die voorzitter is van een gezamenlijke delegatie van het Europese en het Turkse parlement, staat daar tegenover dat als het beleid van de EU ten opzichte van Turkije Griekenland niet bevalt, dit land de gewenste uitbreiding van de EU in Oost-Europa kan bemoeilijken.

De kwestie-Turkije is voor de EU bovendien onlosmakelijk verbonden met Cyprus, dat de toezegging heeft gekregen dat het een half jaar na de herziening van het Verdrag van Maastricht tegelijk met de Oosteuropese landen met Brussel kan gaan onderhandelen over toetreding. Volgens Europees commissaris Van den Broek realiseerde Brussel zich toen Cyprus het lidmaatschap van de EU vroeg, dat eerst een einde zou moeten worden gemaakt aan de tweedeling van dit eiland. De aanvraag voor toetreding niet in behandeling nemen zolang Turkije zich niet van het eiland had teruggetrokken, zou Cyprus echter een gijzelaar van Turkije maken, was de redenering. Maar omdat de aanwezigheid op Cyprus Ankara veel geld kost, werd verondersteld dat Turkije wel tot medewerking zou kunnen worden bewogen om het Cyprische probleem op te lossen.

Uiteindelijk zou de relatie tussen Griekenland en Turkije hierdoor ook verbeteren. Maar na nieuwe Grieks-Turkse incidenten in de Egeïsche Zee zag Van den Broek in dat oplossing van het probleem-Cyprus tegelijkertijd met verbetering van de Grieks-Turkse relatie er niet in zat. Europarlementariër Dankert: “Van den Broeks strategie is vaak prachtig, zolang je hem niet aan de praktijk behoeft te toetsen.”

Van den Broek vindt nu dat de EU in samenwerking met de Verenigde Naties en de Verenigde Staten moet gaan werken aan een oplossing van het probleem van de deling van de toekomstige lidstaat Cyprus. Vermindering van de spanning tussen Griekenland en Turkije moet volgens hem als een aparte zaak worden behandeld waarvoor de hulp van de VS nodig is, omdat Turkije de EU te veel beschouwt als een partner van Griekenland. Volgens Van Mierlo is de rol van de VS “onmisbaar” omdat Amerika “een brugfunctie richting Turkije kan vormen”.

Europarlementariër Green vindt het echter “niet aanvaardbaar” als afronding van de onderhandelingen over toetreding van Cyprus tot de EU straks afhankelijk wordt van een akkoord tussen Griekenland en Turkije. “Cyprus is een soeverein land”, zegt ze. “Ons was verteld dat Cyprus lid van de EU zou kunnen worden, als wij akkoord gingen met een douane-unie met Turkije. Als er nu nieuwe voorwaarden komen, wordt Cyprus in feite gijzelaar van Turkije.” Ze haalt fel uit naar Turkije, dat volgens haar beloften over de rechten van de mens, behandeling van Koerden en Cyprus moet nakomen en niet moet klagen dat het oneerlijk wordt behandeld. Ze ontkent niet dat de douane-unie met Turkije financieel geheel in het voordeel van de EU is. “Dat hebben we Turkije tevoren gezegd. Maar de Turken wilden die douane-unie toch.” Ze toont er veel begrip voor dat Griekenland de EU wantrouwt en daarom uitbetaling van toegezegde financiële steun aan Turkije van zo'n 800 miljoen gulden blijft tegenhouden.

Volgens Green toont de wens van de EU dat de VS een rol spelen “dat Europa niet de politieke moed kan vinden om moeilijke zaken op te lossen”. Maar ze voegt daaraan toe: “Ik verwacht niet dat de Amerikanen ook werkelijk iets zullen doen. Het is te moeilijk voor ze. Ze zullen alleen blijven roepen dat de EU aardiger moet zijn tegenover Turkije.”

Volgens Van Mierlo behoren Turkije en Cyprus tot de “hoofdzorgen” van het Nederlandse voorzitterschap van de EU. Hij weigert commentaar op het feit dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië onlangs met hun Turkse collega Tansu Çiller in Rome overlegden zonder dat hij daarbij uitgenodigd was.

Volgens recente opiniepeilingen wil 32 tot 36 procent van uw bevolking bij de NAVO horen. Uw land is verdeeld over de relatie met de NAVO.