Otters gebruiken graag passages bij bruggen en duikers

De laatste officiële Nederlandse otter stierf op een autoweg. Wil de visotter (Lutra lutra) ooit nog een niet al te riskante come-back maken in Nederland, dan zal men de weg moeten bereiden voor de soort.

Maar werken faunapassages, die andere wilde dieren al goede diensten bewijzen, ook voor otters? In Denemarken is dat nu uitgezocht. Daar is de aanwezigheid van de otter inmiddels vrijwel beperkt tot het noorden van Jutland. Naast verdrinking in visfuiken - met een eenvoudige technische aanpassing te voorkomen - is verkeerssterfte een belangrijke bedreiging voor die populatie (Lutra 39/2, 76-90). Vooral otters die zich langs een oever bewegen en hun weg versperd zien door een verticaal oprijzende betonwand, begeven zich op de autoweg en vallen daar als slachtoffer.

In feite is het niet mogelijk het aantal otters dat door het verkeer sterft te schatten. Een onderzoek in Frankrijk bijvoorbeeld kwam uit op vijf procent van de volledige populatie per jaar. Maar otters zijn sterke doorzetters, die ook als ze bij een aanrijding dodelijk gewond zijn soms nog dagen leven en zelfs verder trekken. Veel karkassen worden dus nooit gevonden en zeker niet op de plek des onheils. Maar vast staat dat het verkeer een steeds belangrijker onnatuurlijke levensverkorter voor Europese otters is.

Van de 115 slachtoffers die over vijftien jaar in het Deense gebied konden worden verzameld, waren de wat treklustiger mannetjes in de meerderheid. Meer dan de helft van de dieren bleek volwassen; de sterfte beperkt zich niet tot onervaren jonge dieren. Directe observaties van het weggedrag van otters maakten duidelijk dat de dieren niet goed de snelheden van naderende auto's schatten. Ook bleek dat zelfs zeer ervaren otters nog steeds niet geleerd hadden het verkeer te ontlopen, terwijl ze het vermijden van bijvoorbeeld gevaarlijke soorten visfuiken snel onder de knie hebben. Kortom, otters zijn hardleerse weggebruikers. Ze kunnen wel wat hulp gebruiken.

Hun bewegingen beperken zich niet tot waterpartijen. Op hun tochten van het ene waterrijke gebied naar het andere volgen ze zoveel mogelijk de kortste weg, maar doorgaans laten ze zich wel sterk leiden door beken en sloten. De laatste jaren zijn in Jutland daarom bij bijna vijftig bruggen speciale passages aangebracht en hetzelfde gebeurde nabij een aantal nauwe duikers. Een betonnen doorgang onder een brug kan bijvoorbeeld via drijvende, bevestigde loopplanken van hardhout aantrekkelijker gemaakt worden voor otters. Wat regenwoud-vriendelijker is de aanpak met taluds van gestapelde granietkeien. En naast smalle, natte duikers waarin stroompjes onder de weg passeren, kunnen ruimer bemeten droge duikers worden aangebracht.

De effectiviteit van die constructies kan eenvoudig gemeten worden: otters markeren graag objecten langs hun route. De mate waarin een veilige passage wordt gemarkeerd in vergelijking met die over de weg geeft de populariteit aan. Die blijkt voor de hier genoemde oplossingen hoog te zijn, met een navenant kleiner aantal slachtoffers. De lengte van de passage maakt daarbij weinig uit. Voor de letterlijk wat kortzichtige otters is er inderdaad geen noemenswaardig 'tunneleffect'. De lengte van de onderdoorgang in relatie met de maat van de in-en uitgang speelt geen rol bij de keuze voor het toch maar bovenlangs passeren van de weg.

Het effect van bijkomende afrasteringen, soms toegepast om otters de goede kant op te sturen, is gemengd. Zo'n één meter hoog raster sluit weliswaar een stuk van de weg af, maar otters laten zich niet makkelijk sturen. Het kan gebeuren dat een otter even vrolijk met zijn kenmerkende tred de andere kant op huppelt, om tientallen meters verder alsnog de weg te betreden. En het onderhoud van afrasteringen blijkt duur, ten gevolge van beschadiging door menselijke voetgangers die zich ook niet laten sturen. Ook uit landschappelijk oogpunt beveelt de Deense studie aan het afrasteren te beperken tot erkend levensgevaarlijke 'black spots' die al meer otterslachtoffers hebben geëist. Het gecombineerd gebruik van speciale passages en afrasteringen vermindert de regionale otter-verkeerssterfte met zeventig procent; zonder afrasteringen is dat percentage vijftig. Overigens bleken ook hermelijnen, nertsen en woelratten, steenmarters en huiskatten de passages te waarderen. Dus we hoeven in Nederland niet eens op de otter te wachten.

    • Frans van der Helm