Ook Mercurius heeft een asymmetrische korstverdeling

Metingen met kunstmanen aan het gravitatieveld van de aarde hebben uitgewezen dat het middelpunt van de (afgeplatte) aardbol niet precies samenvalt met het massacentrum van de aarde.

Niet bekend

De onderzoekers maakten gebruik van de radarwaarnemingen die in de afgelopen dertig jaar aan Mercurius waren verricht. Die waarnemingen, waarbij gebruik werd gemaakt van radiotelescopen te Goldstone (Californië), Arecibo (Puerto Rico) en Haystack (Massachusetts), hadden onder andere tot doel hoogtekaarten van het oppervlak van Mercurius te maken, maar met behulp van deze hoogten kan ook nauwkeurig de vorm van de planeet worden afgeleid. Doordat Mercurius om een as wentelt die bijna loodrecht staat op zijn baanvlak, is die vormbepaling beperkt tot het gebied rond de evenaar, maar dat is geen bezwaar omdat zich in die richting ook het massacentrum van Mercurius bevindt.

Uit een analyse van 629 hoogtemetingen, onlangs gepubliceerd in Icarus (124, p. 690), blijkt dat ook bij Mercurius het middelpunt van de bol niet samenvalt met het massacentrum, maar er 640 meter van afwijkt. Bij de aarde, de maan, Venus en Mars is deze afwijking een gevolg van het feit dat de korst op (een deel van) het ene halfrond wat dikker is dan op het andere halfrond. Zo ligt het middelpunt van de maanbol ongeveer 2 km verder van de aarde af dan het massacentrum van de maan: de korst aan de achterzijde van de maan is wat dikker dan die aan de naar de aarde toegekeerde zijde. Bij de aarde bedraagt het verschil tussen de twee middelpunten 2,1 km, bij Mars 3,6 km en bij Venus is het slechts 300 meter.

De onderzoekers hebben berekend dat het verschil in de gemiddelde korstdikte tussen de twee halfronden van Mercurius, rekening houdend met het verschijnsel van de isostasie (het evenwicht in de lithosfeer), 12 km of minder bedraagt. Dit is een waarde die vergelijkbaar is met die bij de maan. Jammer genoeg is bij Mercurius het middelpunt van de planeetbol verschoven in de richting van dat deel van het oppervlak waarvan de Amerikaanse fotoverkenner Mariner 10 in 1974 en 1975 geen opnamen kon maken. Men kan dus niet zien of de verschuiving inderdaad samenhangt met bepaalde oppervlaktestructuren. En helaas is het Europese project voor een onbemande Mercurius-verkenner, die de planeet in het begin van de volgende eeuw geheel in kaart zou brengen, vorige maand juist in de ijskast gelegd.