Onderzoek FDA na dood kinderen: Bedrijf betrokken bij giftig medicijn

ROTTERDAM/PORT AU PRINCE, 8 FEBR. Een bedrijf uit Alphen aan den Rijn heeft giftige, uit China afkomstige glycerine van etiketten voorzien waaruit moest blijken dat deze grondstof geschikt was voor medicinaal gebruik.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) naar de dood van in ieder geval zestig, maar mogelijk tachtig kinderen in Haïti. Zij overleden vorig jaar door gebruik van paracetamolsiroop tegen koorts, keel- en hoofdpijn, waarin de glycerine was verwerkt. De glycerine was vermengd met een giftig anti-vriesmiddel.

FDA-functionarissen zijn vorige zomer ingeschakeld door de Haïtiaanse overheid om de herkomst te achterhalen van de giftige glycerine. FDA-medewerkers zijn daarvoor in verschillende landen geweest, waaronder ook Nederland. Deze krant heeft documenten van dit FDA-onderzoek met een beroep op de Amerikaanse Freedom of Information Act in bezit gekregen.

Uit het FDA-dossier blijkt dat het Alphense bedrijf Vos nadrukkelijker bij de Haïti-affaire is betrokken dan tot nu toe werd aangenomen. Minister Borst (Volksgezondheid) antwoordde vorig jaar oktober op vragen van de Tweede-Kamerleden Verspaget (PvdA) en Varma (Groen Links) dat Vos de naar Haïti verscheepte glycerine 'direct' had doorverkocht aan een Duits bedrijf. Uit het FDA-dossier blijkt echter dat de vaten enkele maanden waren opgeslagen in een door Vos gehuurd magazijn in de Rotterdamse haven. Een woordvoerder van de minister zegt dat het departement nog niet beschikt over de bevindingen van de FDA. Uit het FDA-dossier blijkt verder dat de firma Vos zich bij de etikettering baseerde op een via een tussenhandelaar doorgespeeld analysecerticaat uit China, waarop noch de naam van het betreffende laboratorium noch een handtekening stond. Een FDA-functionaris spreekt hierover zijn verbazing uit. Een topman van het Duitse moederbedrijf van Vos zegt in een reactie dat dit een normale gang van zaken is. Farmacoloog dr.J. Zuidema van de Universiteit van Utrecht noemt dat echter “volstrekt onverantwoordelijk”. “Een leverancier kan zich niet beroepen op een ongesigneerd analyse-certificaat als hij, zoals Vos BV, het gekenmerkt heeft als een farmaceutische grondstof.” Ook een later geleverde partij giftige glycerine uit China blijkt door Vos van dezelfde etiketten te zijn voorzien.

De Nederlandse advocaat mr.E. van der Wolf onderzoekt met een Duitse collega namens getroffen Haïtiaanse ouders en het betrokken Haïtiaanse farmaceutisch bedrijf de mogelijkheden voor civielrechtelijk en strafrechtelijke actie tegen de firma Vos. De advocaat uit Soest laakt de 'passiviteit' van de Nederlandse officier van justitie, die hij in oktober vorig jaar in een brief om strafrechtelijk actie vroeg. Minister Borst gaf vorig jaar oktober in antwoord op de Kamervragen al aan dat de regelgeving voor farmaceutische grondstoffen minder strikt is dan voor geneesmiddelen. In EU-kader overweegt men de regels te verscherpen.