O.J.

In de jaren van de Franse Revolutie was aan processen met een openbare dramatische ontknoping geen gebrek, maar er was nog geen televisie.

Om de afloop live te kunnen meemaken moesten de mensen naar het plein waar het schavot met de guillotine stond. Als er een ontknoping ophanden was, wat het publiek voelde aankomen - het zat in de lucht - waren de eerste rijen al de dag tevoren bezet door de tricoteuses, dames die verder niets te doen hadden of de verleiding niet konden weerstaan, en die de uren van het wachten toch nuttig doorbrachten met breiwerk.

Dinsdagavond waren in de Verenigde Staten de dagen van de tricoteuses teruggekeerd. Het zat steeds sterker in de lucht. 's Ochtends zou het nog een paar dagen kunnen duren voor de jury van het proces tegen O.J. Simpson zich zou uitspreken. De New York Post, die alles altijd het eerst weet, had gemeld dat er chaos heerste. Een jurylid had verzwegen dat ze een nichtje bij de rechtbank had en was daarom vervangen. O.J. rekende op een mistrial en was 's avonds naar een partijtje gegaan wat de bloeddorst van het huisorgaan der tricoteuses nog had doen toenemen. 'PARTYTIME FOR O.J..' Maar terwijl de middag vorderde, kwamen er meer aanwijzingen dat de rechtsgang niet uit de hand zou lopen. De Post had zich vergist.

Toch maar gaan eten, voor alle zekerheid dicht in de buurt, in een klein restaurant waar twee televisies verschillende programma's vertonen, links basketbal, rechts de sport van O.J. Wat met O.J. zou gebeuren, werd niet interessant genoeg gevonden om er de sport voor af te zetten.

Dat er nu een andere sfeer heerste was niet de schuld van O.J. Bij het binnenkomen had ik kennelijk niet goed opgelet. Aan het tafeltje naast me, praktisch onder handbereik, zat iemand die niemand anders dan de kleinzoon van Al Capone kon zijn. Een man van een jaar of veertig, in een duur bruin pak en een witte coltrui. Dure ringen aan verscheidene vingers. Hij rookte onafgebroken sigaretten. Tegenover hem zat een meisje van een jaar of twintig, ook gehuld in kleren die niet bij Robbins waren gekocht. Hij bewoog, hij keek en hij sprak als Al Capone, d.w.z. als een agressieve ratel en hij had een glas cognac voor zich. Naast hem stond zijn knecht die hem telkens vuur gaf. Van dit gezelschap ging een sfeer van onzegbaar geweld uit, een terrorisme waardoor je om te beginnen dacht: Niet kijken! en dan toch even moest kijken. Aangeklede pitbulls. Het zou me benieuwen wanneer ze gingen schieten, of misschien de deur open zou gaan waarna iemand van de John Dillinger-familie het vuur opende. Wat dan? Meteen plat op de grond leek me het beste.

Maar Al jr. werd dronken. Dat zou de Godfather niet goed vinden. Zijn knecht hees hem in zijn bruine nappajas en ze verdwenen zonder dat de oorlog was uitgebroken. Terug naar mijn eigen televisie, naar O.J. en naar de president die zijn State of the Union ging uitspreken. Embarras du choix! Maar de networks hadden er iets op gevonden. De president aan het woord en daaronder van tijd tot tijd het nieuws over de stand van zaken in Los Angeles geprojecteerd. Ik keek naar CBS. Ik zag dat de president er zin in had, zelfs af en toe, als er flink werd geklapt, zijn onderlip hard tegen zijn bovenlip drukte, wat bij hem het teken is dat hij beseft de baas te zijn. Ieder Amerikaans kind moest op den duur zelf een computer hebben, zei hij. Was dat niet een idee van Newt Gingrich? Zijn aartsvijand liet niets merken, klapte braaf mee. Ik las: DE UITSPRAAK KAN IEDER OGENBLIK KOMEN.

Nog geen seconde was de president uitgesproken of daar kwam Dan Rather - voor degenen die hem niet kennen het best te beschrijven als de Joop van Zijl van CBS. Veteraan, door en door professioneel, maar met behoud van de menselijkheid die hem in staat stelt te laten merken dat het nieuws aan hem persoonlijk niet ongemerkt voorbijgaat. Dan Rather was met het nieuws zwaar geladen. O.J. was door de jury verantwoordelijk bevonden voor de dood van Nicole Brown Simpson en Ronald L. Goldman. Hij moet 8,5 miljoen dollar betalen.

Daar kwamen de tricoteuses en de tricoteurs de straat op. En de volgende ochtend de New York Post. Voor wie gelooft dat O.J. het heeft gedaan een nationaal feest, de vreugde van het gelijk en de zoetheid van de revanche. Voor de anderen de verbittering, maar ook een bevestiging van een gelijk. En voor wie het niet wist en nog niet weet? De blijvende vraag: wat gaat er in dat benige hoofd om, waarom is er, voor deze ene keer niet een deurtje achter het voorhoofd waardoor je in de hersens kunt lezen?

Tenzij er een ander mens leeft, in dat geval de werkelijke dader, die kan bewijzen, onomstotelijk, dat hij het heeft gedaan, raakt Amerika er nooit over uitgepraat. Dat is het ongelofelijke van het drama: één mens, wiens macht alleen nog voortkomt uit wat hij gedaan heeft - uit zijn verleden - is in staat al meer dan tweeëneenhalf jaar lang miljoenen bezig te houden, ruzie te laten maken, te laten praten en schrijven; nu ook mij. Amerika: behalve veel anders, ook het land van de doorlopende voorstelling.