Nastase schonk de ondervloer

BOEKAREST, 8 FEBR. De twee studenten van de polytechnische universiteit hadden in de voorverkoop 10.000 lei betaald voor hun kaartje, ongeveer drie gulden. Heel wat, als je moet rondkomen van een beurs van 86.000 lei.

Na afloop van de eerste dag van het Davis-Cupduel tussen Roemenië en Nederland in de eerste ronde van de wereldgroep, bleek hun kaartje het geld waard. Roemenië doet voor het eerst sinds 1984 weer mee met de zestien beste tennislanden. Adrian Voinea en Andrei Pavel hebben in Roemenië nog niet de faam verworven die Ilie Nastase (nu nachtclubeigenaar en mislukt politicus) en Ion Tiriac (nu onder meer bankier) genieten sinds hun successen in de jaren zeventig, maar ze wonnen gisteren met gemak van Paul Haarhuis en Jan Siemerink. Roemenië heeft voor de zege nog één punt nodig uit de drie resterende duels.

Anders dan in Rusland, waar Boris Jeltsin tennis introduceerde als sport voor de nieuwe rijken, krijgt tennis in Roemenië nauwelijks steun van de overheid. Er zijn ongeveer 25.000 geregistreerde tennissers, tegenover ruim 700.000 in Nederland. “Tennis is duur”, zegt een van de studenten. “Je hebt rackets nodig en ballen.” De Roemeense tennisbond moest deze week behoorlijk improviseren. De favoriete ondergrond van de spelers, gravel, was te duur, dus ligt er een plastic taraflex-vloer, een cadeautje van Tiriac. De houten ondervloer is door Nastase gedoneerd. Het licht bleek veel te zwak, maar Philips was bereid extra lampen op te hangen. Het publiek was niet op de hoogte van de tennis-etiquette, opgesteld in het Victoriaanse Engeland. Het begroette een dubbele fout van een Nederlander met groot enthousiasme, het siste treiterend om stilte als Haarhuis en Siemerink gingen serveren.