Column

Majesteit

Waarom ik woensdagavond zo somber klonk door de telefoon? Omdat ik me bloedeenzaam voelde. Ik belde U vanuit de catacomben van het ooit door u geopende Chassé Theater in Breda en stond eerlijk gezegd te vechten tegen mijn tranen. Ik leg het U uit.

Als scholier heb ik ooit vakantiewerk gedaan op een brandblusapparatenfabriek en heel goed gekeken naar die slangen op haspels monterende mannen. Wachtend op de bevrijdende zoemer van half vijf deden zij hun werk. Dat nooit, dacht ik toen en dat is een van de redenen waarom ik altijd vlinderend een podium betreed, fluitend mijn wekelijkse brief aan U schrijf en twinkelend aan nieuwe liedjes en programma's zit te werken. Ver weg van de lopende band. Nooit afslag industrieterrein De Zandvliet.

Afgelopen dinsdag mocht ik in Breda op een knop drukken, een speakertje vroeg wie ik was en na het noemen van mijn naam ging het roodwitte balkje omhoog. Bij de artiesteningang is een portiersloge met zo'n nep-agent die via zestien monitoren alle hoeken van het gebouw in de gaten houdt. Alleen mocht ik de catacomben niet in en werd door een aardige meneer naar mijn kleedkamer gebracht. Door een portofoon zei hij: “Hier Jan voor Rini!”

Waarop de porto antwoordde: “Hier Rini. Zeg het maar Jan!”

En toen vroeg Jan: “Mag ik licht in de kleedkamer van Youp van 't Hek? Hij speelt in de VSB-zaal.” Binnen vijf seconden floepte het aan. En niet alleen in mijn kleedkamer, maar in alle elf kleedkamers van de VSB zaal. En dat kan niet anders.

De directeur van het Chassé liet mij even later de grote zaal zien. In mijn ogen een onpersoonlijke abonnementenbak van dertienhonderd plaatsen, maar hij zei: “Intiem hè?”

Ik dacht: hoe kunnen twee mensen op exact hetzelfde moment in precies dezelfde ruimte zo anders tegen iets aankijken? Ben ik nou echt zo dom, gevoelloos en blind? Of valt er over smaak inderdaad niet te twisten?

Ik maakte van mijn hart geen moordkuil en vertelde hem hoe verschrikkelijk ik zijn Venco-zaal vond. Venco-zaal is geen grapje. Zo heet dat ding echt.

Zelf heb ik een jaar geleden gekozen voor de zogenaamde middenzaal met het beschaafde aantal van zevenhonderd stoelen. Een zwarte doos heet dat in mijn vak en met deze zaal is niks mis. De voorstelling ging goed. Veel gelachen, geprobeerd te ontroeren en zoals altijd hoopte ik maar weer dat het publiek tien procent van mijn goede bedoelingen mee naar huis zou nemen. Tot vlak voor tijd ging het volgens plan. Toen gebeurde het: iemand van het theater dacht aan het applaus te horen dat het afgelopen was en gooide alle zaaldeuren open. Een zee van licht stroomde naar binnen. Het deed mij denken aan mijn tante Trudy die vroeger op die manier een leuk verjaardagsfeestje beëindigde onder het motto: mooi geweest, genoeg gelachen, morgen is er weer een dag. Ik vloekte de deuren dicht en dacht aan de zoemer. Ik strafte de deurenman met een drie keer zo lange epiloog, heb het publiek daarin nog een keer uitgelegd waarom we uiteindelijk aan totale smakeloosheid kapot gaan, heb de portier zijn CAO getart door nog een toegift te geven en heb toen zelf de deuren maar opengegooid. De airco kon op nacht. Morgen dromt een nieuw publiek in de veel te protserige hal van dit uit de hand gelopen dorpshuis. Breda moet deze erectie van een paar cultuurbarbaren zowel architectonisch als financieel nog minstens vijftig jaar meetorsen. Toen ik een kwartier na afloop wilde douchen was het licht in mijn kleedkamer uit. Ik denk dat de computer dat doet! Woensdagavond hield ik mijn slotconférence over de radeloosheid van de moderne manager en toen ging gelukkig bij iemand in het publiek de telefoon. Ik had geen zin in grappen en heb de man in mijn eigen radeloosheid total loss gescholden. En daarom was ik zo somber woensdagavond. Ik heb mijn contract netjes uitgediend, maar toen gisteren het Bredase slagboompje achter mij dichtviel heb ik niet omgekeken. Alleen gedacht: jammer voor Breda, maar hier kom ik nooit en nooit meer terug. Waarom niet? Omdat ik mezelf ooit beloofd heb: nooit in een fabriek. Was ik maar koningin, dan had ik deze zorg nooit gehad. Een tedere omhelzing van een zoetzure

PS. Zie ik U nog op de AutoRAI of stuurt U Uw chauffeur?