Lutherse kerk in zijn eentje te zwak

Woedend waren sommige lutheranen. Zonder hen erin te kennen vatte de hervormde synode enkele weken geleden het plan op de opleiding voor hervormde predikanten in Amsterdam op te heffen.

Dat op zichzelf zou zo erg nog niet zijn, maar daarmee zou automatisch ook het lutherse predikantenseminarium verdwijnen. Dat pikten ze niet en dus lieten sommige, door heilige woede gedreven lutheranen al spoedig weten dat ze geen heil meer zagen in verdere pogingen tot een hervormd-gereformeerd-lutherse kerkfusie te komen.

Van woede en kwaadheid is weinig te merken bij dominee Trinette Verhoeven (35). Na discussies in de hervormde synode vertrouwt zij erop dat beter rekening gehouden zal worden met lutherse belangen. Verhoeven is predikante van de in 1611 gestichte lutherse gemeente in Den Haag die vandaag de dag nog achthonderd leden telt. Hun kerkgebouw uit de achttiende eeuw aan de Lutherse Burgwal heeft een prachtig, wereldvermaard Bätz-orgel. Vijf jaar geleden had de gemeente nog twee predikanten. Nu staat dominee Verhoeven er alleen voor. Al tien jaar oefent zij het predikantschap uit. De eerste acht jaar na haar studie in Amsterdam bracht ze door in Haarlem.

Verhoeven voelt zich vooral aangetrokken tot de grondnotie van het lutherse geloof, dat de essentie van het geloof is terug te brengen tot één punt, namelijk Jezus Christus. Een ander, bijna even belangrijk hoofdpunt is dat de vorm en de structuur van de kerk er niet zo veel toe doen als men het maar eens is over de leer van het evangelie en over de juiste bediening van de sacramenten (doop en avondmaal).

Als daarover overeenstemming en zekerheid bestaan, kunnen lutheranen zich volgens Trinette Verhoeven “makkelijk voegen en goed met anderen samenwerken”. Daarom voelt zij er ook niets voor om de groeiende samenwerking met hervormden en gereformeerden, die uiteindelijk tot een kerkenfusie moet leiden, te verbreken. “Toen we in 1985 met 'Samen op weg' begonnen, heeft onze synode daar niet zo maar toe besloten. Er stak een heel duidelijke visie achter. Die moeten we nu niet loslaten, want in de concept-kerkorde, de grondwet van de drie fusiekerken, zijn ook heel duidelijke lutherse trekjes terecht gekomen. Aan het geheel hebben wij iets van onze eigen smaak toegevoegd.”

Als voorbeeld van die eigen smaak noemt Verhoeven 'de moed om te zijn', waar de Duits-Amerikaanse, lutherse theoloog Paul Tillich in de jaren vijftig in zijn (niet meer te krijgen) boekje The courage to be over sprak. “Misschien is dat wel het mooiste boek dat ik heb. Hij had het over de redding van de menselijke persoonlijkheid die mogelijk is door de gerechtigheid van God.”

Wereldwijd vormen de 55 miljoen lutheranen die hun geloofstradities ontlenen aan de Duitse reformator Maarten Luther (1483-1546), een van grootste confessionele families. Hoewel Luther nooit een nieuwe kerk had willen stichten die zijn naam zou dragen, zijn er nu toch circa honderd nationale lutherse kerken. Vrijwel allemaal zijn ze aangesloten bij de in Genève - de stad van Calvijn - gevestigde Lutherse Wereldfederatie. De grootste lutherse kerken, die soms het karakter van staatskerk hebben, vindt men in de Scandinavische landen, in Noord-Duitsland en in de Verenigde Staten.

De 'Evangelisch-Lutherse Kerk in het koninkrijk der Nederlanden' is maar een klein kerkgenootschap dat niet meer dan twintigduizend leden heeft en het financieel niet zou redden zonder steun uit het buitenland, van de Nordelbische Landeskirche in Duitsland. De lutherse kerk heeft in totaal tweeëndertig predikanten onder wie vijftien vrouwelijke. Voor veel werk dat zou moeten worden gedaan, heeft de kerk onvoldoende mankracht beschikbaar. Om die reden kon de lutherse kerk niet meedoen aan de voorbereidingsbesprekingen van de kerkenfederatie die onlangs in Utrecht is tot stand gekomen.

“We moeten oppassen dat we niet alle aandacht op onszelf richten en alleen maar aan ons eigen voortbestaan denken”, zegt Verhoeven. “We willen in een groter verband worden opgenomen. Niet alleen omdat we het op ons eentje niet meer uithouden, maar vooral omdat we als kleine kerk een aantal belangrijke taken niet kunnen waarmaken. Willen we ook voor vluchtelingen kunnen werken en allerlei andere maatschappelijke taken kunnen oppakken, dan moet dat in een groter verband met gereformeerden en hervormden.”