Kleiner schrijven is mogelijk met een optische stethoscoop

Microstructuren op chips worden voor het grootste gedeelte aangebracht met behulp van licht. Door de voortschrijdende miniaturisering zijn de grenzen van deze lithografische techniek ongeveer bereikt.

Een lichtbundel kan namelijk niet tot een willekeurig klein punt worden gefocusseerd. Al in de negentiende eeuw werd aangetoond dat de resolutie van elke optische techniek - de kleinste structuren die nog afzonderlijk kunnen worden afgebeeld - ongeveer gelijk is aan de helft van de golflengte van het gebruikte licht, dat wil zeggen een paar honderd nanometer (een nanometer is een miljoenste millimeter).

Wellicht kan een gewoon doktersinstrument als alternatieve techniek dienen. Met een stethoscoop is een arts in staat de plaats van het hart tot op enkele centimeters nauwkeurig bepalen. Op zichzelf is dat wonderlijk, omdat de golflengte van de geluidsgolven in de orde van enkele meters ligt. Doordat deze worden gedetecteerd via een buisje met een opening die klein is ten opzichte van de golflengte kunnen toch kleinere structuren worden 'gelokaliseerd'. Al eerder is aangetoond dat een zelfde effect opgaat voor licht. Onderzoekers van het Physikalisches Institut in Münster zijn er onlangs in geslaagd om met behulp van een optische stethoscoop of SNOM (Scanning Near-field Optical Microscope) veel kleinere patronen te schrijven dan tot nu toe met licht mogelijk was (Scanning, november 1996). Bovendien werd dit gedaan op fotogevoelige materialen die ook in de praktijk op grote schaal worden gebruikt. De breedte van de geschreven lijnen lag rond de honderd nanometer. Veel kleiner kon nog niet. De lijnen werden anders te ondiep om goed te kunnen worden 'ontwikkeld'. Wanneer echter zeer dunne lichtgevoelige laagjes zouden worden gebruikt, zou de resolutie volgens de auteurs vrij eenvoudig beneden de 10 nanometer kunnen worden gebracht.