'Kabinet had technolease moeten melden'; Karel van Miert: Ernstige zaak

BRUSSEL, 8 FEBR. Karel van Miert kan zijn irritatie al binnen de minuut nauwelijks onderdrukken. Ruim een uur eerder heeft premier Kok in Den Haag zijn licht laten schijnen over de technolease. De minister-president haalde de landsadvocaat aan, die in 1993 de Europese toets op de technolease had losgelaten en er zijn goedkeuring aan hechtte. Vandaar dat het kabinet-Lubbers/Kok naliet de voor Philips en de Rabobank getroffen regeling à 2,8 miljard gulden in Brussel te laten toetsen op concurrentievervalsing.

Van Miert, Europees commissaris belast met mededinging: “Ik ken het advies van die landsadvocaat niet maar deze zaak had hier moeten worden aangemeld. Als er ook maar enige twijfel kan bestaan over de vraag of het om staatssteun gaat, moet men ons verwittigen. Zo zijn de Europese spelregels en zo moeten ze worden nageleefd. Er is maar één instantie in Europa bevoegd om dit te beoodelen en dat is de Europese Commissie. De landsadvocaat is geen partij”, zegt de Belgische commissaris resoluut.

Van Miert besloot deze week opheldering te vragen over de Philips-technolease. Met een beroep op het niet nakomen van de meldingsplicht heeft Nederland - in Europa één van de vurigste vechters tegen staatssteun - hoe dan ook de Brusselse regels overtreden. Van Miert maakt er geen geheim van dat dit “een ernstige zaak” is. Volgens de Belgische socialist is het een “illegale handeling” als een dergelijke melding uitblijft.

Hij legt uit: “Ik heb veel respect voor Wim Kok. Hij is een van de allerbesten van Europa. Maar respect of vriendschap tellen niet in mijn afwegingen. Felipe Gonzales is al jarenlang een groot vriend, we schelen enkele dagen in leeftijd, ik trek al jaren met hem op, maar toen zijn kabinet de regels overtrad heb ik ingegrepen. Niet in orde is niet in orde.” Wat dat inzake de Philips/Rabobank-technolease betekent, moet formeel de komende maanden blijken. De procedure ligt vast. Eerst zal er een brief van Van Miert aan het Nederlandse kabinet uitgaan waarin hij opening van zaken vraagt. Na het antwoord uit Den Haag stelt hij detailvragen, “dan gaan we de diepte in”. Vervolgens valt het besluit: een officieel onderzoek of niet.

De Brusselse regels die Van Miert schetst, afgezet tegen de al door de Algemene Rekenkamer gerapporteerde feiten, maken evenwel helder dat het Nederlandse kabinet nauwelijks nog zal kunnen ontkomen aan een zware Brusselse sanctie.

Van Miert: “Alle overheidssteun is verboden tenzij ze wordt toegestaan door de Europese Commissie. Iedere steunmaatregel die een lidstaat neemt moet worden genomen op basis van toetsbare en objectieve criteria. Die criteria moeten ervoor zorgen dat de overheidshulp 'algemeen geldend' is, dat wil zeggen: toegankelijk voor alle ondernemingen. Anders is het concurrentievervalsing en daar treden wij tegen op.”

Dat er bij de Philips-technolease geen sprake was van 'objectieve criteria' en een toepassing van een 'algemeen geldende regel' blijkt uit het rapport dat de Algemene Rekenkamer vorig jaar publiceerde. Het ministerie van Financiën, aldus de Rekenmkamer, stelde pas na de acceptatie van de technolease tussen Philips en de Rabobank een werkgroep in “die de opdracht kreeg criteria op te stellen” voor dergelijke transacties.

Uit datzelfde rapport blijkt bovendien dat van een 'algemeen geldende regel' toentertijd geen sprake was: nog voordat het kabinet de Philips-technolease toestond, werd een zelfde voorstel van Daf afgewezen, rapporteerde de Rekenkamer.

Van Miert toont zich verbaasd maar wil niet op deze gegevens ingaan. Hij zegt eerst de antwoorden van het Nederlandse kabinet op zijn vragen te willen afwachten. “Het rapport van de Rekenkamer zullen we ook zeker bij uw regering opvragen.”

De oud-voorzitter van de Vlaamse socialisten, sinds 1989 Europees commissaris, is een van de meest ervaren Brusselse bestuurders. Hij kent de valkuilen van de Europese politiek, en al helemaal de “trucs die overheden hanteren om zich aan de staatssteunregels te onttrekken”.

Hij kwam eerder al in aanraking met een Hollandse technolease bij het onderzoek dat hij liet verrichten naar de Nederlandse steun aan Fokker. Het dossier dat over de vliegtuigbouwer in Brussel werd aangelegd was “zeker ernstig”, zegt hij, maar bleef in de la liggen nadat Fokker begin 1996 failleerde. Het verbaast hem dat de Philips-technolease altijd buiten het Brusselse blikveld is gehouden. “Wij wisten hier in het geheel niets van”, zegt hij met fronsend.

“Een op de tien gevallen die we onderzoeken wordt niet zelf aangemeld. Maar het komt vaker voor, zoals ook in het geval van Philips, dat een politicus zijn mond voorbij praat en de zaak in de publiciteit brengt.”

Pag.18: Pressie doet Van Miert niets

Van Miert geeft een ander voorbeeld van een geval waarbij een politicus zijn mond voorbij praatte: “De Spaanse minister van Economische Zaken maakte een jaar geleden in de verkiezingsstrijd bekend dat hij arbeidsplaatsen in de automobielsector had gered met staatssteun. De minister had verzuimd dit aan te melden. Het heeft me maanden geduurd voordat hij het contract wilde laten zien waaruit bleek dat er sprake was van niet aangemelde steun. Hij heeft driemaal bij me gezeten: 'Mijn erewoord', zei hij. Ik zei: goed hoor, maar toon mij uw contract. Toen heb ik ingegrepen.”

In Brussel geldt 'mededinging' als een zware portefeuille. Van Miert moet kartels bestrijden, monopolisme tegengaan en illegale staatssteun aanpakken. Had zijn voorganger Brittan soms de neiging toe te geven aan politieke pressie, Van Miert treedt met een on-Belgisch calvinisme op tegen overheden die noodlijdende banken, bijna failliete staatsbedrijven en subsidieverslaafde autoproducenten ondersteunen.

Van Miert: “Gisteravond heb ik ministers uit zes lidstaten aan de lijn. Die hebben allemaal hun zaak bepleit. Het gaat mij langs af. Als ik zwicht voor zulke pressie raak ik mijn geloofwaardigheid kwijt. Ik ben onafhankelijk, ik ervaar geen instructies van wie dan ook. U moest eens weten wat wij hier te horen hebben gekregen vanuit Duitsland toen wij recentelijk ingrepen bij Volkswagen. Tot op het hoogte politieke niveau - neenee, geen namen - ben ik benaderd. Het kan soms zeer hoog oplopen. Maar regels zijn regels en geen bedrijf of regering staat boven de wet. Ook Philips niet trouwens.”

Nochtans werd in het Nederlandse parlement de afgelopen week lankmoedig gereageerd op mogelijke Brusselse sancties. “Ach Brussel, dat duurt altijd zo lang”, zei het CDA-Kamerlid Mateman nadat een werkgroep uit de Tweede Kamer een reeks vragen over de fiscale constructie opstelde. Het thema 'Europese regelgeving' ontbrak er in. Van Miert: “Reageert men lankmoedig? Ik begrijp dat toch niet. U moet hier in België eens vragen naar mij. De Belgische regering begreep niet dat ik laatst ingreep bij een reeks exporterende bedrijven die lagere sociale premies hoefden te betalen. Dat is steun, heb ik gezegd, want niet algemeen geldend. Woest was de Belgische regering.”

De achtergrond van zijn harde optreden is simpel, zegt Van Miert. “Ik geloof zeer in een ordentelijke werking van de vrije markt. Dat is geen ideologie. Ik ben ervan overtuigd dat je alleen met een goed functionerende markteconomie een goed sociaal stelsel kunt creëren en betaalbaar houden.”

    • Tom-Jan Meeus
    • Cees Banning