Juliet Schor, specialist in spoed:; 'Tijd is een verwaarloosde dimensie in de economie'

De Harvard-econome Juliet Schor schreef een bestseller over de overwerkte Amerikaan. Sinds anderhalf jaar woont ze in Nederland. Ze constateert dat er ook hier, de arbeidstijdverkorting ten spijt, steeds langere uren worden gemaakt. Over face time en haastige tweeverdieners: “Het zal moeite kosten de kenmerken te bewaren waarmee het Nederlandse systeem zich onderscheidt.”

Nederland wordt steeds drukker, zoveel is duidelijk geworden aan Juliet Schor (41), Amerikaanse specialist in hedendaagse haastige spoed. Tegen alle verwachtingen in neemt ook hier de vrije tijd af. Dat maakt ze op uit onderzoeken van haar vakgroep Vrijetijdswetenschappen aan de universiteit van Tilburg, het Sociaal en Cultureel Planbureau en haar dagelijkse ervaringen. Schor verliet Harvard en de Amerikaanse drukte om zich in Nederland te vestigen, waar ze de leerstoel vrijetijdseconomie bekleedt aan de universiteit van Tilburg. Haar boek The Overworked American: The Unexpected Decline of Leisure (1991) veroorzaakte een golf van publiciteit in Amerika. Door kranten, weekbladen en televisie werd ze geïnterviewd. Aan de hand van onderzoeksresultaten beschreef ze wat de Amerikanen allang voelden: er blijft steeds minder vrije tijd over. Na het verschijnen van het boek werd ze elke dag gebeld met verzoeken om vraaggesprekken, deelname aan radio- en tv-programma's, toespraken of publicaties.

In 1995 kreeg haar man een aanbod om zich aan het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam met Zuidindiase geschiedenis bezig te houden. Dat was voor Schor ook een goede aanleiding om terug te schakelen, ('downshifting' in het Amerikaanse hedendaagse jargon) en ze streek met haar kleine kinderen neer in het Brabantse dorpje Goirle. “In zekere zin om me te verstoppen.” Hier kan ze ongehinderd haar volgende boek The Overspent American afronden. De economische faculteit van Tilburg is een doorgangshuis geworden met veel prominente buitenlandse bezoekers. Schor bekleedt haar leerstoel vrijetijdswetenschappen niet voor eeuwig en zal ooit weer naar Amerika terugkeren.

The Overspent American zal gaan over de steeds snellere cyclus van werken en consumeren. Volgens de overheidsstatistieken zijn de besteedbare inkomens van Amerikanen de afgelopen vijf jaar gestegen. Niettemin zijn ze minder tevreden dan vroeger. Vergelijkende inkomensstudies van de organisatie van rijke landen, de OESO, wijzen uit dat modale Amerikanen bijna anderhalf maal zoveel koopkracht hebben als Nederlanders. Toch voelen ze zich arm omdat ze zich meten aan de rijkste twintig procent van Amerikanen wier inkomen het sterkst is gestegen. In komedies, reclames en films op televisie en in winkeletalages wordt de levensstijl van die topinkomens getoond als de norm. Zwembaden en luxe woningen zijn normaal op de beeldbuis. De Cosby's uit de Amerikaanse komedie lijken een modaal gezin, maar het gaat hier om een arts en zijn werkende vrouw, behorend tot de top-vijfprocent van de inkomensschaal.

Mensen die veel televisie kijken, geven meer uit. Voor elk uur per week extra televisiekijken wordt er gemiddeld tweehonderd dollar minder gespaard, blijkt uit Schors onderzoek. De drang naar consumptie uit zich ook in weerzin tegen belastingen. Zo verschralen de openbare voorzieningen. Iedereen moet zelf de gaten in het publieke vangnet repareren. Goede scholen zijn alleen te vinden in dure wijken. Slechte distributie van zorg doet ziektekostenpremies explosief stijgen. Om meer te verdienen nemen Amerikanen er een baantje bij of werken ze wat harder.

Gezellige slordigheid

Nederlanders hebben het volgens Schor minder druk met consumeren en werken dan Amerikanen. Toch is de Nederlandse rust betrekkelijk - dat merkte Schor meteen. Ze hoeft weliswaar niet meer elke dag te reageren op verzoeken van congres-organisatoren en journalisten, maar in Tilburg wordt stevig aangepakt. “Aan deze faculteit wordt veel harder gewerkt dan ik verwachtte”, zegt ze. “Ik kwam net aan in een tijd dat de druk groot werd om de produktiviteit te verhogen. De universiteit van Tilburg verkeert in een stroomversnelling.” De helft van de week sluit ze zich thuis op in haar studeerkamer om aan haar boek te werken. Voor haar kinderen heeft ze een oppas.

In Schors werkkamer aan de universiteit heerst de gezellige slordigheid van iemand die verscheidene dingen tegelijk doet. Stapels boeken op een tafeltje, universitaire papers uitgespreid, een maagdelijke kunstkalender voor het nieuwe jaar die nog niet is opgehangen, twee schoenen in de hoek, wat half verpieterde kamerplanten en een grote kartonnen doos waarin wat dossiers bij elkaar zijn gegooid.

Het was haar man die haar bewust maakte van haar permanente haast. “Hij vroeg waarom ik tegelijkertijd at en iets anders deed”, zegt ze. “Hij stelde vragen over mijn 'produktieve' houding, over mijn gevoel dat ik elke tijdseenheid moest maximaliseren. Ik kon eigenlijk niet relaxen. Ik probeerde zoveel mogelijk dingen in een dag te persen als ik kon.”

Bij haar eerste universitaire baantjes sloeg ze geen acht op het aantal werkuren. “Ik was toen alleen en had geen kind. Ik werkte altijd de hele dag door, ging snel eten en keerde 's avonds weer terug naar het kantoor. In het weekeinde werd er doorgewerkt. Als je zo lang werkt, krijg je niet zoveel af.

“Die situatie waarbij je de hele tijd aan je bureau moet zitten, is normaal bij hooggeschoolde werkkrachten. In Amerika noemen ze dat face time, de tijd dat je je gezicht laat zien op het werk. In grote steden als Boston, Washington en New York ben je niet succesvol als je het niet druk hebt. Onder academici, speciaal aan Harvard en MIT, is er heel wat competitie over wie de meeste uren werkt. Maar academisch succes wordt niet alleen bepaald door het aantal uren dat je op kantoor doorbrengt. Alleen voor sommigen is de werktijd gecorreleerd aan het aantal papers dat ze schrijven.”

Schor doet het inmiddels kalmer aan: “Ik ontdekte dat ik een beperkt aantal uren geconcentreerd kon werken en dan naar huis kon gaan. Aan het einde van de dag had ik vrije tijd over tot ik naar bed ging. De uren dat ik op kantoor was, werkte ik dan veel harder. Ik ging tijd reserveren voor mijn gezin. Ik werkte toen niet thuis.”

Schor groeide op in het enige joodse gezin in het conservatieve mijnbouwplaatsje California, nabij Pittsburgh, Pennsylvania. In het tijdperk van het McCarthyisme was haar vader daarheen min of meer verbannen, omdat hij lid was geweest van de communistische partij. Haar moeder werkte voor een ondergrondse organisatie die vervolgde communistische leiders hielp vluchten naar Mexico. In New York kwam vader Schor niet meer als chirurg aan het werk: de FBI had alle ziekenhuizen gewaarschuwd dat hij communist was. In Pennsylvania werkte hij voor een ziekenhuis dat de mijnwerkersvakbond met geld van de werkgevers had opgezet.

Schor studeerde aan Wesleyan College, promoveerde aan de University of Massachusetts en doceerde daarna op Harvard. Haar dissertatie schreef ze bij de linkse econoom Samuel Bowles, over de kosten van het verlies van een baan. Naarmate de werknemer meer uren werkt, worden de kosten van het baanverlies voor hem hoger en zal hij zich dus harder inspannen. Werkgevers zullen werknemers dus harder laten werken, zodat ze meer toegewijd zijn.

Schor: “In de jaren negentig is echt duidelijk geworden dat de werkgever werknemers liever laat overwerken dan dat hij nieuwe mensen aanneemt. De werknemers spannen zich dan meer in. Goede secundaire arbeidsvoorwaarden maken overwerk ook aantrekkelijker voor werkgevers. Bij elke nieuwe werknemer moeten ze die opnieuw betalen. En voor werknemers met een vast salaris geldt dat ze het werk gratis doen.

“Uit mijn onderzoek (door statistieken, vragenlijsten en gedetailleerde dagboeken te vergelijken) bleek dat het aantal werkuren in de VS gedurende de laatste twintig jaar was gestegen - geheel tegen de volkswijsheid in. Iedereen had altijd gedacht dat er steeds meer vrije tijd zou komen. Tijd is een verwaarloosde dimensie in de economie.

“Hier in Nederland doet zich hetzelfde voor. Het aantal deeltijdwerkers neemt toe, maar voor fulltime werknemers in de particuliere sector groeit het gemiddelde aantal werkuren. Of overwerk wordt betaald, speelt daarbij geen rol. Deze groei begon al in 1990 en ging in 1995 nog steeds door, bleek uit het onderzoek van een Nederlandse PhD-student van mij. Alleen in de publieke sector neemt de werklast niet toe. Ambtenaren krijgen soms een werkweek van vier dagen.

“Op papier kun je dus de werkweek wel verkorten, maar zolang je het werk niet reorganiseert bereik je daar niets mee. Je moet banen gaan delen, verantwoordelijkheden wegnemen. Anders blijft arbeidstijdverkorting fake.”

Meer uitgeven

Aan Schor de vraag of Nederland een tweede Amerika zal worden - of is de tegendruk te groot? “In dit land bestaat algemene waardering voor de handhaving van een eigen culturele identiteit. Men hecht hier aan een zekere mate van gelijkheid en sociale solidariteit. Dat bestaat niet in de VS.Ik had hier een interessant gesprek met een bankier die een rotsvast geloof heeft in gelijkheid in scholen en egalitarisme in de samenleving. Een dergelijke bankier is een zeldzaamheid in Amerika.

“Het tempo ligt hier lager, ook in grotere steden als Amsterdam. Bij Harvard moest je zes weken van tevoren iets afspreken. Hier hebben mensen een ethos van vrije tijd. Ze werken niet elke avond en niet gedurende het weekeinde. Er zijn sociale sancties op ostentatieve rijkdom. In de VS zijn er wat dat betreft weinig sociale grenzen.”

Toch raakt ook Nederland steeds meer gevangen in de cyclus van meer werk, een hoger inkomen en meer consumptie. Schor: “Er heerst in het algemeen consensus over de noodzaak om mee te doen met de mondialisering en om flexibeler te worden. De druk om op Amerikaanse wijze te consumeren is groot. Je ziet het in de advertenties, de commercialisering van de sport, de vele creditcards. Sommige media volgen de Amerikaanse consumptiegewoonten op de voet. Ook de jongere generatie voelt zich meer aangesproken door een consumptieve levensstijl.

“Ik werd laatst rondgeleid door de Arena in Amsterdam. De gids vertelde dat het gemiddelde Nederlandse gezin in een stadion drieëneenhalve gulden per dag uitgeeft - in Amerika is dat gemiddeld veertig gulden. Om de Nederlanders evenveel te laten uitgeven verzinnen ze van alles: reclame, clubsouvenirs, een winkelcentrum, films, restaurants, culturele activiteiten. Ze willen dat de klanten de hele dag daar doorbrengen met winkelen, naar de voetbalwedstrijd kijken en daarna een film gaan zien. Dat is heel Amerikaans.

“Zodra mensen meer gaan verdienen krijgen ze meer consumptieve vrije tijd. Wie meer vrije tijd krijgt zonder extra inkomen geeft minder uit, want kan zich dat niet veroorloven. Het uitgegeven bedrag per uur zal dalen. Als tegelijkertijd met de vrije tijd het inkomen stijgt, zullen mensen meer uitgeven en meer consumeren bij winkelen, dagtrips en dergelijke.

“Sommigen denken dat de Nederlandse samenleving de Amerikanisering kan beheersen. Anderen zeggen dat de sluizen opengaan zodra je je in een Amerikaans levenspatroon begeeft. De vraag is hoeveel gelijkheid en sociale zekerheid je kunt handhaven bij voortschrijdende mondialisering. Mijn vermoeden is dat het moeite zal kosten om de kenmerken waarmee het Nederlandse systeem zich onderscheidt, te bewaren. Ik denk dan speciaal aan de opkomst van tweeverdienershuishoudens die alles uitbesteden en op meer Amerikaanse wijze gaan consumeren.

“In Goirle hebben ouders een minder druk bestaan dan in Amerika. Vrouwen hebben in veel gevallen geen betaalde arbeid of een parttime baan. Zo krijgt het gezin wat meer tijd dan bij twee fulltime werkers. In de grote stad zal dat wel anders zijn.”

Leuke karweitjes pikken

In Nederland voelen vooral vrouwen uit lagere inkomensgroepen weinig voor betaald werk, blijkt uit peilingen van het CBS. Ze blijven dan ook massaal thuis. Zijn huishoudelijke karweitjes niet prettiger dan de lopende band? Schor vindt afwisseling belangrijk: “Als je journalist bent, kan het ontstoppen van een put ontspannend zijn wegens de afwisseling. Anderzijds kun je juist behoefte hebben aan geestelijke arbeid als je altijd met de hand werkt. Er zijn wel karweitjes waar niemand van houdt, blijkt uit onderzoek. Het schoonmaken van de wc bijvoorbeeld. Bijna niemand vindt het leuk om elke dag te koken. Als er wat meer tijd is om nieuwe recepten uit te proberen, wordt het aangenamer en creatiever.

“Ik tel in mijn onderzoek alle activiteiten in het huishouden en in het werk bij elkaar op, omdat je de subjectieve waardering van soorten werk niet kunt bepalen. Sommige mensen hebben zoveel vrijheid in hun baan dat ze het niet als werk ervaren. Voor kinderzorg geldt dat het leuker wordt naarmate er meer tijd voor is. Maar ook daarin zijn er grote onderlinge verschillen: luiers verschonen is minder prettig dan voorlezen. De mannen doen meer aan het huishouden dan vroeger maar pikken altijd de leuke karweitjes eruit. De deelname aan de minder leuke activiteiten is erg laag.”

Uiteindelijk vindt Schor het Nederlandse systeem, waarbij een rustiger levenstempo in het gezin ten koste gaat van de carrièrekansen van de vrouw, niet beter dan het Amerikaanse, waar vrouw en man en kinderen 's morgens uiteenstuiven om 's avonds uitgeput thuis te komen. “Ik zou beide systemen willen combineren”, zegt ze. “In Amerika is het gemakkelijker voor een vrouw om echt carrière te maken. Aan de universiteiten in Nederland heb je niet zoveel vrouwelijke hoogleraren en in het management vind je ook nauwelijks vrouwen. De drempel is hier hoger. Wel voelen vrouwen in Nederland zich vrijer om te kiezen voor thuis blijven. In de VS hebben vrouwen die keuzemogelijkheid financieel en cultureel niet. Vrouwen die niet werken, uit vrije wil of omdat het niet anders kan, genieten in Amerika minder respect dan hier. Hier vind je eerder het omgekeerde: er heerst een culturele afkeer tegen de afwezigheid van de moeder. Een van de moeders van de school in Goirle die mijn kind bezoekt, vertelde mij dat ze thuis bleef omdat het volgens haar psychologisch schadelijk voor het kind zou zijn als ze zou werken.

“Ik voel me dan ook cultureel uit de pas lopen met een fulltime baan en kleine kinderen. Zeker het lesschema van de school met anderhalf uur middagpauze maakt het combineren moeilijk. De mensen vinden het ook zielig als een kind niet naar huis kan gaan voor de lunch. Een moeder met een baan geldt als egoïstisch. In Amerika is buitenshuis werken geen punt.

“Ook ik vind het beter voor de kinderen dat ze thuis worden verzorgd dan dat ze in geïnstitutionaliseerde opvangcentra verblijven. Ik heb mijn kinderen nooit naar crèches gestuurd. Nederland biedt een betere omgeving voor kinderen dan de VS. Mensen stellen kinderen echt op prijs. Je wandelt in het postkantoor en er is een tafel voor kinderen om aan te spelen. De mensen op straat zijn heel kindvriendelijk. De scholen zijn fantastisch.

“De Amerikaanse cultuur staat vijandiger tegenover kinderen. Het is minder veilig, al wordt het wel overdreven. Je hoort veel van gestolen kinderen, maar de meesten worden ontvoerd door ouders die van hun ex-partner zijn vervreemd. Over het algemeen worden ze meer gezien als een last dan hier. Hier vind je meer ouders die niet willen dat kinderen naar de Power Rangers kijken op de tv of met bepaalde soorten speelgoed spelen. Op sommige plaatsen in de VS, zoals in het kleine politiek correcte Cambridge waar ik woonde, vind je dat ook, maar in zo'n gemiddeld dorp als Goirle is het meer de norm.

Juliet Schor is ervan overtuigd dat het mogelijk moet zijn een levensstijl te vinden die vrouwen emancipatie biedt en toch de keuze geeft om al of niet te werken.

“Werk buitenshuis zou bevredigend en milieuvriendelijk moeten zijn. Het inkomensniveau hoeft niet elke vier jaar te verdubbelen. Met de huidige technologie heb je een afweging tussen ecologie en tijd. Daar maak ik me zorgen over in dit land, want ik weet wat er gebeurt als mensen afglijden naar een meer gehaaste levensstijl. Je gaat in de auto in plaats van op de fiets. Heel wat dingen die tijd sparen, kant-en-klaar-maaltijden, vliegreizen, kosten extra hulpbronnen. Tijd sparen is altijd schadelijker voor het milieu. Een ecologische levensstijl zal tijd kosten.