In Albion bestaat geen democratie

LONDEN, 8 FEBR. Groot-Brittannië, het land dat zich graag ziet als moeder en toonbeeld van Westerse democratie, is zelf geen democratie.

Ook nooit geweest. Maar Albion heeft lang de schijn overeind weten te houden. Tot de Conservatieve partij onder Margaret Thatcher “de mythe van de Britse democratie liet exploderen” door ongegeneerd gebruik te maken van de ongebreidelde macht die het politiek systeem haar gaf. Nooit is de macht in Groot-Brittannië zo gecentraliseerd en de democratische controle zo ondermijnd als in de laatste zeventien jaar. Door de partij die beloofd had dat ze de rol van de staat zou beperken.

Deze diagnose komt uit de mond van Andrew Puddephatt, directeur van de gezaghebbende belangenorganisatie Charter88 (60.000 leden). Als campagnevoerder voor “een moderne en rechtvaardige democratie”, zoals op de achterkant van zijn visitekaartje staat, is hij onvermijdelijk partijdig. Zijn oordeel wordt gedeeld door een keurkorps van commentatoren en politicologen dat het hele politieke spectrum bestrijkt.

“De grondwet is achterhaald en antidemocratisch”, schreef het weekblad The Economist al anderhalf jaar geleden. “Het staatsbestuur is te zwaar gecentraliseerd en onvoldoende verplicht tot afleggen van rekenschap.” De Britse democratie, noteerde het weekblad, is een van de oudste van Europa maar “verreweg de roestigste”. Wat Groot-Brittannië in het Conservatieve tijdperk volgens Puddephatt genekt heeft, is dat de natie, die zoveel andere landen bij de opstelling van de grondwet heeft geholpen, zelf geen geschreven constitutie kent. Alleen maar een samenraapsel van civiel recht, gewoonterecht, archaïsche regels en conventies. De Britten kunnen geen aanspraak maken op grondrechten. Wetgevende, uitvoerende en juridische macht zijn niet gescheiden. Er bestaat geen Wet op de openbaarheid van bestuur. “Resultaat is”, zegt de directeur van Charter88, “dat een regering in Groot-Brittannië meer macht heeft dan in welke moderne democratie dan ook.”

“De concentratie en centralisatie van macht in Groot-Brittannië lijkt op die van een één partij-staat”, oordeelt Will Hutton, hoofdredacteur van The Observer in zijn boek The State We're In. En Simon Jenkins, ex-hoofdredacteur van The Times, noemt het “ironisch” dat juist de Conservatieve Partij, “één van de grootste liberale instituten van Europa”, zich heeft schuldig gemaakt aan “onbegrensd bureaucratisch centralisme”. Wat de Britse constitutie zo gevaarlijk maakt, betoogt Jenkins in zijn standaardwerk Accountable to None; The Tory Nationalisation of Britain, is dat ze de staatsmacht geen beperkingen oplegt. Dat heeft de Conservatieve regering in staat gesteld om het lokaal bestuur te castreren en het begunstigingssysteem te misbruiken.

Pag.5: Minderheid regeert Groot-Brittannië

De grondslag voor de ongeschreven Britse constitutie werd in de zeventiende eeuw gelegd tijdens de bloedige burgeroorlog tussen koning en parlement. De Kroon verloor haar absolute zeggenschap die in haar geheel werd overgeheveld naar het parlement, conform het koninklijk credo dat macht niet gedeeld kan worden. Het parlement verdrong de koning van de troon. “Maar”, zegt de directeur van Charter 88, “de natie bleef een - beperkte - monarchie.” “Het democratisch concept van de volksheerschappij heeft in Groot-Brittannië nooit wortel geschoten.”

In deze eeuw berust de absolute zeggenschap van het parlement bij de regeringspartij die kan bogen op een meerderheid van zetels in het Lagerhuis. Door het Britse kiesdistrictenstelsel is dat niet noodzakelijkerwijs een partij die bij de verkiezingen ook een meerderheid van stemmen heeft weten te verwerven. Sterker: sinds de Tweede Wereldoorlog heeft nog geen enkele regeringspartij de helft van de stemmen vergaard. In 1983 haalde Margaret Thatcher met 42 procent van de stemmen bijna tweederde van de zetels in het Lagerhuis.

De juriste Helena Kennedy noemde dat drie jaar geleden in een lezing “de dictatuur van de minderheid”. Ze wees erop dat een regering in Groot-Brittannië zelfs de 'Royal Prerogative' van de Kroon heeft geërfd. Dat 'koninklijk privilege' geeft een regering het recht om verdragen te tekenen of een land de oorlog te verklaren, zonder dat het parlement daarin gekend wordt. The Economist hekelde vorige maand nog de “buitensporige” macht die een Britse premier heeft om het moment van verkiezingen te bepalen. Volgens de zeventiende-eeuwse regels kan hij het parlement ontbinden en nog drie jaar doorregeren, voordat hij nieuwe verkiezingen uitschrijft.

Anders dan in andere Europese landen is het gezag in Groot-Brittannië niet aan een wet gebonden waar het parlement niet aan mag tornen. Het parlement heeft de macht om alles legaal te maken wat het goeddunkt. Het kan het recht van een verdachte om te zwijgen zomaar schrappen, zoals de Conservatieve regering gedaan heeft. Over de vervroegde vrijlating van een meervoudig moordenaar in Groot-Brittannië beslist uiteindelijk de minister van Binnenlandse Zaken, Michael Howard. De hoogste rechter van de natie, Lord Taylor of Gosworth, beschuldigde de bewindsman vorig jaar nog van “bangmakerij” en “ontkenning van het recht”.

Volgens Puddephatt wordt de absolute regeringsmacht van oudsher alleen in toom gehouden door de publieke opinie en door de traditie dat de twee grote partijen regelmatig stuivertje wisselen als het om regering en oppositie gaat. Zoals Bill Jones en Dennis Kavanagh schrijven in British Politics Today: “De enige beperking voor een regering (...) is een neiging tot terughoudendheid, de noodzaak om de parlementaire achterban te gerieven en respect voor de rechten van de oppositie in het Lagerhuis.”

Maar de matigende invloed van regeringswisselingen is weggevallen doordat de Conservatieven al sinds 1979 aan de macht zijn, zegt de directeur van Charter88. En aan de stilzwijgende afspraak die in de ongeschreven constitutie besloten lag, namelijk dat de gigantische macht die een Britse regering bezit nooit in stelling gebracht zou worden, had Margaret Thatcher geen boodschap. “Ze kwam de speelplaats op, zag al dat prachtige speelgoed en dacht: dat kan ik mooi gebruiken. Zij heeft de zwakheid van het politieke systeem blootgelegd.”

Bevoegdheden zijn de laatste twee decennia weggehaald bij regionale besturen en overgeheveld naar 'quango's', quasi-autonome non-gouvernementele organisaties. Instellingen die geen verantwoording meer schuldig zijn aan gekozen volksvertegenwoordigers. Ze worden geleid door benoemde bestuurders die hun positie vaak danken aan de goede relaties met de regeringspartij. Volgens Labour heeft ruim een kwart van de bestuurders ooit geld gestort in de partijkas van de Conservatieven.

“Geen enkel Europees land gunt lokale overheden zo weinig autonomie als Groot-Brittannië”, schrijft Jenkins in Accountable to None, zijn standaardwerk. Volgens Jenkins strekt het Conservatief centralisatiebeleid zich uit tot gezondheidszorg, politie, huisvesting, spoorwegen, justitie en onderwijs. Anno 1997 telt Groot-Brittannië 7.700 quango's, heeft de Britse krant The Guardian becijferd. Ze beheren grote delen van onderwijs, cultuur en economische ontwikkeling, zonder dat de burgers daar nog enige invloed op hebben. Hun gezamenlijk budget bedraagt ruim 54 miljard pond, bijna 150 miljard gulden.

De ervaringen van de afgelopen zeventien jaar met een “almachtige, autocratische, populistische, xenofobe regering” hebben Labour volgens Puddephatt doordrongen van de noodzaak tot constitutionele hervorming. “Terwijl de partij van oudsher een constitutioneel conservatief is van het ergste soort. Labour wilde het politiek systeem nooit veranderen, alleen maar beërven, zodat ze de gecentraliseerde macht voor eigen doelen kon gebruiken.”

Volgens de directeur van Charter88 is Labour nog nooit in haar geschiedenis de verkiezingen ingegaan met zulke verstrekkende plannen voor constitutionele hervorming als deze keer. Al vindt hij wel dat de voorstellen “een beetje hap-snap bij elkaar zijn geharkt”. Een verklaring van de rechten van de burgers. Verwijdering van de erfadel uit het Hogerhuis. Zelfbestuur voor Schotland. “Wat ontbreekt is een coherente, filosofische visie.”

Hij moet nog zien wat er van constitutionele hervorming terechtkomt als Labour de macht ruikt. Hij voorziet dat een eventuele Labour-regering haar handen meer dan vol krijgt aan andere zaken. “Maar het zou mooi zijn als Groot-Brittannië het nieuwe millennium kon ingaan met een geschreven grondwet. Opener, pluralistischer, minder centralistisch. Als een moderne democratie.”