Het oosten heeft genoeg van de moraliserende houding van het westen; Azië blaakt van zelfvertrouwen

Op de golven van de economische hoogtij van de afgelopen jaren beleeft Azië zijn politieke volwassenwording. Diplomatie op grond van gelijkheid doet meer voor de rechten van de mens dan een standje of een boycot. Deze week wordt politiek Europa op een top in Singapore geconfronteerd met het 'nieuwe', zelfbewuste Azië. De waarde van Aziatische waarden.

Azië moet je door de ogen van een Aziaat verslaan, vindt de Thai Sondhi Limthongkul, want een Aziaat ervaart de ontwikkelingen in zijn regio wezenlijk anders dan een Europeaan of een Amerikaan. Limthongkul was zelf ooit journalist, maar gaf die baan na een paar jaar op voor een overstap naar het bedrijfsleven. Als succesvol zakenman verdiende hij miljoenen dollars waarmee hij zijn droom financierde: een Aziatische krant in het Engels, Asia Times.

“Azië is 's werelds snelst groeiende regio, maar het had nooit een eigen krant, eentje die gemaakt wordt door Aziaten en Azië-experts die zicht hebben op de politiek, de relaties en de gevoeligheden”, zegt de 49-jarige Limthongkul. Sinds ruim een jaar ligt de nieuwe krant, die zich afficheert als 'The Voice of Asia', in kiosken in zowel Azië als Europa en de Verenigde Staten.

Aanvankelijk waren de reacties vanuit de Westerse media-wereld sceptisch. “Dat verbaasde me. Bestaat er soms een wet die zegt dat de Angelsaksische wereld het monopolie heeft op grensoverschrijdende media? Zo'n houding getuigt van culturele arrogantie.” In Azië is er sinds Asia Times van de persen rolt, juist veel bijval voor de visie en durf van de Thaise uitgever. Steeds meer Aziaten wijzen er tegenwoordig openlijk op dat het Westen zijn gedachten over Azië moet bijstellen. De nieuwe krant is een spreekbuis van die groep en symboliseert het nieuwe zelfvertrouwen van Azië, dat op de golven van de explosieve economische groei van de afgelopen jaren bezig is aan een politieke volwassenwording.

Komende week wordt politiek Europa geconfronteerd met dit 'nieuwe' Azië als de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op donderdag en vrijdag hun collega's van de Associatie van Zuidoostaziatische landen (ASEAN) ontmoeten in Singapore. Op zaterdag de 15de wordt het ASEAN-gezelschap - Brunei, de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Thailand, Singapore en Vietnam - uitgebreid met de collegaministers van Japan, China en Zuid-Korea.

Ministers en ambtenaren van de EU en ASEAN vergaderen al twintig jaar min of meer regelmatig met elkaar, maar het ontbrak jarenlang aan een forum voor regeringsleiders van beide werelddelen. Dat veranderde vorig jaar maart toen op initiatief van de Singaporese premier Goh Chok Tong de vijftien regeringsleiders van de EU-lidstaten in Bangkok samenkwamen met hun collega's van de ASEAN, aangevuld met de leiders van Japan, China en Zuid-Korea. Zo werd de Asia-Europe Meeting (ASEM) geboren, een officieel overlegorgaan op het hoogste niveau tussen Azië en Europa. Met ASEM was bovendien de ontbrekende link gelegd in de driehoek Noord-Amerika, Europa en Azië, de supermachten van de komende eeuw.

De top in maart werd alom geprezen als een 'historisch succes'. Azië praat sindsdien op voet van gelijkheid met de voormalige koloniale heersers en maakte door het aantrekken van de banden met Europa een einde aan Amerikaanse en Japanse dominantie in het Verre Oosten. Europa kan zich via ASEM, in een tijd waarin het zelf kampt met hoge werkloosheid en trage economische groei, richten op de uitbreiding van export en investeringen in de snelst groeiende economieën ter wereld in Azië.

De ministeriële ontmoeting komende week in Singapore is van groot belang voor beide werelddelen en behelst meer dan louter het gladstrijken van elkaars veren. De Europese en Aziatische ministers zullen een jaar na de euforie in Bangkok een concrete tussenbalans moeten opmaken van alle destijds opgestelde plannen en ambities. Bovendien moet het overleg de basis vormen voor de tweede top van regeringsleiders in het kader van de ASEM in Londen volgend jaar.

Volgens politieke analisten in Azië ligt de sleutel voor een succesvolle bijeenkomst in Singapore voornamelijk in de Europese houding naar Azië. Of beter gezegd: in een verandering van die houding. Wat Azië betreft moet het definitief uit zijn met het moralistische optreden van Europese politici richting Azië. “Veel Europeanen stralen een houding uit van: onze cultuur is superieur aan die van jullie, onze normen zijn universeel - en anders volgens er sancties”, zegt K.S. Balakrishnan, politicoloog aan het Instituut voor Strategische Internationale Studies in het Maleisische Kuala Lumpur. “Aziaten hebben veel problemen als Europa blijft doorgaan met vertellen wat wel en niet mag.”

Indonesië sprak eerder deze week alvast duidelijke taal door te dreigen met opstappen als het onderwerp Oost-Timor in de vergadering in Singapore ter sprake komt. Portugal heeft in recente Euro-Aziatische vergaderingen herhaaldelijk zijn bezwaren kenbaar gemaakt tegen de inlijving door Jakarta van Oost-Timor in 1975 nadat deze voormalige kolonie door Portugal overhaast werd ontruimd. Maar Indonesië beschouwt de zaak als een bilaterale kwestie die onder auspiciën van de Verenigde Naties moet worden opgelost, en niet binnen ASEM aan de orde moet komen. De overige ASEAN-landen steunen de Indonesische regering.

“Een van de belangrijkste verschillen in de discussies tussen Azië en Europa is dat hier in Azië de overheid niet als een probleem wordt gezien, maar als een oplossing”, zegt professor Chan Heng Chee. Hij was tot voor kort verbonden aan het Instituut voor Zuidoostaziatische Studies in Singapore en is inmiddels Singapore's ambassadeur in Amerika. “De overheid is in veel gevallen de motor geweest achter de verbetering van de levens van miljoenen mensen in landen als Singapore, Maleisië en de Filippijnen. In dat opzicht is het niet zo vreemd dat de bevolking vaak wil dat de overheid juist méér doet.”

Het gunstige economische klimaat heeft veel Aziatische overheden het vertrouwen van grote delen van de bevolking opgeleverd en tevens gezorgd voor groter zelfvertrouwen op internationaal politiek terrein. Maar Aziës groei naar politieke volwassenheid is meer dan een bijprodukt van de economische boom van de afgelopen jaren. “De landen hebben onderling ook een enorme positieve invloed op elkaar gehad”, zegt de Maleisische politicoloog Bala-krishnan. “In een landenorganisatie als ASEAN wisselen de lidstaten onderling intensief kennis en ervaring uit. Daardoor zie je dat de armere landen in de groep zich optrekken aan het niveau van de rijkere.”

Binnen ASEAN wordt dit mechanisme omschreven als 'constructieve betrokkenheid'. Onderling is er de stilzwijgende afspraak dat men zich niet bemoeit met elkaars binnenlandse politieke aangelegenheden, maar waar mogelijk steunen en helpen de landen elkaar. Die houding draagt volgens analisten in Azië wezenlijk bij tot de politieke volwassenwording van de ASEAN-landen die anno 1997 als landenblok niet alleen tegenover Europa, maar ook tegenover China en Japan een zelfverzekerde houding aannemen.

“Europa zou beter moeten inzien dat de ASEAN-strategie van constructieve betrokkenheid op lange termijn voor alle partijen winst oplevert”, aldus Balakrishnan. “De Europese Unie kan blijven aandringen op het isoleren van Birma, maar als dat land later dit jaar lid wordt van ASEAN zul je zien dat dat een gunstige uitwerking heeft op het democratiseringsproces daar. Europa moet in Azië veel meer op lange termijn leren denken. Over tien jaar is Birma een prachtig land om te investeren dankzij de filosofie van de ASEAN-landen.”

In tegenstelling tot Oost-Timor staat de situatie in Birma komende week wel op de agenda van de Euro-Aziatische top. Birma vormt al een tijdlang een heikel discussiepunt tussen de Europeanen en de Aziaten en zal in Singapore, zo is de verwachting, weer tot gevoelige onderhandelingen leiden.

Het Europese Parlement riep afgelopen zomer, amper vier maanden na de top in Bangkok, nog op tot economische sancties tegen het militaire bewind in Birma. Het kreeg vervolgens de wind van voren van ASEAN dat 'geheel onafhankelijk' wenste te beslissen over de houding ten opzichte van Birma. Europees 'advies' om Birma te isoleren door middel van een economische boycot was absoluut ongewenst. Een paar dagen na de beslissing van bierbrouwer Heineken om zich terug te trekken uit Birma trok de Asia Times hiertegen van leer: “Wij verwerpen de poging van de Amerikanen en de Europeanen om impliciet economische druk uit te oefenen op de ASEAN-lidstaten, zodat zij afstappen van hun bestaande strategie om via economische en diplomatieke betrokkenheid, en niet door isolement, politieke verandering in Birma te bewerkstelligen.” Volgens de krant zou het isoleren van Birma (of Myanmar, zoals de Aziaten het land aanduiden omdat de militaire leiders deze naam gebruiken; het Westen blijft Birma zeggen) het gat met de andere landen in de regio alleen vergroten. Het zou bovendien binnenlandse onrust en regionale instabiliteit in de hand kunnen werken.

De situatie in Birma kan, zo zei een ambtenaar van het Singaporese ministerie van Buitenlandse Zaken deze week, 'enige moeilijkheden' opleveren tijdens de ministeriële bijeenkomst in Singapore. Birma zal samen met Cambodja en Laos naar alle waarschijnlijkheid nog dit jaar als nieuw lid worden opgenomen van ASEAN , dat er al enige tijd naar streeft als tiental de volgende eeuw in te gaan. De viering van het dertigjarig bestaan van ASEAN deze zomer in Kuala Lumpur lijkt de ideale aanleiding om Birma, Laos en Cambodja er bij te trekken.

Van Europese zijde is er kritiek op die plannen. De EU wil toezeggingen van ASEAN dat het het militaire Birmese bewind dwingt tot het doorvoeren van democratische hervormingen - waaronder de opening van een dialoog met de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi - voordat het gaat behoren tot een vaste gesprekspartner van de Europeanen binnen ASEAN. Zo lang de Birmese leiders hun politiek niet aanpassen, is het onwaarschijnlijk dat de EU de huidige sancties tegen Birma verlicht. De huidige sancties leveren nu al visa-problemen op voor Birmese ministers die volgend jaar de Euro-Aziatische top in Londen willen bijwonen. “Of dat over een jaar nog zo is, hangt voor een groot deel af van de besprekingen in Singapore en natuurlijk van de ontwikkelingen in Birma zelf”, zei een Westerse diplomaat die deze week op de top aanwezig zal zijn.

Voor de Aziaten geldt in het geval van Birma het heilig geloof in de constructieve betrokkenheid van de ASEAN-lidstaten met Birma. Zo investeert een rijk ASEAN-land als Singapore miljoenen dollars in de Birmese economie en toeren Birmese ministers door Indonesië, Maleisië en Thailand Politicoloog Balakrishnan: “De Birmezen zien tijdens zo'n reis dat die landen allemaal een stuk verder zijn in hun ontwikkeling en ze krijgen uitgelegd hoe dat proces is verlopen. Je ziet vervolgens dat die ministers in eigen land plannen maken en geld steken in nieuwe projecten, want ze willen er echt bij horen. En dat doen ze voor hun gevoel alleen als ze zich ontwikkelen in de lijn van de andere ASEAN-leden.”

Naast deze verklaringen voor hun politieke strategieën grijpen Aziaten bij hun discussies en botsingen met hun Westerse collega's graag terug op een oosters stokpaardje: de Aziatische waarden. Inzicht in die traditionele waarden verklaart, zo menen Aziatische politici als de Singaporese oud-premier Lee Kuan Yew en de Maleisische minister-president Mahathir Mohamad, voor een groot deel waarom Aziaten denken zoals ze denken. En bovendien vormen deze 'Asian values' volgens hen de voedingsbodem van de huidige economische successen in landen als Singapore, Maleisië, Hongkong, Taiwan, Zuid-Korea en zelfs Japan.

Aziatische waarden draaien om begrippen als onderwijs en opvoeding, scholing en discipline, harmonie en consensus. De familie geldt als de hoeksteen van de samenleving. De welvaartsstaten in Europa zijn mislukt, vindt Lee, doordat de overheid op sociaal gebied te veel invloed had op de burger, die bovendien steeds individualistischer werd. Daartegenover staat het succes van 'zijn' Singapore waar, in de lijn van de eeuwenoude leer van de Chinese wijsgeer Confucius, de familie de sociale rol van de overheid in handen heeft. Werkloze broers, zieke moeders of gepensioneerde opa's, allemaal vallen ze in het sociale vangnet van de Aziatische familie.

In het Westen reageert men vaak cynisch als de Aziatische waarden worden aangevoerd als uitleg of excuus voor autocratische praktijken. “Als ik kijk naar de Aziatische landen waar het meest over Aziatische waarden wordt gesproken, zijn dat die landen waar de rechten van de individuele mens beperkt zijn”, zei de Amerikaan Stan Sesser, auteur van het reisboek The Lands of Charm and Cruelty, onlangs op een congres over Aziatische waarden en de rol van de media in Hongkong.

“Ik vraag me wel eens af of het te cynisch is te stellen dat Aziatische waarden een poging zijn van regeringen om hun macht te versterken. Zij worden gebruikt om legitimiteit te geven aan beperking van de vrijheden van de pers en de bevolking”, aldus Sesser.

Anwar Ibrahim, vice-premier van Maleisië en algemeen beschouwd als een van de meest talentvolle nieuwe Aziatische politici, zei onlangs dat hij zich Sessers kritiek kan voorstellen. “Als we onze waarden geloofwaardig willen maken, moeten we ook bereid zijn idealen te verdedigen die universeel zijn en aan de hele mensheid toebehoren”, meent Anwar. “Wie stelt dat vrijheid Westers of niet-Aziatisch is, beledigt onze tradities. Inderdaad leggen Aziaten grote nadruk op orde en sociale stabiliteit, maar daar wordt het belang van het individu niet telkens voor opgeofferd. In geen enkele Aziatische traditie gaat het individu op in de anonieme gemeenschap.”

Als beide werelddelen hun relatie de komende tijd verder willen versterken zal ook Azië wat water bij de wijn moeten doen, beseft Anwar Ibrahim. “Azië zit nog in een proces van modernisering waarmee het Westen in feite al klaar is. De landen in deze regio moeten er de komende jaren voor waken dat zij in hun snelle groei naar politieke volwassenheid niet te snel compromissen sluiten met het Westen en hun idealen in de steek laten. Azië moet zich beter verkopen naar de rest van de wereld, in de politiek en ook in de media. Dan zal de houding van het Westen vanzelf minder kritisch worden.”