Groningen/Drenthe

De drie regeringspartijen dringen bij de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken aan op een onderzoek naar een fusie tussen Groningen en Drenthe (NRC HANDELSBLAD, 1 februari).

Dat is echter niet meer nodig doordat de beide provinciebesturen al schriftelijk hebben verklaard “het samengaan van beide provincie, op termijn niet uit te sluiten”. Dat staat te lezen in een brief d.d. 19 april 1993 (VBO 92/12/U12) van de vorige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken aan alle twaalf colleges van Gedeputeerde Staten. Op bladzijde acht om precies te zijn. Onderaan die pagina leest men onder het kopje 'Standpunt kabinet': “De vorming van een gefuseerde provincie Groningen-Drenthe is bespreekbaar.”

Alleen weet kennelijk niemand meer dat die brief bestaat. En het was natuurlijk het vorige kabinet. Maar indien beide provinciebesturen het geciteerde besluit zwart-op-wit berichten aan een staatssecretaris die toen al bijna acht jaar (Lubbers-II en -III) bezig was met dezelfde materie als de huidige, dan is die fusie zowel in Assen als in Groningen grondig onderzocht, grondiger dan wie ook zou kunnen. Het huidige kabinet moet alleen in de beide provinciehuizen nog even vragen wat men in 1993 precies bedoelde met 'op termijn', een vage tijdsduur waarvan nu in ieder geval reeds vier jaar zijn verstreken.

Tenslotte de nieuwe naam: Droningen of Grenthe? Wij prefereren het laatste, omdat de provincie Groningen haar naam ontleent aan de stad die historisch gezien de meest geslaagde Drentse nederzetting is geworden, en die straks deze naam zal blijven voeren als de (iets minder dominerende) hoofdstad van een vijfduizend vierkante kilometer grote provincie met een miljoen inwoners.