Eerherstel voor Pander

LEEUWARDEN, 8 FEBR. Een kunsthistorische schat die verwaarloosd was. Zo kan het Pier Pandermuseum in Leeuwarden het beste worden omschreven.

Het museum en de kunsttempel in de Prinsentuin in Leeuwarden worden dit jaar voor anderhalve ton opgeknapt. Leeuwarden wil de neo-classisistische kunstenaar Pier Pander, die na zijn dood ruim 100 gipsen beelden, reliëfs en bustes naliet aan de gemeente, meer in de belangstelling brengen. Een grondige opknapbeurt van zowel museum als tempel moet dat bewerkstelligen. Overigens is de gemeente daartoe krachtens een notariële acte verplicht. Pier Pander (1864-1919) liet het merendeel van zijn werk en een kapitaal van 50.000 gulden na zijn dood aan de gemeente na, op voorwaarde dat er een museum werd gebouwd waar zijn werk permanent te zien zou zijn. Jarenlang is er geen onderhoud gepleegd aan het in 1954 geopende museum. Het lage, langwerpige gebouw, dat verscholen ligt tussen de bomen van het stadspark, bestaat uit een lange gang met vijf kabinetten. In de erkers achter de ramen staan in totaal 82 voorwerpen: gipsen beelden, bustes en reliëfs van onder meer Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en Paul Krüger. Ook hangen er enkele potloodtekeningen en zelfportretten van de kunstenaar. Bezoekers moeten de sleutel ophalen in het nabijgelegen Keramiekmuseum het Princessehof. Duizend mensen doen jaarlijks die moeite.

De gemeente wil het museum voor het publiek aantrekkelijker maken. Dit jaar worden de muren gepleisterd, de marmeren vensterbanken gepolijst, het beeldhouwwerk gerestaureerd. Verder krijgt het museum klimaatbeheersing om de vochtgevoelige gipsen beelden in een betere staat te kunnen houden, zitjes en sanitair.

Pander was een bewonderaar van de Grieks-Romeinse kunst en wilde beeldhouwkunst en architectuur in een kunsttempel integreren. Nog tijdens zijn leven maakte hij hiervoor plannen. In 1924 werd het tempeltje, dat in de verte doet denken aan een klein Pantheon, geopend. Maar nu is de tempel overwoekerd door een klimop en het rieten dak moet worden vervangen. Directeur J.A. Mulder van het Keramiekmuseum het Princessehof, waaronder het Pier Pandermuseum valt, is blij dat er na vele jaren eindelijk geld vrijkomt voor de opknapbeurt. “Dit museum is uniek door de harmonie tussen beelden en omgeving. In een pauze stap ik er wel eens binnen en onderga dan een geestelijke douche. De rust werkt verfrissend. Het klinkt raar, maar dan is het even fijn dat er zo weinig mensen zijn.”

Pander was tijdens zijn leven beroemd, maar raakte in de vergetelheid. De laatste jaren is er weer interesse voor zijn werk. De in Drachten geboren kunstenaar won in 1885 de Prix-de-Rome. Onder zijn opdrachtgevers bevonden zich de president van Zuid-Afrika Paul Krüger, leden van het Koninklijk Huis en Willem Mengelberg. Pander ontwierp na de troonsbestijging van Wilhelmina in 1898 haar beeltenis die de gulden zou sieren. “Pander was een exponent van het neo-classisme, maar wist een poëtisch element toe te voegen”, stelt Mulder. Het Pandermuseum wordt volgend jaar heropend.