'Duitsland wordt hysterisch door BSE'

De BSE-crisis heeft van Duitsland een hysterische natie gemaakt, zegt de boer. Het topje van de ijsberg, zegt de politica. Snel het vertrouwen van de consument herwinnen, zegt de boerenorganisatie.

BELLER, 8 FEBR. De velden rond het Duitse Beller zijn woest en ledig. Een zweem van sneeuw bedekt de aarde. In het dorp met zijn 250 inwoners is de BSE-crisis gespreksonderwerp nummer één. Bij de bakker, en natuurlijk ook bij de slager. Even buiten Beller, een dorp van de gemeente Brakel, ongeveer zestig kilometer ten noorden van Kassel, staat boerderij Lindenhof. Een grote voedersilo domineert het gezicht, de gebouwen staan bij elkaar aan de voet van een heuvel. De oprit leidt naar een binnenplaats, en naar een voordeur, waar een verlepte kerstkrans ligt. Achter de stallen blaffen de honden.

Hier, op deze boerderij tussen Beller en Erkeln, begon op 22 januari de Duitse BSE-crisis. Hier werd een Galloway-koe aangetroffen met de gekke-koeienziekte BSE. Cindy heette ze, en was volgens de deskundigen afkomstig uit Groot-Brittannië. Toen bekend werd dat Cindy BSE had, besloten de autoriteiten tot het doden van de elf koeien op de boerderij en bovendien tot het doden van alle 5.200 uit Engeland afkomstige Galloways. Nog altijd wordt niet uitgesloten dat er nog 12.000 andere koeien moeten worden gedood, waarvan de herkomst nog niet duidelijk is. Op zijn keukenstoel zit boer Hans-Jürgen Mikus verbijsterd voor zich uit te staren. Hij kan maar niet bevatten wat er precies is gebeurd op zijn boerderij: het BSE-geval, het doden van de rest van de dieren, de woede van collega-boeren in de omgeving die hem verweten verkeerd diervoer te hebben gebruikt, de camera-ploegen, de anonieme telefoontjes met bedreigingen. De dertigjarige Mikus, modieuze stoppelbaard en oorring, zit er bij en denkt er aan. Ruim twee jaar geleden nam hij de zaak over toen zijn vader overleed. Hij woont en werkt nu op de boerderij met zijn moeder. Mikus heeft een fokbedrijf met 160 kalveren. Daarnaast is er 42 hectare akkerbouwgrond, voornamelijk om maïs en gras te verbouwen voor de eigen kalveren. Op een gedeelte, zegt Mikus, kwam in augustus 1995 ruimte voor een aantal koeien. Dat werden Galloways. “Eerlijke dieren, die je extensief kunt houden.”

Mikus kocht elf zogeheten F1-koeien, dieren waarvan wordt gegarandeerd dat ze afkomstig zijn uit Duitsland. Na de koop bleken de gezondheidspapieren evenwel niet in orde. De bloedgroep was anders dan in de registratie vermeld. Op 6 december van het afgelopen jaar werd één van de dieren ziek. Mikus belde de dierenarts, maar omdat het nogal lang duurde voordat die kwam opdagen, gaf de boer het beest een vitamine B-injectie. Dat hielp: binnen twee minuten stond de koe weer. Mikus hield het - gezien de symptomen - op een stofwisselingsprobleem. Op 27 december werd de koe echter opnieuw ziek. Voor de dierenarts naar de boerderij kon komen, was het dier al dood. De koe werd meegenomen voor onderzoek. In het lab werden volgens Mikus de hersenen bekeken, maar werd de rest van het dier vernietigd, met bloed en al. “Er is dus niet meer na te gaan of de uitkomsten inderdaad van mijn koe afkomstig zijn.”

Volgens Mikus klopt er weinig van de hele gang van zaken. Van BSE kan om te beginnen geen sprake zijn, zegt hij, omdat die ziekte pas na vijf jaar openbaar wordt. “En ik had de koe pas anderhalf jaar.” Diermeel heeft hij niet gebruikt, zegt Mikus. Het is hem bekend dat via dit soort voer BSE kan worden overgebracht, maar “Galloways worden extensief gehouden. Ik gebruik een beetje krachtvoer om ze te lokken. Maar absoluut geen diermeel.” Bovendien heeft hij niet gemanipuleerd met de oormerken, hetgeen hem ook verweten is. “Ik kan bewijzen dat ik de beesten met deze oormerken heb overgenomen.” Van een complot wil Mikus niet direct spreken, maar hij wil wel zeggen dat er heel veel niet duidelijk is. Is zijn koe, Cindy geheten, afkomstig uit Duitsland? Het oormerk zei van wel, maar er was nog eenzelfde oormerk, dat in een oor van Rita hing, een koe die uit Engeland kwam. “Je weet niet meer wie je moet geloven,” zegt Mikus. En het zal nog wel even duren voor hij weer koeien neemt: “Laat eerst alles maar eens duidelijk worden.”

In 'de dagen na Cindy' klapte de markt voor rundvlees, net hersteld van eerdere klappen in 1995 en 1996, helemaal in elkaar. Het aantal slachtingen van kalveren daalde met dertig procent, de consumptie daalde met veertig procent. De schade wordt momenteel geschat op 700 miljoen mark. De politiek reageerde met acties: er kwam een bedrag van tien miljoen mark op tafel om het doden van de Engelse runderen te financieren. Maar de sector kreeg een fikse dreun, beaamt een woordvoerder van de Duitse boerenbond in Bonn. “De mensen zijn onzeker en weten niet meer wat ze moet doen.” De export naar andere landen werd door de affaire nagenoeg tot nul gereduceerd. Wat betreft Cindy, zegt de woordvoerder, “hebben we aanwijzingen dat er gemanipuleerd is met oormerken. Er bleken meer koeien rond te lopen met hetzelfde oormerk. Op deze manier probeert men een Engelse koe te verkopen als een Duitse. Want laat één ding duidelijk zijn: Duitse koeien hebben geen BSE. Het gaat er nu om dat aan de consument duidelijk te maken. We moeten zo snel mogelijk het vertrouwen van de consument herwinnen.” Maar niet iedereen in het politieke circuit wilde er zomaar van uitgaan dat Duitse koeien geen BSE hebben. Minister B. Höhn van Landbouw van de deelstaat Noordrijn Westfalen zei direct al bewijzen te hebben dat het beest op een Duitse boerderij geboren was. Een kleine week later dekt mevrouw Höhn zich wat meer in. Er was toen inderdaad een flink verschil van mening met de bundesminister van Landbouw, J. Borchert, beaamt Höhn op haar kantoor in Düsseldorf, “maar het gaat er gewoon om dat er sprake was van chaos. Ik wil zo graag dat er op basis van de harde feiten wordt gehandeld. Dat er niet op voorhand wordt gezegd dat het dier uit Engeland afkomstig is.” De ruzie met Borchert, zo zegt Höhn, was vooral bedoeld om de broodnodige duidelijkheid te verkrijgen. Ze is van mening dat de hele affaire grote gevolgen heeft voor het imago van de Duitse landbouw, waar 220.000 boeren in totaal 15 miljoen koeien houden. Dat imago moet danook zo snel mogelijk worden hersteld. Maar er is veel meer aan de hand, aldus Höhn, en de hele BSE-crisis is niet meer dan een topje van de ijsberg. Er wordt gerommeld met genen, met hormonen en met bestrijdingsmiddelen. De hele landbouwpolitiek van de Europese Unie moet worden herzien, zo zegt de minister. “We moeten naar sterk gedecentraliseerde, regionale markten. Veel minder transport van dieren naar de verschillende landen. Dat maakt controles eenvoudiger en maakt het bovendien voor de consument transparant.” Met een dergelijk concept gaat Höhn in haar eigen deelstaat beginnen. Ze heeft de plannen inmiddels ook in Brussel ontvouwd en heeft gemerkt dat ze in haar eigen land steun krijgt. “Die hele tachtig miljard mark die de EU aan de landbouw besteedt, moet anders worden uitgegeven. Dat is mijn motto.”

Vanuit de keuken kijkt boer Mikus mistroostig naar buiten. “Het zal allemaal wel,” zegt hij. “Voorlopig is de consument de grote verliezer.” Vanavond staat er in huize Mikus gewoon rundvlees op tafel.