Doorstroomrechten

Als volgend schooljaar de profielen worden ingevoerd (ALS!)adviseert de dekaan niet bij het kiezen van het vakkenpakket maar bij de profielkeuze. Derdeklassers in de Havo en vierdeklassers op het VWO hebben dan niet meer de vrijheid om 6 à 8 examenvakken bij elkaar te zoeken en hebben niet langer te maken met een ratjetoe van eisen gesteld door de vervolgopleidingen. De wereld wordt op z'n Hollands gestroomlijnd.

Alle derdeklassers gaan straks een keuze doen uit vier profielen: Natuur &Techniek (N&T), Natuur & Gezondheid (N&G), Economie & Maatschappij (E&M)en Cultuur & Maatschappij (C&M). Na keuze van het profiel ligt circa tweederde van het studieprogramma in klassen 4, 5 en (voor VWO) 6 vast. Voor het resterende deel kiest de leerling vakken. Wat hij na zijn eindexamen kan gaan studeren wordt bepaald door de doorstroomrechten. Daarmee zijn deze eisen van vooropleiding een van de stutten onder de nieuwe structuur van bovenbouw Havo en VWO.

In een helder artikel van Marianne van der Weiden uit het Handboek TweedeFase, al een jaar oud, staan de vooropleidingseisen van de universiteiten - nog zonder instemming van de overheid overigens. Het is interessante lectuur. Het artikel bestaat voornamelijk uit tabellen. 159 universitaire opleidingen, van Afrikaanse taalkunde tot operationele research en management worden vermeld.

Uitleg. Staat in een kolom niets, dan levert het profiel voldoende vooropleiding voor de desbetreffende studie. Staat er wel iets, dan moet de leerling het profiel aanvullen met enkele vakken of zelfs een profiel. Wi = wiskunde; N = natuurkunde; E = economie; S = scheikunde; B = biologie - de toevoegingen achter deze afkortingen verwijzen naar onderdelen van het vak.

Commentaar. Door de bank genomen zien de doorstroomrechten er redelijk en evenwichtig uit. Ondanks de bezweringen van onder andere Netelenbos zijn de profielen helemaal niet gelijkwaardig. Profielen I en II geven duidelijk meer rechten dan de andere twee. Dit zijn dus de 'harde', 'zware' profielen. Moeilijke studies stellen hogere eisen. Vooral de technische opleidingen hebben het hoog in de bol, zie het verschil in toelatingseisen tussen scheikunde (de algemene universiteit) en scheikundige technologie (TU).

Landbouwplantenteelt eist niet per se bio net zo min als Duits 2 nodig is voor een studie Duitse taal- en letterkunde. Zulke merkwaardige normen worden natuurlijk verklaard met het beruchte argument, ook gehanteerd door tekenacademies ten aanzien van tekenen: 'dat leren wij ze zelf wel'. Deze redenering levert een krachtig argument tegen de invoering van profielen. In deze visie is VWO slechts AVO: algemene vorming.

De universitaire wiskunde vraagt wel wiskunde in de vooropleiding. Hierwaarborgt wiskunde in het VWO-examen voldoende kwaliteit, de wiskunde is selectie criterium. Daarom ook eist de universitaire natuurkunde wel wiskunde B2 als aanvulling op profiel N&C en geen natuurkunde 2. Maar met profiel N&G kun je natuurkunde studeren, en dat is royaal. Ook voor geneeekunde is het lichtere profiel N&G goed genoeg. Daar zullen vooral meisjes blij mee zijn want uit vooronderzoek blijkt dat weinig meisjes profiel N&T zullen gaan kiezen.

Voor de doorstroomrechten bij het HBO is in dit stukje geen plaats. Maar dat hoeft ook niet. Die zijn er nog niet. Waarom zijn ze daar zo langzaam? Juist de HBO-raad was toch de grote voorvechter van profielen? De oorzaken zijn waarschijnlijk ruzie en dommigheid. Natuurlijk: HBO'ers zijn dommer.