Directeuren zijn tegen basisvorming, maar blij met tweede fase

Schooldirecteuren op middelbare scholen en hogescholen vinden de basisvorming, bezuinigingen en fusies verreweg de slechtste ontwikkelingen in het onderwijs van de afgelopen jaren.

De invoering van het nieuwe lesprogramma voor Havo en VWO beschouwen ze als de beste ontwikkeling. De zogeheten Tweede Fase houdt in dat scholieren niet meer hun eigen vakken kunnen kiezen maar verplicht zijn te kiezen uit één van de vier profielen en zelfstandiger leren. Doel van de vernieuwing is dat ze beter voorbereid beginnen aan een studie op hogeschool of universiteit.

Dit blijkt uit een enquête onder 315 directeuren van middelbare scholen en hogescholen. Het tijdschrift MESO voor schoolleiders publiceerde deze week de resultaten van dit onderzoek onder zijn lezers naar hoe die denken,werken en leven.

Voor minister Ritzen en staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) is geen grote waardering onder schooldirecteuren - Ritzen krijgt gemiddeld het cijfer 5,6 en Netelenbos een 5,5. De onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer, zoals Van Liemburg (PvdA), Lambrechts (D66) en Rijpstra (VVD), komen op de lijst 'favoriete politici' nergens voor. Paul Rosenmöller en Frits Bolkestein staan bovenaan. Verder valt op dat tegen veertig procent van de 315 scholen een rechtszaak heeft lopen, waarvan tweederde bij de rechter of Raad van State.

De gemiddelde leeftijd van schooldirecteuren is 48 jaar; 82 procent van hen is een man. Hun salaris varieert van schaal 10 tot 18, iets meer dan de helft leeft in gezinsverband. De directeur werkt gemiddeld zo'n 50 uur per week en de helft van de ondervraagden, met name de jonge directeuren, ervaart zijn werk als 'zwaar'. Bij 45 procent leidt die werkdruk weleens tot ruzie thuis.

Schooldirecteuren besteden eenderde van hun tijd aan vergaderen, een kwart brengt zelfs de helft van zijn tijd door 'in vergadering' met medewerkers. Ze drinken gemiddeld zes koppen koffie per dag. Eén directeur drinkt er dagelijks 25.

Bijna alle schooldirecteuren (96 procent) heeft thuis een personal computer. Vrouwen lopen voor op het terrein van de informatie en communicatie technologie: 45 procent van hen heeft een fax, terwijl slechts 27 procent van de mannen die heeft. Eenderde van de vrouwen is aangesloten op internet, van hun mannelijke collega's nog geen 18 procent. Veel mannen (28 procent) hebben wel vaker dan vrouwen een mobiele telefoon (21 procent).

Schooldirecteuren zijn volgens MESO “duidelijk meer geëngageerd en linkser dan de gemiddelde Nederlander”. De partij die de meeste steun van hen krijgt is de PvdA, premier Kok is de meest populaire minister. Daarna volgen de partij D66 en minister Wijers. Van de vijf grote partijen krijgt de VVD de minste steun. Verder zijn ze sterk georganiseerd: de helft is lid van de Vereniging voor managers voortgezet onderwijs (VVO) en ruim eenderde is lid van een onderwijsvakbond.