De nieuwe gluurders

LANG VOORDAT prinses Irene de gezelligheid ontdekte die bomen kunnen bieden als je om een praatje verlegen zit, wist Wim de Bie daar al alles van.

Zo stond hij ooit op een tramhalte in de Amsterdamse binnenstad. Wie op de tram wacht kan niet weg, een ongemakkelijke positie voor een bekende Nederlander die even onbekend wil blijven. De arme Bie vond bescherming in een woordloos maar innig samenzijn met de enorme iep naast de halte, het hoofd diep gebogen tussen opgetrokken schouders. Met de rug naar de wereld stond hij daar, als een jochie weggedoken in moeders rokken.

Bekende Nederlanders kennen het probleem: bekendheid heeft geen aan/uit-knop. En dat schept problemen. Ook al aanvaarden de meeste BN-etjes alle bekijks uit ijdelheid of economische noodzaak nog zo blijmoedig, er is er niet één die nooit terugverlangt naar de tijd dat hij of zij nog ongestoord naamloos over straat ging. Privacy is een diep gewortelde behoefte.

Dat laatste geldt niet alleen voor bekende Nederlanders. Iedereen wil graag ongestoord en onopgemerkt zijn gang kunnen gaan, ook degene die in zijn leven niets ernstigers doet dan in zijn neus peuteren. Nederland mag dan uniek zijn met zijn 's avonds open gordijnen, zodat het hele huisgezin als het ware in de etalage zit, maar het wordt allerminst gewaardeerd als je eens lekker door zo'n raam naar binnen gaat staan staren. De open gordijnen dienen niet om te laten zien dat we niets onvertogens uitvreten, maar drukken een zelfbewuste, uitdagende claim uit op het recht op privacy: dat recht, zegt het verlichte raam, spreekt zo vanzelf dat we het niet met lappen en schermen hoeven af te dwingen. Zie, en vergeet wat u niet aangaat, is het devies. Nederland is een mooi, beschaafd land.

Volgens die richtlijn werkte bewaking en surveillance ook altijd. Agenten, portiers, suppoosten en andere opletters zagen van alles, maar registreerden in beginsel alleen datgene wat verdacht was. Zo efficiënt zitten mensen nu eenmaal in elkaar, ze filteren informatie meteen bij binnenkomst en onthouden betrekkelijk weinig. Bewaking geschiedde in beginsel ook met open vizier. De bewaker was zichtbaar aanwezig en droeg meestal zelfs een opvallend uniform. Zulke bewaking was acceptabel. De aantasting van privacy en persoonlijke vrijheid was minimaal en de voor iedereen duidelijke voordelen wogen er ruim tegenop. Je hoorde dan ook, afgezien van Boris Boef en geile pubers, vrijwel niemand klagen.

De bewakingscamera's waar we al sinds jaar en dag mee vertrouwd zijn brachten daar nog niet echt verandering in. Ze vielen minder op, maar waren nog altijd redelijk zichtbaar en zaten op plaatsen waar je bewaking kon verwachten: bankkantoren, bedrijfsterreinen, supermarkten, en later, toen de benzinepiraat zijn intrede deed, benzinestations. Het belangrijkste verschil was het onopvallendst: de video vergeet niets. Alles wordt geregistreerd. De micro-elektronica, die niet alleen zegeningen brengt, doet de situatie sinds kort fundamenteel veranderen. Het eerste signaal was het schaamblosverwekkende NCRV-gluurprogramma Taxi: camera's zijn zo klein en onopvallend geworden, dat stiekem observeren en registreren voor het eerst in de geschiedenis gemakkelijker is dan openlijk bewaken. En goedkoper. Voor het bedrag dat één ongeschoolde stadswacht per maand kost, heb je al een aardig setje liggen, dat jaren kan werken. Sindsdien vermenigvuldigen de spiedende oogjes zich als konijnen. Dat is een inbreuk op de privacy waar mensen zich niet lekker bij voelen, ook de braafste, keurigste burger niet. Het gaat niet om betrapt kunnen worden, het gaat om het recht om onbespied te blijven. Dat is niet een recht dat ergens opgeschreven hoeft te zijn. Het vloeit voort uit een fundamentele, waarschijnlijk evolutionair bepaalde behoefte. Alle schepselen streven in de regel naar onopvallendheid. Alleen territoriumdrift en paringsdrang kunnen dieren en planten het risico van opvallend gedrag doen nemen. Recht op privacy is als recht op het verwerven van voedsel, dat heeft de mens in een beschaafde omgeving qualitate qua.

Moderne surveillancesystemen hebben nog een gevaarlijke kant: ze kunnen beelden digitaal opslaan, waar gewone video analoog werkte. Digitale opslag is niet alleen goedkoper, maar ook veel beter manipuleerbaar dan analoog materiaal. Je kunt er dus meer van bewaren, maar er ook gemakkelijker in zoeken, en zo, als je genoeg bestanden zou koppelen, iemands gangen tot in de puntjes nagaan. Maar vooral kun je erin knoeien. Minder gemakkelijk dan wel eens wordt voorgespiegeld, maar de perfecte, onnaspeurbare retouche behoort echt tot de digitale mogelijkheden. Het is de digitale paradox: je kunt de werkelijkheid beter dan ooit waarheidsgetrouw registreren, en tegelijkertijd die werkelijkheid beter dan ooit geweld aan doen. Burgemeester Patijn in onderhandeling met een minderjarige illegale prostituée? Met voldoende geduld, geld en moeite is het te maken. Uw nummerbord op een auto die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats rijdt? Kan al voor heel wat minder.

Voor chanteurs lijkt het paradijs nabij. Een bekende televisiepersoonlijkheid die graag over de Amsterdamse wallen zwierf, reageerde wel erg rigoureus. Toen hij hoorde dat hij daar gefilmd werd, ruilde hij zijn sterrenzonnebril spoorslags in voor een integraalhelm, mèt een complete motorfiets, anders viel die helm zo op. Dat is meer potsierlijk dan praktisch, maar hoe bieden we het gegluur dan wel het hoofd? Verbieden helpt niet. Zoals drugs hebben aangetoond is een verbod van dingen kleiner dan een vuist onmogelijk te handhaven.

We zullen dus met al die registratie moeten leren leven en hopen dat alleen al de gigantische omvang de bruikbaarheid ervan schaadt. Aan het chantageprobleem is ook wel iets te doen: het verbieden van analoge videosystemen. Dat is te handhaven, want die systemen worden ten opzichte van digitale systemen steeds duurder en onhandiger. Hopelijk ontdekt de rechter vervolgens dat digitaal materiaal echt niet van nep te onderscheiden is en verklaart hij digitale opnamen als bewijs ontoelaatbaar. Bingo, een beetje.