Dat gebeurde overal

Sinds het Sovjet-rijk is ingestort, bestaat er geen alternatief meer voor het kapitalistische systeem. Vroeger holden de wereldverbeteraars van Joegoslavië naar Cuba en draafden vandaar door naar Noord-Vietnam, Nicaragua of zelfs Albanië. Nu bestaat er geen aards toevluchtsoord meer voor het politieke heilsverlangen.

China bestaat echt, maar er zijn weinig mensen die daarnaar uitzien als de wenkende einder der mensheidsbestemming. Er bestaan ook landen die zijn ingericht volgens een islamitische staatsleer, maar daar melden zich uit de rest van de wereld geen vrijwilligers voor.

De veranderingen in de wereldwijde machtsverhoudingen bepalen wereldwijd de gedachtengang van afzonderlijke mensen. Blijkbaar is daar geen ontkomen aan. De tijdgeest ademt in iedereen, de wereld in een notendop, de wereldhistorie in een hersenpan. Hoe komt dat toch? Waarom stormde de tijdgeest in de jaren zestig uit het Oosten miljoenen hoofden binnen en waarom suist hij nu uit het Westen in al die mensen rond?

De verklaring moet te vinden zijn in een ontwikkeling die even omvattend is als de verbreiding van de tijdgeest zelf, dus wereldwijd. Het zou kunnen zijn dat de geleidelijke verwarming van de aardse atmosfeer overal de mensen op andere gedachten brengt. Maar dan zouden de bewoners van het koele Noorden naarmate het in de wereld warmer wordt, meer moeten gaan denken zoals de mensen in het lauwe Zuiden. Zo werkt het geloof ik niet.

Het is de mondialisering van de wereldhandel die doorwerkt in de geest van de tijd. De markt gaat haar eigen, onstuitbare gang. Zo lijkt het tenminste en daarom is het zo.

De internationalisering is al heel lang aan de gang. Door technische vernieuwing grijpt dat proces nu sneller, verder, dieper dan ooit in de levens van afzonderlijke mensen in. De kabeltelevisie is al volkomen kosmopolitisch, ten kwade en ten goede. Wat in de winkels te koop is, komt uit alle uithoeken van de aardbol, ongeacht de afstand, los van de seizoenen. En telkens opnieuw merken onderdanen dat wat hun regering namens hen wil bereiken of vermijden, desondanks mislukt of toch gebeurt. Of het nu de sluiting van Fokker is, of een geval van gekkekoeienziekte, of het gaat om het drugsbeleid of de hogesnelheidstrein, om asielzoekers of hoofdpijnpillen, de oorzaken van de problemen liggen ver buiten de landsgrenzen. In nationaal verband is daar maar weinig aan te doen. Omgekeerd lopen binnenlandse initiatieven vast op de feiten die zich buitenslands voordoen.

Tientallen malen daags krijgen mensen een lesje in wereldburgerschap, gewild of ongewild. Het is de herhaling van al die kleine gedachtenoefeningen waardoor de tijdgeest omslaat, zich doorzet in de dagelijkse gesprekken en zich nestelt in de hoofden van de mensen.

Helemaal vanzelf gaat dat niet. De markt heeft ook zijn marketentsters, de betaalde zoetelaars van het economisch internationalisme. Zij verkondigen de ongebreidelde werking van de markt, als een onstuitbaar, noodzakelijk en bevrijdend, wereldhistorisch proces waartegen elk verzet bij voorbaat nutteloos is en dus ook ongepast. Daarin lijkt het neo-liberalisme, de ideologie van het onbegrensde winstbejag, precies op die andere, zo verfoeide versie van het historisme: de communistische heilsleer. De wereldrevolutie zou zich noodzakelijk voltrekken; daarom was het ieders opdracht om die omwenteling te bespoedigen. Wie tegenwerkte, eindigde op de mestvaalt der geschiedenis. Dat zeiden de marxisten niet zomaar, dat volgde onweerlegbaar uit het wetenschappelijk marxisme, een soort morele economie.

Net zo, en al even dwingend voorspelt het economisme van de marktisten de toekomst en precies zo predikt het in één adem de privatisering als een historische opdracht: de economie bepaalt de onstuitbare loop der geschiedenis en in die loop dient ieder mee te lopen.

Daar is niets van aan. Uiteraard kan de werking van de markt worden ingeperkt en gecorrigeerd. Nederland heeft nooit anders gedaan, de Europese Unie doet niet anders. Het probleem dat zich steeds nijpender opdringt is dat van de schaalverschillen. De wereldmarkt werkt wereldwijd. De politiek werkt nationaal, maar hapert op internationale schaal. De burgers hebben bovendien geen vat op de organisaties die moeten functioneren op dat bovennationaal niveau. Hoeveel tussenstappen zijn er tussen de Europese verkiezingen en een beslissing in de Europese Unie, of tussen een Nederlandse verkiezing en een stemming in de Veiligheidsraad? En wiens wil wordt daar dan nog gedaan?

Op enkele deelgebieden tekent zich desondanks een meningsvorming af op mondiale schaal en bloeit het activisme wereldwijd: Greenpeace en Amnesty International zijn goede voorbeelden en Justice International wordt nu opgericht om de internationale berechting van misdaden tegen de menselijkheid te bevorderen. De sociale politiek is daarentegen nog steeds een landelijke kwestie: voor arbeidsvoorwaarden en uitkeringen bestaan nauwelijks internationale regelmechanismen.

Dezer dagen wordt in Amsterdam een congres gehouden over Europese Linkse Alternatieven voor het Neo-liberalisme: ELAN. De meest befaamde geleerden uit de linker hersenhelft van de internationale intelligentsia hebben zich gemeld voor dit initiatief van Arthur Mitzman en de zijnen: van Immanuel Wallerstein en Claus Offe tot Samir Amin, Steven Lukes en Kees Schuyt. Tijdens de openbare discussies moeten zij moeizaam waden door de linksistische folklore, maar zij komen toch met nieuwe opvattingen en voorstellen voor een verstandige beteugeling van de markt. Dat is maar een begin van meningsvorming op de vereiste schaal: de mondialisering van de oppositie. Waar de wereldhandel alle grenzen overschrijdt en elke muntsoort moeiteloos wordt omgewisseld in een andere, moeten de tegenstemmen telkens weer de afstanden, taalgrenzen en cultuurbarrières overwinnen.