Bridge aan de bovenkant

Herfst '96: het Nederlands Open Bridge Team stelt teleur door op de Olympiade van Rhodos niet eens de kwartfinale te halen. Hoewel daar lang onduidelijkheid over heerste, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de verantwoordelijke beleidsmakers van de Nederlandse Bridge Bond de oorzaak van dit falen zochten bij de captain, de coach en de trainer van het team. Immers, de captain Loek Verhees en de coach Maurits van der Vlugt werden eind 1996 zonder pardon gedechargeerd. De trainer, de Pool Krzysztof Martens, werd geen nieuw contract aangeboden.

Dit team van begeleiders werd in het Olympisch jaar pas in een zeer laat stadium aangetrokken. Van hen kon onmogelijk het onmogelijke verwacht worden. Het team had bovendien nog de pech dat het beste paar, Leufkens-Westra, uitgerekend het Olympisch jaar had uitgekozen om tijdelijk met bridge te stoppen. Onbegrijpelijk hoe de bond, na het geweldige jaar 1993 waarin Nederland wereldkampioen werd, is omgesprongen met het wel en wee van het Nederlands team. De Bestuurlijke Commissie Topbridge (BCT) bleek in de periode daarop niet in staat heldere lijnen uit te zetten hoe het bereikte geconserveerd diende te worden. Het ontbrak eveneens aan een visie op langere termijn. Zo slagvaardig als de bond zijn grote doel in de breedte, 'op naar de honderdduizend leden', wist te verwezenlijken, zo slordig werd omgesprongen met bridge aan de bovenkant.

Aan het begin van dit jaar bleek het roer ineens radicaal omgegooid. De BCT gaf één persoon carte blanche voor de ontwikkeling en uitvoering van het hele topsportbeleid. De Amsterdammer Erik Kirchhoff, zelf topspeler en oud-international, verbond zich tot en met 2000, het jaar van de Olympiade van Maastricht, om de supervisie uit te oefenen over alle selectieteams.

Na deze benoeming volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Omdat de Europese kampioenschappen voor landenteams met rasse schreden naderen, besloot Kirchhoff de inmiddels weer beschikbare Leufkens-Westra samen met De Boer-Muller in ieder geval in het open team op te nemen. De plaats voor het derde paar was nog open. Tien andere selectieparen zouden daarvoor in aanmerking kunnen komen, waaronder Jansen-Westerhof. Deze behandeling was de eer te na voor de voormalige wereldkampioenen uit Groningen. Hoewel op moment van schrijven hun standpunt nog niet definitief is, is de kans groot dat zij zich uit de selectie terugtrekken. Met De Boer-Muller is de breuk inmiddels al tot stand gekomen. Wubbo de Boer heeft besloten voor langere tijd met topbridge te stoppen. Een klap voor zijn partner, zijn coach en voor het bridge in het algemeen, want De Boer is een van de grootste talenten van ons land. Verleden jaar nog werden twee door hem gespeelde contracten bekroond, eentje door de vereniging van internationale bridgejournalisten en eentje in het tijdschrift IMP met de Meerstaete Consultancy Award.

Wat bewoog De Boer? Hij constateert dat voor handhaving aan de internationale top het een absolute noodzaak is dat de spelers professioneel of ten minste semi-professioneel zich met bridge bezighouden. Hij wijst op het Italiaanse team. Nog maar een paar jaar geleden waren de Italianen hooguit van hetzelfde niveau als de Hollandse internationals. Met één groot verschil. De Italianen kregen de tijd om zich geheel aan spelen op topniveau te wijden. De resultaten bleven niet uit. Italië werd Europees kampioen en verschillende van zijn paren wonnen hoofdprijzen op de belangrijkste toernooien. De Nederlanders konden dit tempo niet volgen.

De Boer, werkzaam in de automatisering, zit verstrikt in het klassieke dilemma van de op topniveau opererende amateur. Van de 25 vakantiedagen besteedt hij er 24 aan het spelen van de grote kampioenschappen. Tijd voor een privéleven is er niet of nauwelijks. In zijn spaarzame vrije tijd moet hij maar zien dat hij samen met zijn partner aan de techniek schaaft. Ook de andere selectiespelers zitten in hetzelfde schuitje. Ze hebben allemaal een drukke maatschappelijke functie, die weinig ruimte laat voor langdurige trainingen en oefenwedstrijden.

Voor De Boer, die nu een jaar of tien zich in vele bochten moet wringen om aansluiting bij de top te houden, kwam zijn besluit als een opluchting. Althans voorlopig. Het is nauwelijks voor te stellen dat een dergelijke speler op enig moment niet de kriebels krijgt en de kaarten weer oppakt. Een 'Italiaanse' infrastructuur zou helpen.