Brandend zand; Libische woestijn zit vol prehistorische kunst

Het grootste deel van de enorme hoeveelheid rotstekeningen uit de prehistorie is onbekend of moeilijk toegankelijk. Maar Bert Schaap gaat overal kijken.

Het Studiecentrum voor Prehistorische Kunst van Bert Schaap is te bereiken op tel. 043-361.6193

REGELMATIG GAAT in Maastricht bij rotskunstkenner Bert Schaap de telefoon. “U gaat naar Libië, hè? Hoe komt u aan een visum? Mag ik mee?” De bellers - vaak vrouwen die verliefd zijn op een Libische man die het land niet uit mag - haken teleurgesteld af als ze horen dat het wel gaat om een semi-wetenschappelijke expeditie door de woestijn om prehistorische rotstekeningen te beschrijven en te localiseren. “En niemand mag halverwege de groep verlaten. Je komt in dat land in twee weken ongeveer zestig road blocks tegen, met zwaar bewapende soldaten in alle mogelijke uniformen en baretten. Als er dan iemand ontbreekt, zijn de poppen goed aan het dansen”, aldus Schaap, die met zijn Studiecentrum voor Prehistorische Kunst in Maastricht zo ongeveer de enige full time rotskunstonderzoeker is van Nederland.

Schaap is volledig eigen baas. Al tientallen jaren financiert hij zijn onderzoeken door het organiseren van lezingen en excursies voor een vrij select groepje cultureel geïnteresseerden. Natuurlijk naar de Franse prehistorische kunst, maar ook naar Noorwegen, Zweden, Portugal, Spanje, Italië, Noord-Afrika: Schaap, van huis uit kunsthistoricus, gaat overal naar toe. Soms met een groep meebetalende medestanders in zijn kielzog, soms alleen op zijn terreinmotor.

Schaap: “De grote handicap voor rotskunstspecialisten is dat de tekeningen nu eenmaal het beste op locatie te zien zijn. Maar dat kost erg veel tijd, geld en energie. Er zijn daarom weinig wetenschappers die veel hebben gezien. En er worden ook bar weinig foto's gepubliceerd, meestal zijn dat telkens dezelfde topstukken. Complete publicaties van vondsten zijn zeldzaam. Volgens sommige schattingen zijn er op de wereld 20 miljoen rotstekeningen, en daarvan is misschien 5 procent gepubliceerd. Ik was laatst zeven weken op de Noordkaap. Hele interessante prehistorische tekeningen heb je daar. Maar ik had er toen al meer van gezien dan de directeur van het Noorse rotskunstmuseum. Die heeft managementtaken die ook moeten gebeuren. In Spanje heb je precies het zelfde. Ik ga wel overal kijken.”

Jaren achtereen organiseerde Schaap excursies naar Algerije om daar rotstekeningen te bekijken en te onderzoeken - tot het te gevaarlijk werd. Dankzij zijn lokale Algerijnse contacten slaagde hij er in om het Gaddafi-regime in Libië ervan te overtuigen dat zijn interesse in de Libische woestijn zuiver wetenschappelijk was. Schaap ziet ook voordelen van de militaire argwaan: “Als je in problemen zou raken in de woestijn en je niet op tijd verschijnt bij de volgende road block komt het leger je meteen zoeken. Het is net de Elfstedentocht, je mag geen stempelpost missen.”

Begin januari keerde Schaap terug van zijn tweede rotskunstexpeditie in Libië, en in april gaat hij al weer op reis voor de derde. Negen mensen nam hij de eerste keer mee, zeven op de tweede, allen ervaren rotskunstliefhebbers. Schaap: “Ik kende hen van eerdere reizen, want je moet weten dat ze tegen de ontberingen kunnen. Daar zitten huisartsen bij, kunstenaars, een hoogleraar anatomie, een fotografe, de meesten boven de veertig en hoogopgeleid. Echte geïnteresseerden in rotskunst.” Uitvoerig heeft de groep tevoren de beschikbare literatuur over het gebied doorgespit, op grond waarvan Schaap het reisplan heeft vastgesteld.

Schaap: “De doelstelling van de eerste twee Libië-tochten was inventarisering. Dat is al wel een beetje gedaan, maar de kaarten zijn vaak erg slecht, de naamgeving wisselt: chaos en wanorde alom. En elke rots lijkt daar op een ander. Wij hebben een satelietnavigatiesysteem bij ons om de preciese coördinaten te bepalen.” De 'cursisten' van Schaap hebben ieder hun taak als de colonne van jeeps bij tekeningen arriveert. “De een bepaalt de positie, drie anderen nemen foto's, weer anderen nemen de maten of spreken gegevens over vorm, kleur en dergelijke in.” Eenmaal thuis wordt alle informatie gecombineerd tot 'dossiers' - “soms lopen we een jaar achter.” De dianummering loopt inmiddels tot ver boven de tienduizend.

Het onderzochte gebied in Libië is onderdeel van een brede strook woestijn vol rotstekeningen en andere overblijfselen uit de late Steentijd - van circa 9.000 jaar geleden tot het begin van de jaartelling. In zijn huiskamer in Maastricht laat Schaap een paar 'trofeeën' zien: een geslepen bijl, een maalsteen en een schaal vol potscherven. “De hele woestijn ligt er vol scherven.” In de late IJstijd, circa 10.000-15.000 jaar geleden, was het huidige woestijngebied van Noord-Afrika - net als nu - een voor mensen onaantrekkelijke, droge streek. Maar met het smelten van de gletsjers, zo'n 11.000 jaar geleden, werd het welhaast “paradijselijk” gebied, aldus Schaap. Kort daarna verschijnen dan ook de eerste rotstekeningen: grote graveringen van buffels, neushoorns, olifanten, nijlpaarden, leeuwen, antilopen en runderen - ongeveer vergelijkbaar met de grottekeningen uit Frankrijk uit de IJstijdperiode. “Maar het is niet duidelijk waar die mensen vandaan kwamen: uit het noorden of bijvoorbeeld meer van de kant van Ethiopië”, aldus Schaap.

Na de wilde-dierenperiode komt er een periode waarin veel runderen worden afgebeeld, en daarna verschijnen in bepaalde gebieden geiten en schapen. Vervolgens is er een periode met paarden en mensen in de 'zandloperstijl': met uit driehoeken opgebouwde lichamen. Vermoedelijk correspondeert deze opeenvolging van stijlen min of meer met de verschillende klimaatperiodes die de Sahara in deze tijd kende: dan weer droger, dan weer vochtiger. “In de oudere periode zie je soms cirkels of ovalen met streepjes, waarschijnlijk als watersymboliek. Dat zou er op kunnen wijzen dat men zich zorgen maakt om water.”

De volgorde van de periodes is vastgesteld, maar welke dateringen daarbij horen is omstreden, aldus Schaap. Soms wordt de klimaatcyclus gedateerd met behulp van het afwisselend voorkomen van verschillende dieren, maar daarmee geraakt men snel in een cirkelredenering als daarna tekeningen worden gedateerd met behulp van die klimaatcyclus. C14-datering is niet toe te passen op graveringen en de tekeningen, die onder overhangende rotswanden bewaard kunnen blijven, bevatten geen koolstof. “En neem de erg oude tekeningen van de 'mensen met ronde hoofden': wezens met grote ogen. Die tekeningen zien er heel symbolisch uit, bijvoorbeeld een tekening van een reus met een enorm geslachtsorgaan met vrouwen eromheen met de handen omhoog. Dat lijkt een vruchtbaarheidsritueel, iets heel anders dan de realistische stijl van de runderen. Is dat dan toch uit dezelfde tijd?” In het verzamelde materiaal uit het nog weinig onderzochte Libië hoopt Schaap aanwijzingen te vinden voor een betere datering.

STAMMEN UIT MALI

Dicht bevolkt is de Sahara nooit geweest. “Het zijn altijd jacht- en herderssamenlevingen geweest, die maar vrij weinig te maken hadden met de Egyptische beschaving bij de Nijl.” Mogelijk is sprake van continuïteit over vele duizenden jaren met de huidige bevolking van de randen van de woestijn. De Franse archeologe Marie Maka, die tot voor kort het beheer had over het Nationaal Park met rotstekeningen in Algerije en met wie Schaap in regelmatig contact staat, is met een onderzoeksgroep uit Parijs bezig de inhoud van de tekeningen te onderzoeken. Opmerkelijk resultaat is dat een tekening van mensen met met runderen die half in het water stonden onmiddellijk herkend werd door leden van stammen uit Mali, ten zuiden van de Sahara, “Dat was een initiatieritueel, dat zagen ze meteen. Bij hen ging dat nog net zo”, zegt Schaap.

Schaaps ultieme boek over rotstekeningen in Europa en Noord-Afrika zal nog wel even op zich laten wachten. “Zolang ik het fysiek nog kan, wil ik eerst zo veel mogelijk gaan bekijken. En ik probeer eerst alle kennis in me op te nemen. Op reis wil je vergelijken en je kunt moeilijk al die mappen met je meesjouwen.”