Bloem, blad, stengel, enzovoorts; Schoolflora op CD-ROM telt 400 plantensoorten

VIJF KROONBLAADJES, EEN stuk of negen meeldraden, bladeren die langer zijn dan breed - je klikt het allemaal aan met de muis en Yes! Die slanke plant met tere roze bloemetjes moet de Roze schijnspurrie zijn.

Spergulária rúbra, klinkt de stem van VPRO-journaliste Harmke Pijpers opgewekt uit de computer. Binnenkort verschijnt voor het eerst een schoolflora op CD-ROM. Zo'n 400 bekende planten zijn ermee in een handomdraai op naam te brengen. Echte planten zijn niet per se nodig, een plaatje in het bijgeleverde werkboek volstaat.

De nieuwe schoolflora op CD-ROM wordt opgenomen in het werkboek van de veelgebruikte onderwijsmethode 'Biologie voor jou'. De Nijmeegse onderzoeker drs. J.W.N. Marijnissen is er vier jaar mee bezig geweest. Als biologieleraar en medewerker van het Universitair Instituut voor Lerarenopleiding van de Katholieke Universiteit Nijmegen zag hij met lede ogen aan hoe de florakennis uit het onderwijs verdween. Het op naam brengen van plantensoorten is een verplicht programma-onderdeel. Na de basisvorming moeten leerlingen 15 plantensoorten uit hun directe schoolomgeving kunnen herkennen en hun namen weten. En ook als in 1998 de bovenbouw van het voortgezet onderwijs wordt vernieuwd, staat determineren op het rooster.

Veel scholen brengen er weinig van terecht, weet Marijnissen. “Het determineren met boekflora's is moeilijk en wordt niet veel meer gedaan. Als men al aan determineren toekomt, gebeurt dat meestal aan de hand van zoekkaarten met afbeeldingen van een stuk of twintig soorten, waaruit je dan moet kiezen. Maar daarmee komt de werkelijke botanische rijkdom absoluut niet uit de verf.”

Duinen

Naast de beknopte schoolflora zullen ook een algemene publieksversie en een wetenschappelijke flora op CD-ROM verschijnen. Met de algemene versie kun je bijvoorbeeld, als je in maart in de duinen wilt gaan wandelen, alvast bekijken welke planten daar voorkomen en welke op dat moment in bloei staan. Daarnaast is er een kleine 'encyclopedie' met zo'n 50 gegevens per soort. Een docentenmodule maakt de methode compleet. De database van de schoolflora bevat 400 bekende plantensoorten met ruim 1.000 dia's, 300 lijntekeningen en 300 aquarellen, die naar believen kunnen worden uitvergroot.

Determineren is het belangrijkste onderdeel van het CD-ROM-programma. Als eerste en enige verplichte ingang koos Marijnissen de 'ecotoop'. Op het scherm verschijnt een landschap met akkers en bosranden, bossen en weiden, duinen en strand, met rode stippen ('hotspots') die je aan kunt klikken. Wil je een weideplant determineren, dan klik je op 'weide'. Weet je de herkomst van de plant niet, dan start je met 'onbekend'. In het werkboek staan allerlei planten afgebeeld. Om ze op naam te brengen, moet de leerling botanische eigenschappen aanklikken, beginnend met keuzegroepen als bloem, blad, stengel enzovoorts. Klik je op bloem, dan volgt een onderverdeling in zaken als bloemkleur, aantal meeldraden, aantal kroon- en kelkblaadjes.

Rechtsboven in beeld staat, net als bij een tv-quiz, een teller afgebeeld die aangeeft hoeveel planten nog kandidaat zijn. De teller begint bij 400, omdat er 400 planten in het programma zitten. Bij vrijwel elke keuze die je maakt, vallen er kandidaten af. Op elk gewenst moment kun je bekijken welke planten nog kandidaat staan en hoe die eruit zien. Na een verkeerde keuze geeft het programma een correctie, zoals: 'de combinatie van twee meeldraden met vijf kroonblaadjes komt niet voor'.

Marijnissen: “De leerling is vrij om te bepalen welk kenmerk hij kiest. Meestal begint hij met kenmerken waarover geen twijfel mogelijk is, zoals het aantal bloemblaadjes. Achteraf laat de computer zien wat de snelste weg was geweest. De docent kan die route met de leerling bespreken en zo nodig laten zien waar het mis ging. Vanaf dat punt kan de leerling het dan nog eens proberen.”

Onder botanici is het CD-ROM-project enthousiast ontvangen. Feit is wel dat je met deze aanpak niets leert over familieverbanden en familiekenmerken in het plantenrijk. Marijnissen: “Die aanpak is voor de middelbare school te hoog gegrepen. Ik heb gekozen voor de ecologische invalshoek, dat is wèl zo praktisch.”

PROEFGEDRAAID

Inmiddels heeft het programma op tien scholen proefgedraaid. Na een korte demonstratie moeten de leerlingen diezelfde les al vier planten zelfstandig determineren. Marijnissen: “Ze gaan in de loop van de les steeds moeilijker dingen doen en steken spelenderwijs veel op van het gebruik van de hulpschermen. Deze methode sluit naadloos aan bij moderne ideeën over 'actief leren', 'zelfstandig leren' en 'leren leren' in de 'krachtige leeromgeving'. Maar afgezien daarvan blijkt de huidige computerspelletjesgeneratie deze werkwijze gewoon erg leuk te vindt.” Leerlingen vinden hun weg bijna blindelings, ontdekte Marijnissen. “Dat er in de eindversie toch nog wat meer tekst en uitleg bij de diverse 'knoppen' op het scherm komt, gebeurt vooral op verzoek van de docenten.”

De methode 'Biologie voor jou' is marktleider, met een marktaandeel van 60 tot 70 procent van het voortgezet onderwijs. Om gebruik van de nieuwe techniek te stimuleren neemt Malmberg de CD-ROM voorlopig zonder meerkosten op in de werkboeken, waarvan er zo'n 50.000 per jaar over de toonbank gaan. De CD-ROM wordt daarmee eigendom van de leerling, die - ook als hij in een boekenfonds zit - zijn werkboeken na het schooljaar mag houden. Hij kan er dan mee werken op school, thuis of in de bibliotheek, overal waar een CD-ROM-speler staat. En straks wellicht in het vrije veld.