Bell Lines wapent zich tegen faillissement

De noodlijdende Ierse containervervoerder Bell Lines, het moederbedrijf van Bell Lijn in Rotterdam, is naar de rechter gestapt om zich de crediteuren van het lijf te houden.

Vier maanden examinership, een soort uitstel van betaling, moeten Bell de kans geven om orde op zaken te stellen. Gevolgen voor de werkgelegenheid in de Rotterdamse werkmaatschappij heeft de stap van Bell volgens de Nederlandse directeur H. Janssens niet.

Het afgelopen jaar liepen bij Bell Lines de verliezen fors op doordat twee kranen op de Ierse terminal in Waterford door een storm werden vernield. De kosten voor het inhuren van vervangend materieel en uitwijken naar andere terminals dreigen het bedrijf nu de das om te doen. Daarnaast lijdt Bell onder de moordende concurrentie tussen de containervervoerders op de kanaalroutes, de ferries en de Eurotunnel, die dramatisch lagere tarieven tot gevolg heeft.

De komende maanden is het gevaar van een faillissement afgewend, maar Bell verkeert niet in surséance, stelt Janssens met nadruk. De Ierse rechter geeft alleen toestemming voor het examinership, als duidelijk is dat een onderneming overlevenskansen heeft. Het management blijft aan het roer, een examiner moet wel alle uitgaven goedkeuren. De aandeelhouders hebben samen met de banken een financiële injectie van onbekende grootte toegezegd om de Ierse terminal weer op poten te krijgen. Bell hoopt in juni weer in Waterford aan de slag te kunnen.

De Rotterdamse dochter Bell Lijn ziet zich intussen gedwongen de kosten met tien procent omlaag te brengen om uit de rode cijfers te raken. Volgens Janssens is inkrimping van het personeelsbestand van 170 werknemers hiervoor geen optie.