Verpleger kan in zorg zijn eigen gang gaan

Hagenaar A. du M. is niet de eerste verpleger die terecht staat voor de moord op patiënten. De beroepsgroep spreekt van “in- en intrieste excessen die niets met verpleging te maken hebben”.

DEN HAAG, 7 FEBR. Een plaats in een bejaardenhuis blijkt geen garantie voor een natuurlijke dood. Deze week stond verpleger A. du M. terecht in Den Haag wegens het “uit mededogen” doden van zeven bejaarden door het inspuiten van overdoses morfine en insuline. In het geriatrisch verpleeghuis Vliethoven in Delfzijl beroofde Martha U., alias 'de Engel des doods', “uit liefde” negen bewoners van het leven. Ook zij gebruikte insuline.

Verpleegkundigen in bejaardentehuizen hebben zeer direct contact met de bewoners. Ze verzorgen, knippen, wassen, praten en dienen medicijnen toe. Op hun werk bestaat weinig toezicht. In sommige gevallen nemen ze eigenhandig beslissingen over leven en dood. “Als je kwaad wilt, dan kun je kwaad”, aldus voormalig verpleegkundige A. Gründemann.

Volgens de bejaardenhuisdirecteuren is er “geen enkele reden tot paniek”. “De zorg voor ouderen is goed geregeld en incidenten kunnen overal gebeuren”, aldus de directie van Vliethoven. De meeste verpleeghuizen hebben afspraken gemaakt over situaties waarin een personeelslid moeite heeft met het lijden van een patient. Verplegend en verzorgend personeel moet gevoelens van onvermogen of medelijden zoveel mogelijk uitspreken. Als een verpleegster het gevoel heeft dat het lijden van een bepaalde patiënt haar te veel wordt, kan ze bijvoorbeeld een collega vragen het een paar dagen over te nemen.

In 1995 werd een 39-jarige verpleegster door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De vrouw werkte in bejaardencentrum Moerwijk in Den Haag en bracht op 22 juni 1994 een 81-jarige bewoner van dat tehuis door verstikking om het leven. Zij vertelde de rechtbank het vermoeden te hebben dat de man zou gaan sterven. “Ik voel altijd aan als iemand in mijn omgeving doodgaat. Dan krijg ik koude rillingen”, aldus de vrouw die de moord altijd ontkend heeft.

De Haagse verpleger A. du M. (40) toonde deze week voor de Haagse rechtbank berouw. Hij wordt ervan verdacht samen met zijn zwager zeven mensen op onnatuurlijke wijze aan hun einde te hebben gebracht. Vijf van hen woonden in de serviceflat Waalsdorp. Verder zou het tweetal enkele ouderen van juwelen, schilderijen en andere waardevolle spullen hebben beroofd. Du M., die 'particulierde' bij bewoners die extra zorg nodig hadden, zei “ondraaglijke situaties” voor bewoners en familie “draaglijk” te hebben willen maken. Van diefstal was volgens hem nauwelijks sprake. Hij “kreeg” vooral veel voor bewezen diensten. De Haagse rechtbank zal later deze maand een uitspraak in deze zaak doen.

Dergelijke zaken zijn slecht voor het imago van de 150.000 verplegers die in Nederland werkzaam zijn, meent directeur W. Bakker van de beroepsorganisatie van de verpleging NU'91. “Dat soort excessen als in Den Haag hebben niets met een professionele houding te maken. Het is in- en in-triest dat het vertrouwen van cliënten zo'n schade wordt toegebracht. Een verpleger mag nooit euthanatica toedienen. De verpleger is de advocaat van de patiënt. Hij moet voor zijn belangen opkomen, maar hij mag niet de bepaler spelen”, stelt Bakker. Een beroepscode van de vereniging stelt dat giften van geen enkele aard aangenomen mogen worden.

Volgens Bakker is het zaak dat verplegers (middelbare beroepsopleiding) en verpleegkundigen (hogere beroepsopleiding) een “professionele distantie bewaren”. Maar volgens Bakker staat de werkdruk van het personeel dit in de weg. “Je moet bij jezelf kunnen denken 'klopt het nog wel waar ik mee bezig ben'. Daar is nu vaak geen tijd voor.”

In Nederland zijn ongeveer 1.400 verzorgingshuizen en 350 verpleeghuizen. In een verzorgingshuis heeft iedere bewoner zijn eigen medicijnkastje in zijn eigen kamer of appartement. Op het moment dat een bewoner te ziek of te verward is om de medicijnen verantwoord te gebruiken, wordt het beheer over de medicijnen overgedragen aan de verzorgers van het huis. Die zien er dan op toe dat de bewoner zijn medicijnen op de, door de arts voorgeschreven, tijden inneemt. In een verzorgingshuis of serviceflat ligt medische verantwoordelijkheid bij de huisarts van de individuele bewoner. Verpleeghuizen beschikken over speciale artsen voor alle bewoners. Verplegers houden de dagelijkse zorg van de patiënten in de gaten, maar mogen geen enkele beslissing nemen over leven of dood.

Insuline is in verpleeghuizen in ruime mate aanwezig omdat veel bewoners kampen met ouderdomsdiabetes. Omdat het niet in aderen hoeft te worden gespoten, mogen ook ziekenverzorgenden het toedienen. De handeling is daardoor niet direct verdacht. In veel gevallen wordt dan ook pas veel later geconstateerd dat een overdosis insuline was toegediend.

Volgens A. Gründemann, beleidsmedewerker van de Vereniging van Opleidingsinstituten voor Verplegende en Verzorgende Beroepen (VOVB), is het de verantwoordelijkheid van de verpleegkundigen om nauwkeurig om te gaan met medicijnen. “Het systeem is niet waterdicht. Als een verpleegkundige bijvoorbeeld iemand die oud en suf is bij het verstrekken van medicijnen overslaat, zal er doorgaans niemand zijn die dat ziet”, aldus Gründemann, die spreekt op persoonlijke titel. Zo kon het ook gebeuren dat de verdachte verpleger Du M. zich medicijnen van overleden bewoners toeëigende waardoor hij een privé-apotheek opbouwde met verschillende opiaten.

Als dergelijke misstanden wél geconstateerd worden komen deze zaken tot op heden niet voor het medisch tuchtcollege, want verpleegkundigen vallen niet onder het tuchtrecht. Ze kunnen dus ook niet uit het ambt worden gezet. In deze situatie komt wel verandering. Volgens het ministerie van Volksgezondheid is de verantwoordelijkheid van verplegend personeel zo groot dat ze vanaf 1 december 1997 wel onder het tuchtrecht komen te vallen.

In de Haagse serviceflat Waalsdorp, waar Du M. hoofd van de verpleging was, heeft men zich inmiddels beraden op de maatregelen om toekomstige excessen te voorkomen. Verplegers zouden meer moeten rouleren, zodat ze niet al te nauwe banden met de bewoners opbouwen. Volgens Bakker van Nu'91 is dat niet de oplossing: “Het is voor patiënten zeer belangrijk dat ze één klankbord hebben. Het is wel zaak dat binnen een team van verpleegkundigen problemen besproken worden. De patiënt mag niet de dupe worden van excessen”, aldus Bakker.