Verdrag chemische wapens nog zonder VS

De in Den Haag gevestigde Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens is onlangs begonnen met de opleiding van hondervijftig inspecteurs, die vanaf 29 april zullen controleren of de Conventie over het verbod op Chemische Wapens wordt nageleefd. Het verdrag treedt op die dag in werking, na bijna dertig jaar onderhandelen en een half jaar nadat het 65ste land de conventie had geratificeerd.

DEN HAAG, 7 FEBR.De belangrijkste landen ontbreken op het appel als op 29 april het verdrag dat de chemische wapens moet uitbannen in werking treedt. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de Verenigde Staten en Rusland op die dag de Conventie hebben geratificeerd. Deze week is de behandeling van het ratificatievoorstel in de Amerikaanse Senaat opnieuw uitgesteld. Ook in Rusland verloopt de ratificatieprocedure moeizaam.

Tot nu toe volgde in slechts 67 van de 160 landen die het verdrag hebben ondertekend de goedkeuring van het parlement. Volgens een strak schema moeten die landen hun gehele voorraad chemische wapens binnen een tijdsbestek van tien jaar vernietigd hebben. De ingangsdatum van die termijn is diezelfde 29ste april.

Het Chemisch-Wapenverdrag gaat aanzienlijk verder dan de Geneefse conventie van 1925 die slechts het gebruik van chemische wapens verbiedt. Het nieuwe verdrag legt niet alleen een verbod op het gebruik en het bezit van chemische wapens, het dwingt de lidstaten ook de handel aan banden te leggen van chemicaliën die gebruikt worden voor de produktie van die wapens. Drie jaar na de inwerkingtreding van het verdrag wordt de handel in deze chemicaliën tussen de lidstaten en de overige landen verboden. Deze handelsbeperking is voor veel landen intussen een aansporing geworden om de conventie goed te keuren. Veel van de chemicaliën waar het om gaat worden ook gebruikt in de civiele industrie voor de produktie van bijvoorbeeld inkt en insecticiden.

Voor de Amerikaanse chemieconcerns was dit een reden om bij de Senaat te lobbyen het verdrag te ratificeren. Tot dusver zijn die pogingen zonder succes gebleven zodat de chemieconcerns nu het risico lopen over drie jaar buitengesloten te worden van sommige exportmarkten. De onderhandelingen over de verdragstekst werden in de jaren tachtig gevoerd onder de Republikeinse presidenten Ronald Reagan en George Bush. In 1993 werd het verdrag ondertekend door de Democratische president Bill Clinton. Eind vorig jaar kwam het goedkeuringsvoorstel op de agenda van de Senaat te staan, maar werd tijdens de presidentsverkiezingen weer ingetrokken door het Witte Huis. De Republikeinse meerderheid in de Senaat leek niet van plan het voorstel goed te keuren omdat Clinton niet het succes van ratificatie werd gegund. Na de uitslag van de verkiezingen werd het goedkeuringsvoorstel opnieuw ingediend.

Deze week plaatste de voorzitter van de Senaatscommissie voor internationale betrekkingen, Jesse Helms, de behandeling van het verdrag onder aan de agenda. Op het hoofdkantoor van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag worden deze ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. De Verenigde Staten behoren niet alleen tot de belangrijkste geldschieters van de OPCW, ook beschikt het land over een van de grootste voorraden chemische wapens ter wereld.

Een aantal Republikeinse senatoren vreest dat het verdrag niet voldoende mogelijkheden biedt om de lidstaten te controleren op de vernietiging van hun chemische wapenvoorraad. Daarnaast beschouwen zij het als een manco dat landen als Libië, die het verdrag weigeren te ondertekenen, de dans ontspringen. Bovendien heeft deze groep senatoren bedenkingen tegen de uitvoering van het verdrag door Rusland, dat tegelijk met de Verenigde Staten de conventie ondertekende en eveneens een enorme hoeveelheid chemische wapens bezit.

De problemen waar de goedkeuring van het verdrag in Rusland op stuit zijn aanzienlijk. De meerderheid van het Russische parlement, de Doema, heeft laten weten dat de kosten van vernietiging te hoog zijn om de conventie te ratificeren. De schattingen variëren van minimaal zeven miljard gulden tot maximaal het dubbele van dat bedrag. De Russische delegatie bij de OPCW gaf onlangs aan dat de ratificatie grotendeels zal afhangen van een financiële tegemoetkoming door het Westen.

Enkele landen, waaronder de Verenigde Staten en Duitsland, hebben inmiddels hulp toegezegd. Ook Nederland schenkt een bedrag van 24 miljoen gulden. Desondanks merkte de Russische delegatieleider bij de OPCW, Sergej Kisselev, onlangs op dat de Doema nog altijd niet bereid is het verdrag goed te keuren. Kisselev heeft zijn hoop op ratificatie nu onder meer gevestigd op de positie van Nederland als voorzitter van de Europese Unie. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag wordt met de Europese partners onderhandeld om de Russen financieel verder tegemoet te komen.

Bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag spreekt men de verwachting uit dat er een domino-effect zal ontstaan zodra Rusland en de Verenigde Staten het verdrag hebben goedgekeurd. De landen die zich dan nog niet hebben aangesloten, krijgen het zeer moeilijk belangrijke chemicaliën voor civiele doeleinden te kopen. Dit geldt ook, zo redeneert men bij de OPCW, voor de landen die het verdrag weigeren te ondertekenen omdat zij het bezit van chemische wapens strategisch nodig achten. Landen als Irak, Noord-Korea, Syrië, Libië, Egypte en Servië zullen zichzelf dan steeds verder in een isolement plaatsen.

Een ander punt van belang is de effectieve controle op de naleving van het verdrag door de inspecteurs van de OPCW. Het verdrag kent een regeling die de lidstaten verplicht de OPCW inzage te geven in de bedrijfsvoering van de op hun grondgebied gevestigde chemieconcerns. Alleen door inzage kan de organisatie nagaan wat er geproduceerd wordt en wie de afnemers van de chemicaliën zijn.

Een groot gedeelte van de opleiding van de inspecteurs is gewijd aan de geheimhouding van de verkregen informatie. Bij de OPCW realiseert men zich dat de effectieve controle valt of staat met het vertrouwen dat de chemieconcerns hebben in het werk van de organisatie. Een week na de inwerkingtreding van het verdrag zullen de ondertekenaars voor de zestiende keer bijeenkomen in Den Haag. Met name zal dan gesproken worden over de voortgang van de ratificatie in Rusland en de Verenigde Staten. Los van de vraag of de inspecties nu effectief zullen zijn of niet, realiseren de lidstaten zich dat het verdrag zonder de toetreding van deze twee landen weinig bij zal dragen aan de bestrijding van chemische wapens wereldwijd.