Turkije wil een plaats op Europees familieportret

ANKARA, 7 FEBR. “1997 is een kritiek jaar voor Turkije”, zo onderstreept de Turkse minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier Tansu Çiller. “De komende maanden kleurt de Europese Unie de kaart in van het nieuwe, grotere Europa. En de beslissende vraag voor ons is of Turkije daartoe behoort, ja of nee.”

Ruim een jaar na het totstandkomen van de douane-unie tussen Turkije en de EU is de aanvankelijke vreugde in Ankara over de samenwerking omgeslagen in een gevoel van vernedering, omdat het niet tot de elf landen (waaronder Hongarije en Polen maar ook Roemenië en Bulgarije) behoort waarmee de onderhandelingen voor volledig lidmaatschap naar verwachting eind dit jaar zullen beginnen. En dat terwijl Ankara al in 1987 een aanvraag voor lidmaatschap indiende, 55 procent van de Turkse handel met de EU-lidstaten wordt bedreven en Turkije - in tegenstelling tot de landen op de uitbreidingslijst - deel uitmaakt van de NAVO.

“We wachten al 30 jaar aan de poort, zonder dat ook maar iemand in Brussel bereid is om te vertellen of en wanneer we worden binnengelaten”, schampert Bülent Arinç, parlementariër van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij. Hij zegt dat zijn partij er absoluut niet op uit is om de banden met het Westen te verbreken zoals vaak wordt beweerd, maar een gelijkwaardige relatie voorstaat met de EU. “Dat is de reden”, aldus Arinç, “dat premier Necmettin Erbakan eind vorig jaar ter afsluiting van het Ierse voorzitterschap weigerde om naar Dublin te reizen en afzonderlijk met de regeringsleiders van de EU-lidstaten rond de tafel te zitten. We wensen niet als een uitzondering te worden behandeld.”

Ook Deniz Baykal, leider van de Republikeinse Volkspartij (CHP) en korte tijd minister van Buitenlandse Zaken, twijfelt er niet aan dat Turkije tot de lijst zou moeten behoren van landen met uitzicht op EU-lidmaatschap. “Het argument dat er nu een regering aan de macht is waarvan de grootste partij een islamitische ideologie aanhangt, mag geen argument zijn om Turkije buiten de deur te houden. De achterban van de Welvaartspartij vormt een minderheid in land. Het grootste deel van de bevolking, 80 procent, is nog steeds voorstander van verdere aansluiting van Turkije bij het Westen.”

Volgens Çiller gaat het de komende maanden om meer dan de simpele vraag of de EU bereid is om nog een land aan de uitbreidingslijst toe te voegen. “Brussel is bezig geschiedenis te schrijven. Met het wel of niet toelaten van Turkije wordt de fundamentele vraag beantwoord of de EU een nieuwe Berlijnse Muur optrekt, gebaseerd op cultuurverschillen, of dat men er juist op uit is om verschillende culturen samen te brengen”, aldus de Turkse minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier in een vraaggesprek in de werkkamer van haar residentie in Ankara. “De multi-culturele gedachte is immers een Europese waarde.”

Het Turkse gevoel van vernedering met betrekking tot de uitbreidingspolitiek van de EU houdt vooral verband met de loyale rol die het land de afgelopen decennia binnen de NAVO heeft vervuld. “46 jaar lang hebben we bijgedragen aan de veiligheid van Europa en hebben we het Westen tegen het communisme beschermd en tot slot hebben we meegewerkt aan de bevrijding van de Oosteuropese landen”, onderstreept Çiller. “Toch worden we nu door Europa terzijde geschoven.” “Dat is onacceptabel”, zegt ook Baykal scherp. “De NAVO en de EU zijn met elkaar verbonden. Turkije kan niet aan de ene kant deel uitmaken van het defensie-instituut van Europa, terwijl het aan de andere kant buiten de EU worden gehouden.” Hij onderkent dat Turkije op het politieke vlak met grote problemen kampt - schendingen van de rechten van de mens, een gebrekkige democratie en de kwestie van de Koerden - “maar we eisen ook niet dat Turkije morgen al toetreedt tot de EU. We vragen om een toetredingsperspectief.”

Dit toetredingsperspectief wordt in Ankara sinds enkele maanden omschreven als 'het familieportret'. Turkije wil op de top in juni in Amsterdam, aan het eind van het Nederlandse voorzitterschap van de EU, samen met de elf andere landen die op termijn lid mogen worden van de EU op de foto. “Pas dan zijn we gerust”, verzucht een hoge diplomaat van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het begrip familieportret is een idee van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo. Het ontstond tijdens het bezoek van Çiller in november aan Den Haag, ter voorbereiding op het Nederlandse EU-voorzitterschap. “Toen ze aan Van Mierlo de Turkse standpunten uiteenzette”, aldus de diplomaat, “riep deze enthousiast: Ik begrijp het. U wilt op het familieportret.”

In diplomatieke en politieke kringen in Turkije groeit de hoop dat Nederland in de komende maanden in staat zal zijn om de Associatieraad, de 15 lidstaten plus het geassocieerde lid Turkije, na lange tijd weer rond de tafel te krijgen en daarmee de betrekkingen tussen de EU en Turkije te normaliseren. Dit zou dan tevens moeten leiden tot een beter begrip in Brussel voor de argumenten van Ankara. “Ik heb de indruk”, aldus de diplomaat, “dat dat begrip sinds de informele ontmoeting tussen mevrouw Çiller en de ministers van Buitenlandse Zaken van de vijf grote EU-landen vorige week in Rome aan het groeien is. Er werd met interesse naar Turkije geluisterd.”

In Rome herhaalde Çiller het dreigement dat Ankara de toekomstige uitbreiding van NAVO wel eens zou kunnen blokkeren, als Brussel Turkije als tweederangspartner blijft behandelen. “Ik houd niet van chantage”, legt Çiller uit. “En ik zeg dan ook niet dat ik als minister van Buitenlandse Zaken of als vice-premier uiteindelijk zo ver zal gaan om het Turkse veto te gebruiken. Maar het moet duidelijk zijn dat het Turkse parlement het niet zal accepteren dat Turkije buiten de EU blijft. Evenmin als het accepteert dat Turkije slechts geassocieerd is aan de West-Europese Unie (WEU). Het parlement zal uiting willen geven aan de gevoelens van gekrenkte trots daarover van het Turkse volk.” De obsessie die zich in diplomatieke en politieke kringen in Ankara nu manifesteert met betrekking tot het lidmaatschap van de EU is mede ingegeven door angst: “Het gevoel dat Turkije anders de boot gaat missen”, aldus de Turkse diplomaat. “Als we de komende maanden niet in staat blijken ons op de uitbreidingslijst van de EU te plaatsen, dan zijn onze kansen voor langere tijd verkeken”, zegt ook Baykal. “En dat kan Turkije zich niet permitteren. De moslim-fundamentalisten zullen het als een argument gebruiken om Turkije van Europa weg te drijven.” Arinç bevestigt dat zijn Welvaartspartij de blik meer op de islamitische wereld richt en dat zij op dat vlak een leidende rol wenst te spelen. “De geschiedenis draagt ons dat op.”

Algemeen heerst de indruk dat een EU-signaal dat Turkije tot de landen behoort met uitzicht op EU-lidmaatschap, een positieve invloed zal hebben op de moeizame bilaterale betrekkingen tussen Griekenland (EU-lid) en Turkije. “Griekenland is onhandelbaar voor ons”, verzucht Çiller. Het is onaanvaardbaar voor Turkije dat het buurland de bilaterale spanningen telkens weer als obstakel gebruikt voor de Turkse toetreding tot de EU. “Terwijl op het moment dat Athene lid werd van wat toen de Europese Gemeenschap heette, is vastgelegd dat dit de Turkse toetreding niet mag blokkeren”, aldus de sociaal-democraat Baykal. Turkije meent dat het tijd wordt dat Brussel Griekenland tot de orde roept. “Een van de manieren waarop dat kan is Turkije perspectief op toetreding bieden”, redeneert de CHP-voorman. “Daardoor wordt Athene gedwongen om met ons te praten.”