Rookgordijnen om een 'stil' beursfonds

ROTTERDAM, 7 FEBR. De grote aandeelhouders zijn duister, geen enkele (grote of kleine) belegger wilde deze week ingaan op een overnamebod met 50 procent premie en het bestuur van de driehoofdige stichting die de benoeming van directie en commissarissen regelt heeft al enige tijd twee vacatures. De gang van zaken bij het beursgenoteerde vastgoedfonds Enhobel lijkt te spotten met de transparantie die ondernemingen tegenover hun aandeelhouders moeten laten zien.

Groot is Enhobel niet: een balanstelling (per eind 1995) van 111 miljoen gulden. Vroeger was Enhobel, een afkorting van de Engels-Hollandse Beleggings Trust, een doorsnee beleggingsfonds met aandelen en wat obligaties. Makelaar H. Mens maakte daaraan vijf jaar geleden een eind. Hij nam samen met enkele vastgoedbeleggers met Zweeds klinkende namen de macht over en wilde Enhobel veranderen in een vastgoedfonds. Aldus geschiedde, maar de beoogde groei - Mens repte van een miljard gulden beleggingen - is nooit gerealiseerd. Drieëneenhalf jaar geleden nam Mens op papier weer afscheid van het fonds: de aandelen kwamen overwegend in handen van drie stichtingen, die afgeschermd zijn door zwijgzame trustkantoren die deidentiteit van de achterliggende financiers niet willen onthullen.

Onderzoek van de Economische Controledienst in opdracht van de beurswaakhond Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) naar de ware aard van de aandeelhouders heeft voor zover valt na te gaan niets opgeleverd. Dat Staal Bankiers de Enhobel-aankopen van de stichtingen heeft gefinancierd, lijkt geen voorbeeld van prudent kredietbeleid. Staal Bankiers kreeg onder meer een garantie voor terugbetaling van een vastgoedhandelaar die formeel geen vermogen heeft en zijn eigen faillissement (schuldenlast: 37 miljoen gulden) slechts kon vermijden dankzij de financiële steun van Mens.

Dat het Enhobel zoveel tijd kost om twee vacatures op te vullen in het bestuur van de stichting prioriteitsaandelen die de benoeming van commissarissen en bestuur regelt, geeft in combinatie met het ECD-onderzoek te denken. De enige actieve stichtingsbestuurder is nu commissaris mr. F. Rozemeijer, fiscaliste bij Deloitte & Touche, in het verleden ook adviseur van vennootschappijen van Mens en regelmatig publicist in de zakenkrant Het Financieele Dagblad.

Curieus is dat Mens zich ondanks zijn eerdere verkoop van Enhobel-aandelen nu weer opwerpt als indirect aandeelhouder met een belang van ongeveer 10 procent. Al is op zijn naam geen wettelijke verplichte officiële melding gedaan van zo'n groot belang.

Naar aanleiding van vorige affaires met kleine vastgoedfondsen, waar directeuren zich privé verrijkten ten koste van hun beleggers, zijn de regels voor openbaarmaking van vastgoedtransacties tussen insiders en het fonds aangescherpt. Mede daardoor is duidelijk geworden dat de groei bij Enhobel onder meer kan worden gerealiseerd door vastgoed te kopen dat mede eigendom is van zo'n insider.

De ondoorzichtige structuur begint overeenkomsten te vertonen met houdstermaatschappijen als Bobel en Chamotte Unie, die eind jaren tachtig onder leiding van stromannen van het financiersduo Parretti en Fiorini ontspoorden in het financiële moeras van de Amerikaanse filmmaatschappij MGM.

Het is vooralsnog gissen naar de achtergrond van het gebrek aan transparantie bij Enhobel. Uit vertrouwelijke rapportage van de ECD komt het beeld naar voren van een mislukte lancering van een vastgoedfonds waar vervolgens om fiscale redenen een rookgordijn van stichtingen als grote aandeelhouders om heen is gehangen. Betrokkenen spreken elkaar tegen en veranderen met regelmaat van opvatting.

In tegenstelling tot fondsen als Bobel en Chamotte, die naast de controlerende aandeelhouders ook een groep particuliere beleggers hadden, lijken bij Enhobel geen “kleine” beleggers betrokken. Anders valt het gebrek aan animo voor het mislukte bod van vastgoedfonds Uni-Invest, dat 50 procent premie op de beurskoers legde, niet te verklaren.

Wat Enhobel nog op de effectenbeurs doet, is raadselachtig. Handel in de aandelen op de beurs vindt niet of nauwelijks plaats. Noch de effectenbeurs, noch De Nederlandsche Bank, die beleggingsfondsen controleert, noch de STE weten raad met de aandeelhouders van Enhobel, die maximaal gebruik maken van de ruimte die wet en regelgeving bieden.