Rechtbank: geen echte kroongetuigen; Hakkelaar krijgt zes jaar celstraf

AMSTERDAM, 7 FEBR. De rechtbank van Amsterdam heeft de verdachten in de zogenoemde Octopus-zaak vanochtend veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen. Hoofdverdachte Johan V., alias de Hakkelaar, kreeg zes jaar.

De rechtbank omschreef V. als “de leider bij uitstek van een omvangrijke criminele organisatie”. Zijn rechterhand, Koos R., kreeg vijf jaar opgelegd. Medeverdachte Bertus K. kreeg een langere straf opgelegd dan door het openbaar ministerie was gevraagd. Hij kreeg drie jaar, het OM had tweeëneenhalf geëist. Tegen Johan V. was acht jaar geëist en tegen Koos R. zes jaar.

De rechtbank achtte bewezen dat de drie van 1988 tot 1996 aan het hoofd hebben gestaan van een criminele organisatie die grote hoeveelheden hasj over de wereldzeeën heeft vervoerd. De vele duizenden kilo's hasj werden onder meer naar het grondgebied van Nederland, Portugal en Canada gebracht.

De rechtbank wees alle verweren van de verdediging over niet-ontvankelijkheid af. De verdediging had aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard moest worden vanwege het niet bij de wet vastgelegde gebruik van twee kroongetuigen.

De rechtbank oordeelde echter dat de twee getuigen van het openbaar ministerie niet als kroongetuigen moeten worden aangemerkt. Bij kroongetuigen, zo motiveerde de rechtbank, moet sprake zijn van volledige vrijwaring van straf. Dat was naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet het geval. Volgens de rechtbank was in deze rechtszaak sprake van “deals met criminelen”, en dat mag sinds 1983.

Mede omdat Ad Karman, oud-medewerker van de organisatie van Johan V., geen volledige vrijwaring van strafvervolging is toegezegd en hij reeds zes maanden in detentie heeft doorgebracht was Karman niet als kroongetuige te kenmerken, aldus de rechtbank.

Advocaat mr. M.Moszkowicz sr., raadsman van Johan V., zei in een reactie op het vonnis: “Dit is een goede rechtbank, maar ik had gedacht dat ze nog beter zou zijn”. Advocaat G. Spong, raadsman van Koos R., zei: “De eerste slag is verloren, maar de strijd niet”. Alle advocaten kondigden onmiddellijk aan in hoger beroep te gaan.

Minister Sorgdrager (Justitie) heeft “veel waardering” voor de wijze waarop het personeel in het arrondissement Amsterdam zich heeft ingezet om de Octopus-zaak “tot een goed einde te brengen”.

Dat zei de minister vanochtend in een reactie op de uitspraak van de rechtbank in Amsterdam.

Pagina 3: Karman en Abbas geen kroongetuigen

Ad Karman zal in Nederland nog verder worden vervolgd, maar het OM zal een eventueel op te leggen straf niet ten uitvoer brengen. Daarmee is Karman in het oordeel van de rechtbank “aanmerkelijk” beloond. De rechtbank ziet Karman echter niet als kroongetuige maar als een crimineel met wie door het openbaar ministerie een deal is gesloten.

Dezelfde motivering hanteerde de rechtbank ten aanzien van Fouad Abbas. Abbas deed zaken met de leiding van het Nederlandse drugssyndicaat namens een aantal Pakistaanse grootproducenten van hasj. Volgens de rechtbank had het schikkingsbedrag dat Abbas van het OM moest betalen, 1,8 miljoen gulden, veel hoger moeten zijn. “Er had 2,2 miljoen gulden opgelegd kunnen worden.”

Niettemin vond de rechtbank ook Abbas geen kroongetuige. Ook in zijn geval had het OM een deal gesloten. Voorts vond de rechtbank dat het OM de verdediging alle gelegenheid had gegeven na te gaan welke afspraken er precies waren gemaakt met Karman en Abbas. “De verdachten hebben een eerlijk proces gehad”, zei rechtbankvoorzitter Lauwaars.

De verdediging heeft herhaaldelijk aangevoerd dat de Octopuszaak in feite een doodordinaire hasjzaak was. De rechtbank oordeelde echter dat de activiteiten van de organisatie “mede omvatten de uitvoer van grote hoeveelheden hasj naar derde landen waar ten aanzien van het gebruik van hasj ander opvattingen gelden dan die welke in Nederland gangbaar zijn”.