Louise Bourgeois

Louise Bourgeois. Xavier Hufkens, Sint-Jorisstraat 8, Elsene (Brussel). T/m 22/2, open di t/m za 12-18u. Tekeningen 530.000 Bfr, sculpturen tot 300.000 dollar Een galerie-tentoonstelling van de inmiddels 85-jarige Louise Bourgeois is geen alledaagse gebeurtenis, zeker niet als die in rechtstreeks overleg met de kunstenaar tot stand komt. Terwijl Bourgeois vast met Robert Miller (voor de Verenigde Staten) en Karsten Greve (voor Europa) werkt, is thans ook de eer aan Xavier Hufkens. In zijn Brusselse galerie toont hij zestien tekeningen en zes sculpturen uit 1995-1996, naast ouder werk: drie bronzen Personages van einde jaren veertig, Mamelles uit 1991 en een Nature Study van 1984.

Bourgeois' laatstgenoemde natuurstudie is een gehurkte figuur met een felrood vel. De benen zijn tegelijkertijd poten - ze eindigen in klauwen, de rug is menselijk en het lijf is behangen met drie paar borsten. Welk geslacht heeft dit mensdier? Moeilijk te zeggen. De gekromde mannenrug, de klauwen en de trotse, frontale houding zouden een viriele paraatheid kunnen demonstreren, ware er niet die staart tussen de benen, die vuurrode navelstreng. En ware 'hij' maar gespaard gebleven van dat driedubbele stel borsten, dat hem in een krachteloos, knuffelziek moederdier verandert. Louise Bourgeois heeft dit wezen dodelijk bemoederd, ze heeft hem onthoofd en zijn gewervelde wilskracht in onuitstaanbare uitstulpingen gedrenkt. En alsof dat nog niet genoeg was, heeft ze hem rood geschilderd. Geen vurig en daadkrachtig rood, eerder rood van machteloos gekrijs, van geboortebloed.

De borsten groeien weelderig op deze tentoonstelling. Ze bezetten als een colonne paddestoelen de binnenkant van een marmeren bak (Nature Study*6), of puilen uit wat op een gekloven rotswand lijkt (Mamelles): ingesnoerde weekheid, provocerende, rozige slapte. Op sokkeltjes liggen drie torso's, gemaakt van Bourgeois' eigen kleren. Ze bestaan uit welvende, met lappen opgenaaide buiken, uit borsten en een vermoeden van staarten of geslachtsorganen. Het zijn genaaide lichamen, lijfelijk, maar tegelijkertijd koud en verlaten als een slappe, krimpende stofzuigerzak.

De brutale, gekwetste slapte van de sculpturen heeft iets revolterends, al toont die revolte zich nergens, verscholen als ze zit onder elke porie van de huid. In de tekeningen maakt die lijflijkheid plaats voor meer distantie. De bladen vertonen een zachte stekeligheid, de welvingen zijn meer bedacht, de vormen resultaat van 'plastische bespiegelingen'. Maar de kracht is er niet minder om.