Ik wil mijn jeugd met niemand ruilen; Gesprek met Lulu Wang, een Chinese debutante uit Maastricht

Twaalf jaar was Lulu Wang, toen ze met haar moeder werd opgesloten in een Chinees interneringskamp. Het was daar verschrikkelijk maar de intellectuele elite die er een heropvoeding kreeg, koesterde en onderwees haar. Over de ervaring van een twaalfjarige met de Culturele Revolutie schreef Wang de autobiografische roman 'Het lelietheater'. De rechten werden al voor publikatie aan talrijke buitenlandse uitgeverijen verkocht. “Ik heb zoveel zelfvertrouwen - ik weet niet hoe ik daaraan kom, het is een zegen, denk ik.”

Lulu Wang: Het Lelietheater. Uitg. Vassallucci.

“Mensen vinden het misschien gek, maar in de zeven jaar dat ik aan mijn boek werkte wist ik dat het een wereldsucces, een bestseller in heel veel landen zou worden.”

Lulu Wang (37), schrijfster van de bijna 500 pagina's tellende debuutroman Het lelietheater. Een jeugd in China wordt niet gekweld door twijfel. Voordat haar boek over de Chinese Culturele Revolutie, gezien door de ogen van een twaalf- tot vijftienjarig meisje deze week verscheen, waren de vertaalrechten al verkocht aan talrijke buitenlandse uitgeverijen. “Iedere keer als mijn uitgever mij feliciteerde omdat het boek weer aan een ander land was verkocht, zei ik: je hoeft me niet te bellen, ik weet het allang.”

De schrijfster, voor de fotograaf gehuld in een traditionele zijden Chinese jurk met lange splitten, loopt als een vorstin door haar Maastrichtse flat. Ze woont elf jaar in Nederland en schreef haar roman direct in het Nederlands. Haar taalbeheersing is uitzonderlijk. Toch heeft ze maar een paar maanden Nederlandse les gehad, ongeveer twee uur per week, van een vriendin die medicijnen studeerde. De grammatica maakte ze zichzelf eigen, uit een boek.

“Ik kwam in 1986 in Nederland. Ik had Engels gestudeerd aan de universiteit van Peking, op het Tien an Men-plein, en juist een aanstelling aan de universiteit gekregen, toen ik hoorde dat er aan de Hogeschool van Maastricht een docente Chinees werd gevraagd. Twee maanden later stond ik op het perron in Maastricht. Ik kende niemand hier, dat was heel moeilijk. Om niet gek te worden ben ik, naast 25 uur per week lesgeven, gaan schrijven.”

In de roman verblijft de hoofdpersoon, de 12-jarige Lian, in 1972 samen met haar moeder in een strafkamp voor heropvoeding van intellectuelen. Omdat het meisje daar niet naar school kan, krijgt ze les van gedetineerde professoren, stuk voor stuk eminente geleerden. De belangrijkste is professor Qin. Zijn lessen over de geschiedenis van China zijn even inspirerend als contra-revolutionair. Over haar pas verworven kennis houdt het meisje lezingen in wat zij het Lelietheater noemt, een idyllisch plekje aan een meertje achter de barakkken. Behalve krekels, vogels en kikkers is prof. Qin haar enige toehoorder. Via de lezingen van het meisje geeft Lulu Wang haar opinie over de Culturele Revolutie en het Chinese communisme. “Ik beschouw de dictatuur van Mao Zedong en zijn opvolgers als onderdeel van de Chinese traditie, een logische voortzetting van het Chinese keizerrijk. Het communisme is alleen maar een dekmantel voor de dictatuur die China altijd al gekenmerkt heeft.”

Het Lelietheater is, zegt ze, overwegend gebaseerd op haar persoonlijke ervaringen. “Voor zeventig procent is het autobiografisch. Net als Lian in het boek ben ik in 1960 in Peking geboren. Ik ben enig kind. Mijn moeder doceerde Russisch, maar heeft zich later gespecialiseerd in de Sovjet-Chinese betrekkingen en de geschiedenis van de Komintern. Ze weet bijvoorbeeld alles van Henk Sneevliet, een van de grondleggers van de Communistische Partij van China. Je zou kunnen zeggen dat Nederland medeverantwoordelijk is voor het op poten zetten van het communisme in China. In het boek is mijn moeder historica en mijn vader cardioloog. In werkelijkheid is mijn vader een hoge militair en hoogleraar aan de militaire academie. In het boek heb ik hem een beetje weggemoffeld, omdat ik een nogal gecompliceerde relatie met hem heb. In 1972 werd mijn moeder voor een jaar naar een strafkamp gestuurd, alleen maar omdat ze een intellectueel was: een slangenbeest, een koeiengeest. Ze moest uit haar slangenhuid kruipen. En ik ging mee.”

Vitiligo

Lian, het meisje in het boek, wordt aanvankelijk net als alle kinderen van geïnterneerde ouders ondergebracht in een liefdeloos opvangcentrum waar het eten slecht is en het leven zo ongezond dat ze ziek wordt. Ze krijgt witte plekken op haar huid en de diagnose luidt vitiligo: een plaatselijk albinisme, een depigmentatie die vlekken op de huid veroorzaakt. Soms wordt de ontsierende kwaal veroorzaakt door een - te genezen - afwijking in de bijnieren, maar hij kan ook aangeboren zijn, zoals sproeten of moedervlekken. Welke oorzaak de ziekte bij Lian heeft, wordt niet opgehelderd. De vitiligo is in elk geval aanleiding voor de moeder van Lian om haar dochter bij zich te nemen in het kamp.

Ook dat is autobiografisch, vertelt Lulu Wang. Nu, 25 jaar later heeft ze de ziekte nog steeds, al vertonen de witte plekken zich niet op zichtbare plaatsen. In het boek geneest Lian en Wang gelooft dat haar dit ook zal overkomen nu het boek af is. “Ziektes worden veroorzaakt door pijn in je zelf, door tegenstrijdige gedachten. Als je van binnen gelukkig bent, genees je.”

Het strafkamp, zoals beschreven in Het Lelietheater, is voor het kind verschrikkelijk (meer dan vijftig vrouwen op een klein slaapzaaltje zonder ramen, slecht eten, geen hygiëne, scherpe controle, vernederende discipline) maar ook paradijselijk. Dat laatste is bijna onvoorstelbaar.

“Toch was het zo. Het was er prachtig! Ondanks de ellende, ondanks de angst en terreur. Het was prachtig, omdat ik zoveel intelligente mensen om me heen had. Een heel kamp vol top-intellectuelen. Er waren alleen maar geleerden. En aan ons kamp grensde een strafkamp waar de bekendste filmsterren, regisseurs en musici zaten. Iedereen was ontzettend lief voor mij. Want een kind geeft hoop. Zoals Mali, de vrouwelijke professor Engels in het boek zegt: 'Wij mogen wegrotten, maar de jonge generatie mag zoiets niet overkomen'. Dus beschermden ze mij. 'Lulu', zeiden ze, 'jij gaat goed leren en goed leven. Er komt een mooie tijd'.”

Kon haar vader met zijn hoge rang in het leger (een steunpilaar van het regime, zoals Wang het uitdrukt) niet voorkomen dat zijn vrouw en dochter geïnterneerd werden? “Nee”, zegt Wang. “Tijdens de Culturele Revolutie moest je om te overleven je familie afstoten. Je moest grenzen trekken, heette het: alleen ik ben goed, de rest is slecht. Dus je zorgde ervoor dat je zelfs je eigen vrouw en kinderen niet meer erkende. Dat 'grenzen trekken' was een van de belangrijkste wapens in de verdeel-en-heers-politiek. Dankzij zijn militaire achtergrond is mijn vader zelf nooit in de problemen gekomen, wij behoorden tot de hoogste kaste en daarom ben ik ook vrij beschermd opgegroeid. Maar ik weet van collega's van mijn moeder dat ze gedwongen waren om rapporten te schrijven over wat hun echtgenoten in bed allemaal vertelden. Echtparen spraken ook gewoon af dat ze elkaar zouden verraden als dat nodig was.”

Modderhuis

Wang heeft het woord 'kaste' laten vallen, een begrip dat een belangrijke rol speelt in haar boek. Want ondanks de Culturele Revolutie waarin proletariërs en boeren werden verheerlijkt en als voorbeeld moesten dienen voor intellectuelen, bleef de eeuwenoude indeling in kasten voortbestaan. In het boek vat Lian, behorend tot de hoogste eerste kaste, vriendschap op voor het verschoppelingetje Kim, een klasgenote die als lid van de laagste, derde kaste, woont in een 'modderhuis'. Ze is ondervoed en vies en de under-dog van de school. Lian doet er alles aan om haar vriendin te 'redden'. Tevergeefs, zo blijkt aan het eind van het boek, wanneer Kim als terroriste wordt opgeblazen door het leger. Waarom, vraag ik, moest het zo aflopen met haar. Is dat om aan te geven dat ook in een communistisch land geldt dat wie voor een dubbeltje geboren is, nooit een kwartje kan worden?

Lulu Wang: “Nee, ik geloof dat alle mensen zelf een keuze kunnen maken. Mijn boek eindigt droevig omdat een tragisch einde mensen noopt tot actie. Wij zijn allemaal verantwoordelijk voor Kims tragedie. Wij hebben de maatschappij gecreëerd waarin zij verdoemd wordt. Trouwens, zo tragisch is het nou ook weer niet. Religieus gezien is Kim thuis gekomen, daar zal ze herboren worden en de reis die ze niet heeft afgemaakt opnieuw maken. Zoals wij allemaal.”

Hoe mooi de vriendschap tussen Lian en Kim ook beschreven is, enigszins karikaturaal zijn de beide meisjes wel. Maar als ik aan Wang voorleg dat ik haar hoofdpersoon op zijn zachtst gezegd wat ongecompliceerd vind, te ideaal, te lief, vrolijk, intelligent en in-goed, reageert ze geschokt.

“Nee toch! Af en toe is Lian juist intens gemeen tegen mensen. Tegen een kamergenote in het Opvangscentrum doet ze erg naar en ook tegen oom Kannibaal uit het strafkamp. Heel hypocriet doet ze mee aan een totemdans ter ere van Mao, ze concurreert met vriendinnen en op het laatst is ze een behoorlijk schijnheilige trut geworden.”

Wil Lulu Wang in de voetsporen treden van Jung Chang, die met haar roman Wilde Zwanen een ongekend internationaal succes oogstte?

“Nee hoor”, riposteert de schrijfster lachend. “Toen Wilde Zwanen verscheen, was ik al lang bezig aan mijn boek. Ik wilde het schrijven omdat ik zoveel heb meegemaakt en om te voorkomen dat ik gek werd. Natuurlijk heb ik enorm veel respect voor Jung Chang, omdat ze de ingewikkelde Chinese situatie op zo'n heldere manier heeft uitgelegd. Dat is knap, heel knap. Maar, het is mij niet menselijk genoeg, haar eigen gevoelens stopt ze helemaal weg. Ik wil juist het menselijke laten zien. De Culturele Revolutie had niet zoveel schade aangericht als ze geen effect zou hebben gehad op de mensen. Ik ben Jung Chang erg dankbaar dat zij de geschiedenis uiteen heeft gezet, zodat ik dat niet meer hoefde te doen en de nadruk kon leggen op de persoonlijke beleving van de Culturele Revolutie. Ze was mijn inspiratiebron en dankzij haar is er nu zoveel belangstelling voor China. Maar ik vind: als je een boek schrijft over de Culturele Revolutie moet je beide kanten laten zien, niet alleen de negatieve. Ik ben ondanks alles blij dat ik in China geboren ben. Ik zou mijn jeugd daar met niemand willen ruilen.”

Pratend over die jeugd, vertelt Wang ook over de schaduwzijden ervan. Net als Lian in haar boek werd Lulu als kind veel geslagen door haar moeder. Weliswaar is dat volgens haar vrij normaal in China, maar haar moeder was wel erg hardhandig. Over haar vader wil ze weinig kwijt. “Ik heb hem niet voor niets weggemoffeld in mijn boek. Hij sloeg mij niet, maar hij vernederde mij op een andere manier. Daar zal mijn volgende boek over gaan. Dat wordt een emotionele, erotische versie van De Celestijnse belofte. Ik vind De Celestijnse belofte een zoektocht naar waarheid, naar menselijke vrijheid, naar menselijk bewustzijn. Mijn tweede boek krijgt incest in China als thema. Dat komt uit mijn hart en ik weet dat het een nog groter succes gaat worden dan mijn eerste boek. Ik kan dat zo diep, zo intens en geëmotioneerd op papier zetten... In China zijn kwesties als incest volkomen taboe. Daarom ben ik hier. Als je er hier iets over zegt, word je niet uitgelachen. Incest is een les. Je moet de zin ervan zien. Je moet het invoelen, accepteren en vervolgens overstijgen, net als de Culturele Revolutie. Incest heeft niets te maken met liefde, het is gewoon machtsvertoon. Ik denk dat de mensheid eraan toe is dit probleem massaal op te lossen.”

Oom Kannibaal

Ziektes die genezen door innerlijk geluk, De Celestijnse Belofte, incest aanvaarden en overstijgen... Hebben we er met Lulu Wang een new age-auteur of anderszins religieuze auteur bij?

“Hier in Nederland heb ik het geloof ontdekt, maar ook weer losgelaten. Ik bedoel: ik heb God niet nodig, want God is in mij, ik ben een deel van God en een kind van God. Ik heb God gevonden en ik heb hem verinnerlijkt. Ik ben één geworden met God.”

Dit spirituele element wordt in Wangs boek gepersonifieerd door een ex-monnik in het strafkamp, 'oom Kannibaal', die het meisje leert te berusten en te geloven. Hij is degene die haar zelfvertrouwen geeft, iets waar ook Lulu Wang in ruime mate over beschikt.

“Ik heb zoveel zelfvertrouwen - ik weet niet hoe ik daaraan kom, het is een zegen, denk ik. Ik weet: ik kan op verschillende manieren alles wat ik denk en voel uitdrukken. Misschien kan ik soms niet op het Nederlandse woord komen, maar dan maak ik er poëzie van. Als ik aan het schrijven ben, zie en voel ik Chinese beelden, mijn gevoelens zijn Chinees, m'n zegswijze is Chinees. Maar mijn voertuig is de Nederlandse taal en ik denk ook in het Nederlands. Ik zal de Nederlandse taal verrijken. Ik schrijf met Chinese tederheid in een beeldende bloemrijke, gevoelige taal en die voeg ik toe aan aan de Nederlandse nuchterheid en kort-affe taal. Mijn taal is als een mooie halfbloed, als een kind van een Chinese en een Nederlandse ouder waarin de mooie kanten van beide culturen zijn gecombineerd.”

Lulu Wang verwacht dat ze vele tonnen gaat verdienen aan de vertaalrechten en royalties van haar boek en ze weet al wat ze met dat geld gaat doen. “Ik wil mijn baan opzeggen en full-time schrijfster worden. Ik zit van top tot teen vol verhalen en ik voel een ontzettende drang om te schrijven.”