Het jongetje dat als een mier wil praten

Thierry Dedieu: De woordeneter. Vertaald uit het Frans door Tom Kleijn. Uitgeverij Luister. Vanaf 7 jaar. 37 blz. ƒ 27,50

Hanna Johansen: De fis. Illustraties door Rotraut Susanne Berner. Vertaald uit het Duits door Jan Kuijper. Vanaf 5 jaar. Uitgeverij Querido. 32 blz. ƒ 27,50

Bruintjes, die eigenlijk Toon van den Bruijne heet, is verliefd. Op Lola, want zij praat zo mooi. Als zij zegt 'Ik houd van oranje', begrijp je meteen hoeveel dat eigenlijk betekent. 'De kleur van de zon die de zee in duikt, de kleur van de suikersnoepjes uit het land van duizend-en-één-nacht, waar de reizigers op sabbelen tijdens hun lange tochten door de woestijn.'

Bruintjes uit zijn liefde door van een zakdoek een kikker of een konijn te vouwen. Hij legt ze op Lola's stoel of op haar bureautje, maar Lola 'verstaat' ze niet. Dat komt omdat Bruintjes geen mensentaal spreekt, maar uitsluitend 'strijkijzers.' Of honds, of kats, of 'standbeelds' (in het park).

De woordeneter van Thierry Dedieu, verschenen bij de kleine uitgeverij Luister, heeft het formaat van een prentenboek. Het staat vol grote gekleurde platen, gedrukt op stevig papier. Toch is het meer een (voor)leesboek, voor kinderen vanaf een jaar of zeven, want het bevat veel tekst. Zowel het verhaal als de tekeningen zijn vrij abstract. Dedieu, die ook in zijn vaderland Frankrijk nog niet zo bekend is, is een dubbeltalent. Overal in het boek zijn op een originele manier geheimen, dubbele bodems en grapjes verstopt.

Bruintjes kon ooit wel praten. Hij hield zelfs zo van praten, dat hij niets anders deed. Het liefst stelde hij in sneltreinvaart vragen of sprak hij 'ronde, bolle woorden' zoals 'locomotief' en 'rotonde'. 'Taxi', 'kattig' en 'spinrag' daarentegen deden hem hoesten. Zijn vader en moeder konden hem niet verstaan en troonden hem mee naar de dokter. Die zette hem op dieet: 'Zijn ouders letten op wat Bruintjes at, hijzelf lette op wat hij zei.'

Tijdens het dieet wordt deze 'woordeneter' langzamerhand verstaanbaar. Hij stopt met het schrokken van de taal, met 'het herkauwen van de leerlingenlijst in de pauze'. Gelukkiger wordt hij er helaas niet op: 'Waarom zou je vragen: hoe laat is het? Als je eigenlijk, diep in je hart, zou willen weten: hoe worden wolken geboren?' Op de illustratie is, zoals steeds, te zien hoe Bruintjes zich voelt: als een dik, ongelukkig oranje visje, dat niets meer kan dan een stroom betekenisloze bellen uitstoten. Hij gaat in hongerstaking, zegt geen woord meer.

In plaats van mensentaal leert hij de taal van dieren en dingen. Een gladiool vertelt hem van haar jeugd tussen de paardenbloemen, stoelen en tafels praten 'meubels'. Alles wat doorgaans zwijgt, heeft onvermoede eigenschappen: 'Wat kon je lachen met het handzaagje!' Maar mensen vinden Bruintjes niet langer normaal en sturen hem naar een internaat waar 'de stilte oorverdovend is'. Alle kinderen begroeten hem in een eigen taal, hij kiest deze keer voor het 'miers.' Het is moeilijk je daar iets bij voor te stellen, maar de illustratie biedt uitkomst: een laconieke mier met een pootje in zijn zij en twee in de lucht kijkt je schamper en stoer aan. Zo klinkt Bruintjes dus.

Jara uit De fis van Hanna Johansen heeft ook zo haar eigen manier van praten. Een doodnormale vis hoeft ze niet voor haar verjaardag: een 'fis' moet het zijn. De tekst is sober, rechttoe-rechtaan wordt de komst van dit zogenaamd zo originele huisdier beschreven. Op de felgekleurde, vrolijke illustraties van Rotraut Susanne Berner is te zien welke eigenschappen een 'fis' heeft. Steunend op zijn vinnen klimt hij soepel uit de kom om eens mee te maken hoe leuk 'rondrennen' is en danst vervolgens op zijn staart door de kamer. Jara wil de straat op en bindt hem een lijntje om: 'buiten is het gevaarlijk.' Even later gaan ze zwemmen en dan is het Jara die aan de lijn moet, want ze heeft geen diploma's.

Uit de tekst blijkt hoe groot Jara's fantasie is. Er komen steeds ouders en oma's binnen om te zeggen dat ze nu écht moet gaan slapen. Maar ook van de tekeningen valt af te lezen hoe ze alles maar verzint. Op een grote plaat voorin het boek zijn de dingen uit Jara's huis te zien. Haar speelgoed-ijsbeer, een autootje en een badeend rennen even later 'buiten' rond, net als Jara en haar fis. En als ze samen zwemmen, neemt Jara alle meubels en spullen uit haar kamer mee, in miniatuur de bolle vissenkom in.