Het huidkonijn is een kakkerlak; Tentoonstelling over de werking van je hersenen

Tentoonstelling: Illusions. Hersenen op het verkeerde spoor. T/m 31 augustus in Museon, Stadhouderslaan 31 Den Haag. Geopend: di t/m vr 10-17 uur, weekeinden en feestdagen 12-17 uur.

'Maar ik heb het zelf gezien!' Dit zeg je als je iemand een verhaal vertelt en die iemand gelooft het niet. Daar valt immers niets tegen in te brengen: ja, als je het zelf hebt gezien, dan is het waar.

Maar wie Illusions. Hersenen op een verkeerd spoor in het Museon gaat, zal nooit meer zeggen: 'Maar ik heb het zelf gezien'. Want op deze prachtige tentoonstelling blijken de dingen vaak heel anders dan we zien, voelen of horen. Op computers of met gewone ouderwetse apparaten kun je allerlei proeven doen en ze hebben een duidelijke boodschap: vertrouw nooit je eigen ogen, oren en gevoel.

Neem bijvoorbeeld het effect dat naar de uitvinder McGork is genoemd. Uit een luidspreker komt een stem die 'tatti' zegt. Op het beeldscherm zie je een hoofd waarvan de lippen 'patti' uitspreken. En wat hoor je? 'Patti'! Terwijl uit de luidsprekers toch echt 'tatti' klinkt. Pas als je je ogen dicht doet, hoor je ook 'tatti'.

Ook heel mooi is het 'huidkonijn'. Het is een doosje waaruit steeds twee metalen knopjes floepen. De knopjes bevinden zich op een centimeter of vijftien van elkaar, maar als je het huidkonijn op je blote arm houdt is het alsof een reusachtige kakkerlak over je arm loopt.

Zo word je op Illusions voortdurend bedrogen. Dat is verbazend en grappig, maar het maakt ook neerslachtig. Als je alle tests op de tentoonstelling hebt gedaan, voel je je een geweldige domoor die steeds dingen ziet, voelt en hoort die er helemaal niet zijn. Cirkels worden ovalen, rechte lijnen krom, hol lijkt bol, het midden blijkt helemaal niet midden, grootst is juist kleinst en schuin is recht. Het is om gek van te worden. Niets is wat het lijkt, je verliest al je zelfvertrouwen, je bent nergens zeker meer van.

In het Museon wordt ook uitgelegd hoe het komt dat je van alles helemaal verkeerd ziet. Dit is het minste deel van de tentoonstelling. Want de teksten die over de hersenen gaan, zijn vaak saai en zitten vol woorden als receptoren en afferente zenuwvezels. Het komt er op neer dat je hersenen zijn ingesteld op wat je gewoonlijk ziet, hoort en voelt. Als je dan iets ziet of hoort dat een beetje afwijkt van het gewoonlijke, zie je toch het gewoonlijke.

Hoe gezichtsbedrog werkt, is vaak niet helemaal duidelijk. We weten nog niet zoveel over hersenen. Hersenen werken door middel van kleine elektrische stroompjes, dat is wel bekend. Op de tentoonstelling kun je je eigen hersenstroompjes zichtbaar maken op computerschermen door elektroden op je hoofd te zetten. Maar een eenvoudige vraag als: waarom slapen we eigenlijk? is nog heel moeilijk te beantwoorden. 'We worden slaperig als we niet slapen', antwoordt een Franse dokter in een videofilm over slaap. Hij vindt het zelf ook niet zo'n goed antwoord, maar hij hoopt er door meer onderzoek achter te komen.

Hoe zulk onderzoek gaat, is ook te zien in het Museon. Elke dag ligt er iemand in een donkere kabine te slapen met zestien elektroden op het hoofd. Buiten de kabine zie je op een computerscherm vier schokkerige lijntjes. Eentje geeft aan wat de hersenen doen, een ander hoe de kaakspieren bewegen, en twee geven weer wat de ogen doen. Meestal gebeurt er niet zoveel. Behalve als de slaper droomt. Dan gaan de lijnen wild schokken, ook die van de ogen. Het is alsof je echt naar je dromen kijkt.

In de negentiende eeuw bestonden er geen elektroden en computers voor onderzoeken. Toen sneden dokters in hoofden om erachter te komen hoe hersenen werkten. Of er gebeurde een ongeluk dat veel duidelijk maakte. Zo kreeg Phineas Gage in 1848 door een explosie een dikke staaf dwars door zijn hoofd. In zijn linkerwang drong de staaf zijn hoofd binnen en kwam er boven weer uit. Vreemd genoeg raakte Cage niet eens bewusteloos. Hij liep naar de dokter, die zijn hoofd verbond. Alleen zijn linkeroog moest hij missen. Verder leek er niets aan de hand. Maar na een jaar begon Cage te veranderen. Van een lieve jongen werd hij een vervelende arrogante kwast die met iedereen ruzie zocht. Dat bleef hij tot zijn dood op 38-jarige leeftijd, 13 jaar na het ongeluk.

Het verhaal van Cage is wonderlijk maar maakt alweer neerslachtig. Want wat blijkt er uit? Niet je opvoeding, niet je vader, niet je moeder, en ook niet je onderwijzer bepalen je karakter, maar het voorste deel van je hersenen. Nee, Illusions is geen vrolijke tentoonstelling. Want wie er naar toegaat, moet wel tot de sombere gedachte komen dat hij een soort voorgeprogrammeerde computer is die erg slecht werkt.