'Het debat over de EU is op het continent gekneveld'

LONDEN, 7 FEBR. Groot-Brittannië is als de man die zich moeizaam op een barkruk hijst, een alcoholische versnapering bestelt en met vochtige ogen zijn hart uitstort bij de welwillend knikkende kroegbaas. “Mijn vrouw begrijpt me niet” klinkt niet zo heel veel anders als de verzuchting waarmee de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Malcolm Rifkind, deze week zijn Europese tournee begon in Stockholm. Hij klaagde dat “de Britse stem in het debat over Europa niet altijd goed wordt verstaan.”

Wat hij verzuimde te vermelden is dat Groot-Brittannië het zijn Europese partners ook niet eenvoudig maakt om de Britse meningen serieus te nemen. Sprekend over Europa, laten Britse politici zich maar al te graag door nationalistische sentimenten, regelrechte xenofobie of ordinaire verkiezingskoorts leiden. Door Brussel de plaats te geven die vroeger door het Rode Gevaar werd ingenomen, ondermijnen ze de Britse geloofwaardigheid.

Lees het Britse boulevardblad The Sun, of luister naar Conservatieve politici als John Redwood en Teresa Gorman, en de indruk valt niet te vermijden dat het fiere Albion in doodsnood is, dat de bureaucratische continentale hordes al aan de kust bij Dover staan. De minachting waarmee de Europese partners de Britse opvattingen over Europa ontvangen, wordt alleen overtroffen door de karikatuur die Groot-Brittannië van Europese integratie heeft gemaakt. In zo'n sfeer van wederzijdse clichés is voor een serieus, inhoudelijk debat zoals de Britse minister Rifkind dat voorstaat geen plaats. Alleen voor het soort adviezen dat Lord Tebbitt, ex-voorzitter van de Conservatieve partij, vorige week in het Hogerhuis gaf aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo: “Op je fiets, aan het eind van de pier over de rand, en zwem maar een flink stuk naar Holland.”

Een greep uit de continentale clichés over het Verenigd Koninkrijk? Britten zijn de bewoners van een eiland dat steeds verder van het Europese continent lijkt weg te drijven. Ze hebben de oprichting van de Europese Gemeenschap gemist en sindsdien hollen ze achter de feiten aan. De regering wordt gegijzeld door Eurosceptische Conservatieven die elke vooruitgang in Europa blokkeren. Binnen de Europese Unie vormt het Verenigd Koninkrijk een minderheid van één.

Zoals alle clichés bevatten ze een kern van waarheid maar gaan ze voorbij aan finesses van de realiteit. Meningen van de lidstaten over verdere ontwikkeling van de Europese Unie zijn veel minder homogeen dan sommige Europese bestuurders graag suggereren. In heel Europa lijkt het enthousiasme voor verder Europese integratie te luwen. De Britse reserves vertonen een verrassend grote mate van continuïteit en zijn diep in de Britse tradities geworteld. De opstelling van een Britse regering onder Labour zal dan ook niet wezenlijk anders zijn. Dat bleek afgelopen weekeinde nog eens toen Labours woordvoerder voor Buitenlandse Zaken, Robin Cook, bepleitte om volgend jaar het Brits voorzitterschap van de Europese Unie te gebruiken voor vorming van een alliantie die tegenwicht moet bieden aan de Frans-Duitse integratie-wals.

Minister Rifkind koesterde zich nog onlangs in de overtuiging dat “de Britse visie op Europa wortelt in de wensen van het Britse volk”. Wat hij er niet bij zei maar wel suggereerde, is dat sommige andere Europese regeringen zich aanzienlijk minder aan de mening van hun kiezers gelegen laten liggen. “We hebben de indruk”, zeggen vertegenwoordigers van de Britse regering voorzichtig, “dat op het vasteland het debat over de Europese Unie is gekneveld en gesmoord.”

Waar discussies al oplaaiden, werden ze beheerst door de plaatselijke politieke klasse. Kiezers worden nadrukkelijk in onwetendheid gelaten. En als ze al worden geraadpleegd - in referendums in Denemarken en Frankrijk, of laatst nog in opiniepeilingen in Duitsland, Frankrijk en Italië - tonen ze een diepe weerzin tegen verdere integratie. Groot-Brittannië is helemaal niet de eenzame dorpsgek waarvoor Europese partners het graag verslijten, zo luidt de vaste Britse overtuiging. Groot-Brittannië loopt misschien niet in de pas met de meeste andere Europese overheden maar verwoordt wel wat een groot deel van de Europese kiezers denkt.

Dat lijkt misschien aanmatigend. Maar is het niet net zo arrogant om de Britse visie op Europa categorisch weg te honen als 'anti-Europees' en 'nihilistisch'? Dat is het retorische weerwoord van hooggeplaatste Britse ambtenaren. Zij vinden dat de meeste Europese partners te weinig respect hebben voor de Britse geschiedenis en eigenheid. Landen als Duitsland en Frankrijk hebben in twee wereldoorlogen zulke slechte ervaringen opgedaan met de nationale staat, dat ze die het liefst zouden willen uitbannen, of ten minste castreren in een federale structuur. Maar voor Groot-Brittannië is de nationale staat altijd een beschermer geweest van de vrijheid, geen bedreiging. Is het vreemd dat Groot-Brittannië de nationale staat te vuur en te zwaard verdedigt? Om misverstanden te voorkomen: de Britten hebben het niet over de 19de-eeuwse variant maar over de moderne versie van de nationale staat, gebaseerd op pluralisme en tolerantie, verankerd in een internationale structuur.

Groot-Brittannië heeft ook niet de schokgolven van verandering gekend die in de vorige eeuw op het Europese vasteland voor zoveel onrust zorgde. De drang naar structurering en harmonisatie was op die turbulentie een logische reactie. Voor vastelanders. Maar de Britten hebben steeds gedijd bij non-conformisme, met soms wat excentrieke trekjes. Dat geldt nog altijd.

Londen gaat er nog steeds vanuit dat de onderhandelingen over een Verdrag van Amsterdam niet tot een ingrijpende verdere Europese integratie zullen leiden. Geen ondermijning van de nationale parlementen. Geen extra macht voor Brussel. Dat zijn de uitgangspunten die Groot-Brittannië desnoods met zijn vetorecht verdedigen zal.

Verder wil Groot-Brittannië maar al te graag meewerken aan hervormingen die de Europese Unie efficiënter maken en die de weg voor verdere uitbreiding banen. Landen die wel verdergaande integratie wensen, zal Londen niet weerhouden, zolang zij de speciale positie van Groot-Brittannië maar respecteren. Groot-Brittannië is heus niet zo negatief, verzekeren Britse ambtenaren, als het Europese vasteland meestal denkt.