Groot en klein sterven

Memento Mori. Het ritueel voor niet-gelovigen, naar een idee van Guido Lauwaert. Nijgh & Van Ditmar/Dedalus. ƒ 29,90

Sterfelijkheid is zo ongeveer het enige probleem van de mens dat nog niet maakbaar is. Maar we zijn hard op weg om daarin verandering te brengen. Meer en meer wordt er geregeerd na de dood. Hij 'heeft ongetwijfeld weer een nieuwe uitdaging gevonden', schrijven enkele achterblijvers deze week in een rouwadvertentie voor een vriend. Wellicht geloven ze werkelijk dat er na de dood nog een hoop te doen valt. Maar hoe dan ook, het is een aanwijzing dat er een nieuwe interpretatie van de dood op til is.

Vroeger was het anders in Nederland. Na de dood van een naaste, ging je rond de keukentafel bij elkaar zitten om de begrafenis of crematie te regelen. Het adressenboekje van de overledene bood dan uitkomst bij het schrijven van de kaarten. De eigen agenda hielp als de nabestaanden zich aan het graf of in de aula door hun eigen milieu gesteund wilden weten. Een advertentie in de krant tot slot bereikte degenen uit de sociale omgeving die de post niet kon vinden. Waarna vrienden en kennissen in relatief private kring in woord en/of daad hun laatste eer mochten bewijzen en zo elkaar in hun verdriet om de eigen eenzaamheid konden steunen zonder dat de dode tekort werd gedaan. Ze werden daarin bijgestaan door bliksemafleiders in zwarte pakken, de 'rouwdokters' zoals de Franse historicus Philippe Ariès het ruim twintig jaar geleden formuleerde.

Nog vroeger werd gepoogd de definitieve scheiding van lichaam en ziel, zoals de dood ooit werd gezien, op paradoxale wijze te rationaliseren. Met een dienst in de kerk of met bezwerende formules als 'God geeft, God neemt' en 'Hij ruste in vrede'. De dood was toen nog geen 'nieuwe uitdaging' maar een individuele verlossing, hetgeen overigens niet per definitie hetzelfde was als de hemel.

Maar dat was vroeger en veel vroeger. Vandaag gaat het anders. Voordat de dood zich aandient, kan er al een evenement van worden gemaakt. Ter introductie citeer ik wederom Philippe Ariès. 'De dood is onnoembaar geworden. (...) In technische termen willen we wel toegeven dat we sterfelijk zijn: we sluiten levensverzekeringen om ons gezin tegen armoede te beschermen. Maar in ons diepste wezen voelen we dat we onsterfelijk zijn. En doen dan de verbijsterende ontdekking dat ons leven daar niet gelukkiger door wordt'. Uit: Met het oog op de dood. Westerse opvattingen over de dood, van de middeleeuwen tot heden (1975).

Dat laatste nu is onaanvaardbaar geworden, want in strijd met het maakbaarheidsideaal. Als het waar is dat we ons onsterfelijk wanen, waarom de lijn dan niet meteen doortrekken? En deze gemoedstoestand niet alleen bezweren met een polis meer of minder, maar haar in eigen hand houden door het eigen fysieke afscheid te organiseren? Dat laatste is nu de trend. Probeerden we vroeger via een testament over ons graf heen te regeren, tegenwoordig pogen we ook al greep te krijgen op de rituelen voordat de notaris zijn kluis heeft opengedaan.

Het woord ritueel is eigenlijk niet van toepassing. Een ritueel is immers geen invididuele aangelegenheid maar een traditie die zich in het collectief nestelt. Maar dat soort semantiek doet er niet meer toe.

Onlangs verscheen daarom het boek Memento Mori. Anders dan het boek van Philippe Ariès is dit geen historische beschouwing over de dood. Nee, het is een consumentengids.

De aanleiding voor samensteller Guido Lauwaert was de wijze waarop de Belgische beeldhouwer Roel D'Haese in mei vorige jaar zijn eigen begrafenis had georganiseerd. De kunstenaar koos voor een 'roomse eredienst' als 'onderdeel van een bekeringsproces om terug te keren naar de kerk van zijn jeugd en via zijn jeugd de rust van de kinderjaren weer te vinden'. Roel 'wilde alle vrienden rond zijn kist verzameld zien (mijn cursivering, HS) en zijn vaarwel een feestelijk karakter geven', zo licht Lauwaert nader toe.

Wie mocht denken dat we hier te maken hebben met een hoogmoedige doodsfantasie van een soms ongelukkig mens - je ligt in bed, denkt 'was ik morgen maar dood, dan was ik overal vanaf' om vervolgens onmiddellijk te gaan malen over de vraag wie er achter de baar zullen aanlopen, hoe die zich zullen gedragen, welke muziek ze zullen laten horen en wat ze over jou zullen zeggen - vergist zich. Roel D'Haese wilde niet alleen zijn vrienden rond zijn graf verzameld zien, hij organiseerde dit samenzijn vervolgens ook op zijn voorwaarden. Roel D'Haese zocht en vond zijn eigen ritueel en wist dat aan zijn naasten op te leggen.

Welnu, ook voor minder artistiek begaafde of ten langen leste weer godvruchtige doden is het volgens Guido Lauwaert 'niet zo moeilijk om dat eigen ritueel te vinden'. 'Literatuur en muziek bieden voldoende materieel om een eigen ritueel te bedenken (wederom mijn cursivering, HS)', aldus Lauwaert. 'Een gepaste structuur is echter nodig om het geheel de vereiste gesteldheid en vorm te geven, zodat stervende en nabestaanden een houvast hebben. (...) Structuur is een kwestie van organisatie.'

Vandaar zijn handleiding Memento Mori. 'Naast een bloemlezing uit literatuur en muziek moet het naslagwerk een waaier bevatten van diverse manieren en tips om het 'waardig afscheid' klank en kleur te geven. (...) Een 'kopje koffie' toont alleen maar aan dat er wat schort aan de communicatie en een koude vleesschotel roept bij velen niet de juiste gevoelens op'.

Met andere woorden, Memento Mori wil 'een vademecum zijn om nabestaanden bij te staan in hun wens de doodsstrijd van de stervende te verlichten'. De gids organiseert de structuur dan ook daadwerkelijk. 'Zij het specifiek op crematie gericht' maar 'met een paar kleine ingrepen zijn ze ook geschikt voor een begrafenis'. Ongeveer zoals in een supermarkt.

In de schappen van Memento Mori staat het volgende. Ten eerste de toespraak, de laatste groet en het dankwoord (allemaal in concept) bij 'het afscheid van een volwassene, van een kind en bij zelfdoding'. Actieve en publieke euthanasie als aparte categorie zal mogelijk in een tweede druk worden opgenomen. Ten tweede de muziekkeuzen bij deze drie sterfgevallen, variërend van Das Lied von der Erde (Gustav Mahler, laatste deel) bij een volwassene tot They can't take that away from me (versie Billie Holiday) bij een suïcide. En tot slot een bloemlezing van geschikte motto's (met Luceberts onvermijdelijke 'Alles van waarde is weerloos'), poëzie ('Kanker...' Jan Arends), proza ('Elke ziel is onsterfelijk', Plato) en muziek ('Tears in heaven', Eric Clapton).

Op de keer beschouwd is Memento Mori nog een gematigd boek, althans in het licht van de 'nieuwe uitdagingen' die radicalere rouwstoeten blijkens die ene advertentie deze week willen aangaan. Voor deze voorhoede biedt binnenkort Design for Dying van Timothy Leary de kans op de organisatie van structuur en ritueel. In april verschijnt Leary's postume Final Exit, volgens uitgever Harper Edge die voor de marketing-campagne 75.000 gulden heeft uitgetrokken, een 'slotsalvo dat een fascinerend inzicht geeft in de manier waarop technologie de wereld zal helpen beter te leven en gelukkiger te sterven' zodat de 'dood kan worden omgebogen tot the trip of a lifetime'.

Radicaal of reformistisch, het grote en kleine sterven maken zich op voor een greep naar de macht om de laatste barrières tussen het hier en het namaals te slechten.