Elke dag zwaardvis

Twee afwassers werden ingeschakeld om de komiek Jim Beam te verwijderen. Restaurant The Eccobelli Brothers had de komiek Jim Beam (zijn artiestenaam) ingehuurd voor de avonduren, maar de eerste keer dat hij optrad bleek dat Jim Beam van geen ophouden wist. Buiten in een oude stationcar wachtte zijn hond.

Jim Beam had een act aangeboden met of zonder hond. De eigenaar gaf de voorkeur aan een act zonder hond. Toen Jim Beam een half uur bezig was en nog niemand had gelachen, begon de eigenaar in zijn handen te klappen. Jim Beam riep door de microfoon 'houd op met dat applaus, het mooiste moet nog komen.'

Mensen stonden op en verlieten het restaurant. Sommigen waren nog halverwege hun eten. De eigenaar liep achter ze aan. 'Hij houdt zo op,' riep hij, 'het was een vergissing, hij komt nooit meer terug.' De gasten schudden hun hoofd en trokken zwijgend hun jassen aan.

De eigenaar rende naar de keuken en duwde mij het wijnkarretje in de handen. 'Hier', riep hij, 'ga ermee langs de tafels, leid ze af.'

Er viel weinig af te leiden. Ik liep lange de paar gasten die er nog zaten. 'Grappa, cognac, sambucca', riep ik, terwijl Jim Beam zijn grappen door de microfoon schreeuwde. Om elf uur werd het de eigenaar te veel. Hij gaf het bevel Jim Beam uit zijn restaurant te verwijderen. De twee overgebleven afwassers slopen langzaam in de richting van Jim Beam, de andere afwassers waren bij gebrek aan vuile borden ontslagen. De dreiging van ontslag zorgde voor een merkwaardige solidariteit. We deden er alles aan zoveel mogelijk borden vuil te maken. We brachten de gasten borden om olijfpitten op te spugen, borden om het brood op te smeren, borden om azijn en olie op te mengen, borden voor degenen die een schoon bord wilden. Soms verwisselden we halverwege het hoofdgerecht de borden. 'Even een nieuw bord,' zelden we dan, 'daar knapt de pasta van op.'

Vervolgens veegden we de resten pasta op een nieuw bord en renden met het vuile bord naar de afwassers. Maar nog was het niet genoeg. 'We hebben meer vuile borden nodig', riepen de afwassers, 'straks komt hij binnen en ziet dat we niets te doen hebben.'

We werkten ons dood om vuile borden te produceren. Als we een stuk frambozentaart afsneden, legde dat stuk taart een traject af van minstens tien borden voor het de keuken verliet.

Eén afwasser kwam op het idee de vuile vaat van huis mee te nemen en die in The Eccobelli Brothers te gaan afwassen. Al gauw namen we allemaal ons vuile servies mee naar The Eccobelli Brothers. De eigenaar had te druk met zijn heiligen om daar iets van te merken.

De race om genoeg vuile borden te produceren voor twee afwassers was begonnen, en voorlopig zou die race niet meer ophouden.

Toen de twee afwassers vlakbij Jim Beam waren, grepen ze hem bij zijn benen. Zodat hij voorover op de grond viel. Er zaten nog vier gasten. Een mevrouw kroop onder de tafel. Maar de eigenaar riep, 'geen paniek, geen paniek, het hoort erbij.' Hoe hard hij ook riep, de dame weigerde onder de tafel vandaan te komen. Hij probeerde haar met gratis drank en bonbons en koffie te lokken, maar het enige wat ze maar bleef herhalen, was, 'dit nooit meer, dit nooit meer'.

Pas in de keuken slaagden de afwassers erin Jim Beam zijn microfoon te ontfutselen. Door een nooduitgang gooide ze hem naar buiten. Maar nog ging hij niet naar huis. Hij haalde zijn hond uit zijn auto, en liep rondjes om het restaurant terwijl hij dingen schreeuwde die wij gelukkig niet konden verstaan. Voor de zekerheid deed de eigenaar de deuren op slot.

Om half een vertrok Jim Beam met zijn hond. Na die avond hebben ze bij The Eccobelli Brothers geen komiek meer in dienst genomen.

Hoe slechter het met The Eccobelli Brothers ging, hoe meer de eigenaar geobsedeerd raakte door heiligen. Eerst was het alleen de heilige Josef, maar sinds kort was zijn vierde woord Santa dit en Santa dat. Er kwamen ook steeds meer beelden van heiligen bij. Om eerlijk te zijn, de keuken veranderde langzaam in een kerk. Ons kon het niets schelen, wij waren in een gevecht gewikkeld om genoeg vuile borden te produceren. Alles wat afwasbaar was werd afgewassen. Op een gegeven moment ging de hoofdafwasser er toe over ook de heiligen af te wassen. Een grote, bijna dierlijke razernij, overviel de eigenaar toen hij Maria in het sop zag liggen.

'Wat heeft dit te betekenen?', krijste hij.

'We geven haar even een sopje', legde de hoofdafwasser uit, 'ze zat onder het stof, het was de hoogste tijd.'

De eigenaar trok Maria uit het afwaswater en droeg haar naar de plaats waar ze al die tijd had gestaan. Dat ze nog kleverig was van de zeep kon hem blijkbaar niets schelen. Die avond werden er meer kaarsjes voor Maria gebrand dan ooit.

Vanaf die dag was het motto: alles wat afwasbaar is moet worden afgewassen, behalve de heiligen.

Ze begonnen lege flessen wijn af te wassen en flessen spuitwater. Dat viel niet zo op.

De broers van de eigenaar, die ook een aandeel hadden in de zaak, maar niet zoveel als de eigenaar, begonnen genoeg te krijgen van de heiligen.

'Overal waar ik loop, struikel ik over een heilige', zei een van de broers, 'Vroeger had je niets met de heiligen.'

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik met de heiligen heb', siste de eigenaar, 'en ik ga ze voor jou echt niet verstoppen.'

Terwijl hij wierook ontstak, mompelde hij, 'ik kan alleen op de heiligen vertrouwen'.

Maar de heiligen lieten The Eccobelli Brothers in de steek. Soms kwam de eigenaar de keuken binnen dan riep hij, 'dat komt omdat jullie Maria hebben afgewassen, dat vergeeft ze me nooit'.

Wij konden ons daar niet druk om maken. Wij hadden maar één doal: alles wat afwasbaar is moet worden afgewassen.