Een wereld die langzaam verloren gaat

Rein van der Wiel: Laetitia. Een verlangen en Capri. Querido. 289 blz. ƒ 42,50

'Mij interesseert de voetnoot bij de geschiedenis', schrijft Rein van der Wiel in Laetitia. Een verlangen en Capri. Niet de protagonisten op het wereldtoneel, maar de bijrollen of degenen die alleen maar hebben toegekeken vanuit de coulissen. Van der Wiel, schrijver van een veelbelovende verhalenbundel en een minder geslaagde roman, heeft zich er in het verleden al vaker mee beziggehouden, in tijdschriftartikelen en in zijn documentaire essay Ewijkshoeve, tuin van tachtig uit 1988. Ook zijn nieuwe boek is uit die belangstelling voor de marge van de Tachtigers voortgekomen.

Historische voetnoten kom je kennelijk bij toeval tegen. Van der Wiel ontmoette de zijne in de bus op Capri, waar hij in 1991 vergeefs de sporen naging van de beeldhouwster Saar de Swart ('De muze van De Nieuwe Gids' volgens Jan Engelman), die met een vriendin jaren lang op het eiland had gewoond. Donna Laetitia Cerio, een hoogbejaarde schilderes, diende zich aan als een waardige remplacant. Als telg uit een vooraanstaande familie op Capri, had zij in haar jeugd tal van beroemdheden gekend die voor langere of kortere duur op het eiland vertoefden.

Capri gold rond de eeuwwisseling als een soort vrijplaats in Europa, waar met name homoseksuelen betrekkelijk ongehinderd hun gang konden gaan. 'Mensen gaan niet naar Capri om er te wonen - ze gaan erheen om iets te doen wat ze thuis niet mogen', moet George Bernard Shaw eens hebben gezegd. In Van der Wiels boek komen we de namen tegen van onder anderen Oscar Wilde, Somerset Maugham en Norman Douglas, maar ook die van Maxim Gorki, tussen 1907 en 1913 woonachtig op het eiland, zij 't niet vanwege een in Rusland verboden seksuele voorkeur.

Ook in het levensverhaal van Donna Laetitia, dat zich overigens niet alleen op Capri afspeelt, ontbreken de beroemde namen niet. In Duitsland zat zij met Klaus Mann op de middelbare school, in Buenos Aires raakte zij bevriend met Jorge Luis Borges, op latere leeftijd praatte zij over het geloof met Graham Greene, die blijkens een tekst bij een van haar tentoonstellingen grote bewondering koesterde voor haar artistieke talent.

Een deel van de aantrekkingskracht die Donna Laetitia op Van der Wiel uitoefent, schuilt ongetwijfeld in deze relaties, die de beroemde buitenwereld dichterbij brengen. Maar dat is niet het enige. Door zich in haar historie en die van haar familie te verdiepen wil Van der Wiel een 'wereld die langzaam verloren gaat' voor de vergetelheid behoeden. Een kosmopolitische wereld, met aristocratische omgangsvormen, geld, goede smaak, gevoel voor kunst en literatuur, die door de op 10 januari van dit jaar plotseling gestorven Donna Laetitia nog werd belichaamt. Haar mengeling van openheid en gereserveerdheid appelleert bovendien aan de 'estheet' die Van der Wiel in het voorwoord bekent te zijn.

Als Dritte im Bunde mag de lezer van hun vriendschap getuige zijn. In dagboekachtige notities brengt Van der Wiel verslag uit over de maanden die hij vier jaar terug in het gezelschap van Donna Laetitia heeft doorgebracht, speurend in haar archief, rondneuzend in haar bibliotheek. Niet alles blijkt echter bestemd voor de openbaarheid, en dat heeft nogal ingrijpende gevolgen voor het boek. Over het leven van Donna Laetitia zelf komen we slechts met mondjesmaat iets te weten, en dan nog voornamelijk over haar jeugdjaren. Na 1928, toen zij haar toekomstige echtgenoot leerde kennen, valt het doek, omdat zij op al te intieme onthullingen geen prijs stelt.

Gelukkig gelden deze restricties niet voor het leven van haar ouders. De reconstructie van hun - uiteindelijk spaak gelopen - huwelijk behoort dan ook tot de meest geslaagde delen van het boek. Uit hun correspondentie en uit het dagboek van moeder Helena, dochter van een Argentijnse zakenman van Duitse afkomst, heeft Van der Wiel met vele citaten een fraai portret samengesteld van een inderdaad 'verloren' wereld, waarin de kleine Laetitia, als 'Nena' nu eens wonend bij vader op Capri en in Rome, dan weer bij moeder in Duitsland en Zwitserland, ietwat verloren rondloopt.

'Een stralend mooie Italiaanse', noemt Klaus Mann haar in zijn autobiografie. De progressieve kostschool die zij beiden bezochten, is typerend voor het milieu waarin Laetitia's moeder zich bewoog en waarin kunstenaars, pacifisten, feministen, vegetariërs en andere wereldverbeteraars de toon aangaven, met als lokaties de artiestenwijk Schwabing in München, de sanatoria in Davos (bekend van Der Zauberberg) en de reformkolonie 'Monte Verità' in Ascona. In schril contrast daarmee staat de wereld van vader Edwin, die in dienst van de firma Krupp vóór de Eerste Wereldoorlog in de bewapeningsindustrie werkte, bevriend was met de futurist Marinetti, een serie boeken over Capri schreef en diverse vrouwelijke 'ballingen' op het eiland het hof maakte.

Met de kleine Laetitia maken we bijna uitsluitend kennis via hun ouderlijke blik. Het levert een schimmig beeld op, dat niet veel scherper wordt als Van der Wiel op zijn beurt bijna alle plaatsen bezoekt die zij in haar jeugd heeft aangedaan. Opzienbarende inzichten vloeien er niet uit voort. Men wordt alleen deelgenoot gemaakt van het enthousiasme waarmee de schrijver zijn onderzoek moet hebben verricht. Wanneer hij in Davos het vroegere sanatorium betreedt, waar Laetitia en Helena hebben gelogeerd, lezen we bijvoorbeeld: 'Vanaf het eerste moment geniet ik volop', zonder dat nu erg duidelijk wordt waarvan precies.

Hetzelfde bezwaar treft de meeste passages die in het heden spelen. De gereserveerdheid die Van der Wiel zo in zijn oude vriendin bewondert, belemmert tegelijk het verhaal. Intrigerende opmerkingen over haar fascistische sympathieën in de jaren twintig blijven in de lucht hangen. De mededeling dat de relatie met de eveneens op Capri woonachtige Monika Mann voor Donna Laetitia 'wezenlijk' zou zijn geweest, krijgt geen vervolg. Van der Wiel suggereert weliswaar dat hij méér weet, maar die kennis wordt de lezer helaas onthouden, waardoor de suggesties onwillekeurig iets kokets krijgen dat op den duur gaat irriteren.

In Laetitia. Een verlangen en Capri sluimert de stof voor een meeslepende familieroman, in de traditie van Mann of Couperus, maar die roman heeft Van der Wiel niet willen of kunnen (of, gelet op het veto van zijn onderwerp, niet mogen) schrijven. Wat rest is een kijkdoos, vol momenten en flarden, afwisselend triviaal en fascinerend, van een voetnoot bij de geschiedenis, die er ondanks alle goede bedoelingen niet in slaagt zelf een echte - maar nu in de literaire zin van het woord - geschiedenis te worden.