Een traditionele angst voorbij

De 'wilde' jaren tachtig, toen rijp en groen uit het bedrijfsleven naar de effectenbeurs ging en beleggers geen genoeg konden krijgen van de woorden high tech, lijken weer helemaal terug. Deze week bereikte de stemming op de Amsterdamse effectenbeurs een nieuw hoogtepunt: de beursindex sloot woensdag nog maar tien punten onder de 'magische' stand van 700 punten.

Voor het eerst in jaren staan bedrijven weer te trappelen voor een beursnotering. En sommige nieuwkomers op de beurs, zoals de elektronische uitgever AND International Publishers, valt een juichende ontvangst ten deel die bankiers de wenkbrauwen doet fronzen. De koers van AND is sinds de beursintroductie in twee maanden tijd verdrievoudigd tot zo'n 11 gulden. “Zulke hooggespannen verwachtingen moet een bedrijf straks maar kunnen waarmaken”, zegt een bankier die gespecialiseerd is in beursintroducties.

Een andere nieuweling, toeleverancier voor de chipindustrie ASMI, die zestien jaar geleden al naar de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq ging, is in twee maanden bijna in koers verdubbeld tot bijna 30 gulden. “Het geeft aan dat ook in Amsterdam Netscape-achtige situaties mogelijk zijn”, vindt de eerder genoemde bankier. De aandelen van Netscape (een Amerikaanse aanbieder van Internet software) verdubbelden op hun eerste beursdag ruimschoots in waarde.

Tegen de achtergrond van de onstuimige koersontwikkeling onder Nederlandse technologiefondsen en de opeenvolgende serie beursrecords is het begrijpelijk dat steeds meer (familie)bedrijven hun traditionele angst laten varen voor een beursnotering. Elke ondernemer heet het kapitaal van het beleggende publiek van harte welkom, maar de bijbehorende openheid en verantwoordingsplicht tegenover aandeelhouders is nog altijd een hindernis om de stap naar de beurs te zetten. Heel langzaam dringt het tot ondernemers, bankiers, effectenbeurs en overheid door dat een levendige kapitaalmarkt, met een breed scala aan grote en kleine bedrijven alsmede particuliere en professionele beleggers internationaal een concurrentievoordeel oplevert. Een effectieve kapitaalmarkt en ruime beschikbaarheid van aandelenkapitaal drukken de kosten die ondernemingen maken om hun expansie (eigen interne groei of overname van andere bedrijven) te financieren. Daarmee versterken zij hun economische slagkracht.

De geringe animo voor een beursintroductie heeft de beurs vorig jaar aangezet tot een onderzoek. Zo'n 300 bedrijven komen gezien hun omvang in aanmerking voor een beursnotering, maar slechts een enkeling zet de stap.

De belangrijkste reden om niet naar het Beursplein te gaan is dat risicokapitaal ook op zoveel andere manieren (via participatiemaatschappijen, of rechtstreeks bij een of twee grote beleggers) kan worden verkregen. Voor grote bedrijven en voor snelle groeiers (de gazellen van de Nederlandse economie) die naast kapitaal extra uitstraling zoeken is de beurs weer in trek. Voor de gazellen komt, na het echec van de parallelmarkt begin jaren negentig, weer een aparte beurs: de Nieuwe Markt Amsterdam.

Geslaagde voorbeelden helpen ook een handje om navolgers op te warmen. Heijmans veranderde mede dankzij zijn succes op de beurs in vijf jaar van een provinciaal in een landelijk actief bouwbedrijf. Automatiseringsbedrijf Baan gebruikte de beursnotering om extra kapitaal voor expansie aan te trekken.

De animo is nu al zo groot, dat het magere aantal van vijf beursintroducties van vorig jaar zal worden overtroffen. Het voedingsconglomeraat Nutreco, een verzelfstandiging uit energieconcern BP in 1994, onderzoekt een beursnotering. Participatiemaatschappij Alpinvest, detacheringsbureau Brunel en melkrobotontwerper Prolion gaan dit jaar zeker naar de beurs. Ook AZ heeft, in navolging van Britse en Italiaanse voetbalclubs, beursplannen. Verder wordt Vendex in twee aparte beursgenoteerde bedrijven gesplitst: detailhandel (Vendex, met V&D en supermarkten) en diensten (Vedior).

Al wordt een beursgang populairder, het scala oplossingen voor de toekomst van een bedrijf en hun aandeelhouders is ruim. Dat komt onder meer door de hausse in internationale fusies en overnames. Soms levert het aandeelhouders meer op als hun bedrijf wordt overgenomen dan als de onderneming naar de beurs gaat. Van der Lande, een bedrijf dat onder meer bagage-afhandelingssystemen voor luchthavens bouwt, zou naar de beurs, maar werd vorig jaar gekocht door de Japanse onderneming Daifuku. Thomassen International kondigde wel drie keer aan naar de beurs te gaan, maar uiteindelijk zag het Duitse moederbedrijf Babcock, dat zelf in financiële problemen geraakte, ervan af.

Opmerkelijk is dat naast marktleider ABN Amro, die bijna een monopoliepositie heeft opgebouwd bij Nederlandse beursintroducties, nu ook de Rabobank op het toneel is verschenen. De bankgigant, die als spaar- en kredietcoöperatie altijd wat moeite heeft gehad met beurs en beleggen, bracht vorig jaar AND naar de beurs, gaat binnenkort Prolion introduceren en onderzoekt met de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs de beursgang van Nutreco. ING Bank heeft in dit prestigieuze marktsegment tot nu toe geen vuist kunnen maken en leunt bij transacties zwaar op de beleggingskracht van zuster Nationale-Nederlanden.

Aangezien het grootste deel van de nieuwe aandeelhouders bestaat uit de kleinere beleggers, lijkt de opzet geslaagd om met Telefónica het volkskapitalisme in Spanje een gezicht te geven. Met een publiciteitsbombardement op televisie, dagbladen, via straatreclames op de telefooncellen en in warenhuizen werden nieuwe beleggers over de streep getrokken. Een korting van vier procent op de referentie-prijs en een aandeel gratis bij de aankoop van twintig aandelen moet de apetijt verder verhogen. Ook zonder deze lokkertjes was het enthousiasme evenwel al groot: afgezien van de algehele beurseuforie van de afgelopen tijd bleek het aandeel Telefónica de laatste jaren een aantrekkelijke belegging. Beleggers die eind 1995 meededen in het aanbod van de tranche Telefónica-aandelen zagen hun belegging meer dan in waarde verdubbelen.